Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Wat is Architectuur (6)

Macht en Onmacht van de Architectuur

 

 

De laatste aflevering van de Architectuur Biënnale van 2014 kan niet anders worden opgevat als een theatrale demonstratie van de onmacht en betekenisloosheid van de contemporaine architectuur. Met groot machtsvertoon aan visuele bewijslast werd het geamuseerde publiek in Venetië geconfronteerd met de werkelijkheid van een tot in haar poriën en elementen aangetaste discipline, ingehaald door de exponentiële snelheid en alomvattendheid waarmee de digitalisering van onze leefwereld plaatsvindt. Parallel aan de door het digitale regiem gestuwde verdwijning van de (postmodernistische) architectuur in het neoliberale tijdperk, is er ook een intellectuele impasse in het architectonisch en stedenbouwkundig denken voor zoverre er, aldus Koolhaas, sinds de (retro) manifesten uit de zeventiger jaren van Venturi, Rossi en Koolhaas zelf, vanuit de architectuur weinig of niets waardevols is bedacht over dood en leven in gebouwen en steden.

 

Intussen is de vakmatige belangstelling en kennis over de impact van de digitale cultuur op zowel de architectuur als de urbane omgeving uitgegroeid tot een autonome discipline in vrijwel alle belangrijke architectuuropleidingen. En is vanuit die hoek ook forse kritiek gekomen op Koolhaas’ (eenzijdige) Venetiaanse techniekwaarschuwingen. In een volgend blog komen we daar nog op terug. En ook het thema van de macht en onmacht van de ontwerpende disciplines in hun confrontatie met de effecten van een planetair urbanisme en een explosieve urbane conditie, is sinds de Architectuur Biënnale van 2006 over Cities, Architecture and Society uitgegroeid tot een dominant onderwerp binnen het internationale architectuurdebat.

 

 

MOMA presenteert architectuur als een kritische praktijk

 

‘ Ik heb grote moeite met het beeld van de Architect als enkel vormgever van mooie objecten in de stad of, min of meer spiegelbeeldig, als zakelijk bouwmanager. Ik heb een diep geloof in de betrokkenheid van ontwerpers met de omgeving (mensen, economie, klimaat) waarin ze opereren. De Open Source benadering biedt in dat opzicht tal van mogelijkheden’, aldus Saskia Sassen in een recent interview. Als geen ander deskundig op het terrein van stadsstudies, kan Sassen moeilijk naïviteit worden verweten, of ongegrond optimisme. Integendeel, met haar beroep op een andere, meer initiatiefrijk urbanisme lijkt ze te pleiten voor een bijna activistische betrokkenheid van ontwerpers bij stedelijke gemeenschappen – etnische groepen, armen en rijken, hoog- en laagopgeleiden – in het ontwikkelen en realiseren van vaak zelfbedachte strategieën. Het is een benadering die de vigerende planmodellen van de ‘ tekentafelplanologie’ niet zozeer vervangt als wel complementeert in de zin van ‘doet aanlanden’  bij de toch steeds weer afwijkende en onvoorspelbare, urbane werkelijkheid van alledag. Een flexibel soort urbanisme dat mogelijk wordt door bijvoorbeeld de gespecialiseerde kennis van stedelijke professionals te ontsluiten via open-access netwerken waardoor die in de meest letterlijke zin in omloop kan worden gebracht en worden getoetst aan kennis en ervaringen zoals die in buurten, wijken en woonruimtes voorhanden is. Het is een strategische of tactische vorm van urbanisme die zich bedient van alledaagse, van ‘ onderop’  benaderingen van locale problemen die vooral in de (sloppen) wijken van de wereldwijd exploderende megasteden, vaak de enig mogelijke vorm van interventie is. Een die daarmee ook ruimte biedt voor een ‘ andere’ – lees: kritische –  architectonische praktijk.

