Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Verander de Droom en je verandert de Stad (wat is architectuur? 5)

De Kunst & Wetenschap van Vastgoed

Venice fund logo

 

 

Terwijl in Nederland – net als elders in Europa – de discussie over de ethiek van de vastgoedsector beperkt blijft tot de roep om meer transparantie en de bezwering van corruptie en fraude op alle niveau’s, lijken toonaangevende architectuuropleidingen in Amerika vastgoed te hebben ontdekt als sleutel voor de maatschappelijke situering van de ontwerpende disciplines. Illustratief – en vooral informatief – voor deze jongste trend in het architectuur- en planningsdebat, is de laatste aflevering van Volume #42 (2014, 4) dat voor een groot deel is gewijd aan onderzoek, onderzoeksprojecten en onderzoekers van CURE – Columbia’s Center for Urban Real Estate. Het is samen met het Temple Hoyne Buell Center for the Study of American Architecture (zie vorige blog) een van de twee onderzoekcentra van de Graduate School of Architecture, Planning and Preservation (GAPP) van Columbia University. Met dit verschil dat CURE zich vooral richt op de onroerendgoed- en woningmarkt in New York City. In relatie tot de Architectuur Biënnale