 

 

In 2003 waarschuwde UN-Habitat dat in 2030 ongeveer een derde van de totale wereldbevolking van (de voorspelde) negen miljard in omstandigheden zal leven die vergelijkbaar zijn met die in de huidige krottenwijken in en rond de megasteden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Dat wil zeggen grotendeels uitgesloten zullen zijn van zulke elementaire  leef- en bestaansvoorzieningen als water, sanitair, behuizing, transport en onderwijs. Deze ruimtelijke en demografische expansie van mega-stedelijke regio’s is, naast klimaatverandering, de stijgende zeespiegel, de groeiende inkomens ongelijkheid en de polarisatie tussen rijkdom en armoe, een van de meest prangende crisisverschijnselen als gevolg van een voortschrijdende, planetaire urbanisering. Het is een proces dat al meer dan dertig jaar aan de gang is en dat nauwkeurig wordt gemonitord door officiële instanties als UN-Habitat maar waar vanuit de traditionele ‘ urban studies’ weinig of niets tegenover wordt gesteld.. Met uitzondering misschien van de probleemstellende en alarmerende bijdragen van enkele kritische stadsonderzoekers als Neil Brenner of Ash Amin die in hun publicaties disciplinaire barrières proberen te doorbreken en nieuwe avontuurlijke en experimentele methodische onderzoekstrategieën beproeven.

 

Dat was precies ook de aanleiding voor het MOMA om het derde project in de serie: Issues in Contemporary Architecture, te wijden aan de mondiale problematiek van de groeiende sociale en ruimtelijke ongelijkheid als gevolg van de onstuitbare opmars van planetaire verstedelijking. Uneven Growth. Tactical Urbanisms for Expanding Megacities (tot mei 2015 in New York; in najaar in Wenen) is méér dan een architectuurtentoonstelling. Het is een samen met het Museum für Angewandte Künste in Wenen (MAK) georganiseerd laboratorium, atelier en platform voor een langlopend (via website), internationaal onderzoek naar architectonische interventies en bemiddelingsvaardigheden voor exploderende megasteden. Met de dubbele boodschap om de wereld te laten zien dat de ontwerpende disciplines juist in de initiërende (denk) fases van beleidsmaatregelen en uitvoeringsprogramma’s veel te bieden hebben en dat het museum, als cultureel instituut, daarbij de rol van ‘incubator’ in plaats van louter spiegel van nieuwe ideeën kan zijn.

 

De opkomende vloedgolf van de ‘ informele stad’

 

Ongelijkheid – in macht, rijkdom, inkomen, welvaart, vermogen – is vandaag de dag het centrale thema binnen wat Bernardo Secchi genoemd heeft ‘ de nieuwe urbane kwestie’ Sinds lang een vertrouwd begrip in marxistische georiënteerde, theoretische stadsstudies (Henri Lefebvre, David Harvey) heeft het nu ook de sociologie (Sennett) en (economische) geschiedschrijving (Piketty) bereikt en uiteindelijk, mede dankzij de wereldwijde acties van Occupy, ook de agenda’s van stedelijke autoriteiten en planningsinstanties. Over de onmacht, in de zin van het falen van het architectonisch modernisme bij het hervormen en transformeren van kapitalistische verhoudingen en machtsstructuren is sinds Tafuri’s Progetto e Utopia (1973) het nodige geschreven. Maar in de nadagen van een uitgeblust postmodernisme, gaat het debat niet over architectuurtheoretische kwesties, maar over de (bijna letterlijke) marges van selectieve interventies in concrete situaties en locaties.Op plaatsen waar de sociale, ecologische en politieke crisisverschijnselen van een ongecontroleerd kapitalisme, rechtstreeks de dagelijkse leefomstandigheden van (stads) bewoners raken.

 

 

Uneven Growth: Tactical Urbanisms for Expanding Megacities, heeft de pretentie om, in de meest brede zin van het woord, het internationale debat over de niet te stuiten vloedgolf van de informele stad (lees: de sloppenwijken en getto’s) op gang te brengen en te stimuleren. Het MOMA bracht daartoe zes, interdisciplinair samengestelde teams bij elkaar van lokale mensen van de praktijk (activisten) en internationaal georiënteerde onderzoekers, kunstenaars en ontwerpers. De opdracht was het verkennen en in kaart brengen van de mogelijkheden voor ontwerpinterventies in zes wereldwijde megasteden: Hong Kong, Mumbai, Lagos, Instanbul, Rio de Janeiro en New York. Ieder afzonderlijk team probeerde in een periode van bijna veertien maanden – ter plekke, seminars, sociale media – greep te krijgen op de bestaande situaties binnen de informele steden op gebied van eigendom, gebruik van voorzieningen en vooral op het zelf organiserende vermogen van ‘ sloppenwijkers’.  Verkennende onderzoeken niet ter voorbereiding van het maken van gebouwen, maar bedoeld om 1) het bedenken en uitwerken van uitvoerbare scenario’s voor het oplossen van locale problemen rond resp. waterbeheersing, bevolkingssamenstelling, huisvesting, woningmarkt en mobiliteit 2) het ontdekken van kansen voor nieuwe coalities tussen locale politici, beleidsmakers, bewoners en externe (vastgoedexploitanten, grondeigenaren,kerkelijke autoriteiten etc.) partijen bij het op gang brengen van (deel) oplossingen en verbeteringen en 3) het inzetten van beschikbare technologieën op bestaande, niet of slecht functionerende, collectieve voorzieningen en infrastructuren (retrofitting). Het is een aanpak die een begin wil maken met een nieuwe, architectonische praktijk, waarbij de klassieke en strategische notie van een top-down planning de confrontatie aangaat met allerlei tactische, locale strategieën in de vorm van alledaagse, bottom-up benaderingen van problemen binnen slecht of onrechtvaardig bestuurde, contemporaine metropolen.

 

The responsability of urbanism

 

De vraag is natuurlijk: wat heeft het zowel inhoudelijk als organisatorisch zwaar opgetuigde project, uiteindelijk opgeleverd? Wie de – onderling zeer verschillende – voorstellen bekijkt zal misschien teleurgesteld zijn over hun kwaliteit en realiteitsgehalte. In de praktijk blijken de verschillen in schaal, geografie, locale condities van ongelijkheid, bestuurlijke verhoudingen te groot om de zes geselecteerde steden als prototypen van mondiale, grootstedelijke ongelijkheid te laten functioneren..Maar wat de voorstellen op indrukwekkende wijze wel demonstreren, is de mogelijkheid van het inzetten van tactische vormen van ontwerp bij de  ‘upgrading’  van slums in en rond megasteden. Ingrepen die variëren van ambitieuze scenario’s tot subtiele, kleinschalige acties. Voorstellen die niet uit de lucht komen vallen maar, zoals die voor hergebruik en toekomst van verwaarloosde banlieu’s rond Istanbul, ontwikkeld en uitgevoerd (kunnen) worden in co-design met locale autoriteiten, bewonersgroepen en actievoerders. Vaak gaat het om scenario’s die bestaande, informele zo niet illegale bouwpraktijken opwaarderen tot integraal onderdeel van stedelijk beleid, zoals bijvoorbeeld in Mumbai waar Ensamble Studio (samen met MIT-PopLab) extreme dichtheid en congestie wil bestrijden door toekomstige groei te laten plaats vinden in de vrije ruimte boven de bebouwde stad. Soms ook letterlijk marginale ingrepen – zoals het initiatief voor The New City Reader in Hong Kong – die tezamen laten zien hoe ontwerpers, kunstenaars en stedenbouwkundigen, ook in complexe en onmogelijke stedelijke situaties als effectieve spelers kunnen functioneren. En hoe je zelfs met kleinschalige en bescheiden ingrepen  relatief grote veranderingen op gang kunt brengen. Maar belangrijker is misschien nog wel de demonstratie van een uitgesproken sociaal engagement vanuit de architectuur. Het verschil tussen een onmacht predikende architectuur van ‘business as usual’ en een creatieve non- architectuur van ‘unusual business’ (Elke Krasny). Het is het thema van de ethiek en verantwoordelijkheid van planning en stedenbouw in het tijdperk van neoliberale globalisering.

 

Uiteindelijk blijkt dit toch het dominante thema van het MOMA project over Uneven Growth te zijn. Parallel aan het onderzoek, de workshops en de tentoonstelling, heeft het MOMA een website geopend die kennis over de vele gezichten van de ‘ informele stad’ en de daarachter schuilgaande, politieke, economische en sociale werkelijkheid, tot algemeen goed wil maken. Het grote publiek op dwingende wijze wil confronteren met de urgentie van wereldwijde, maatschappelijke problemen die door een planetair urbanisme worden veroorzaakt. Een platvorm dat ook niet-deskundigen uitdaagt om bij te dragen aan een brede discussie over de betekenis en relevantie van de door MOMA aan de orde gestelde benaderingen en (mogelijke) oplossingen.

 

 

relevante websites:

 

recensies:

 

http://www.architectmagazine.com/arts-and-culture/moma-goes-tactical-with-uneven-growth-tactical-urbanisms-for-expanding-megacities_o.aspx

 

http://www.vulture.com/2014/11/review-momas-uneven-growth.html

 

websites Expo MOMA

 

http://www.moma.org/visit/calendar/exhibitions/1438

 

http://post.at.moma.org/content_items/553-a-call-for-change-from-collaboration-to-participation

 

http://uneven-growth.moma.org/post/102018040293/street-food-brooklyn-bridge-park-nyc-street

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: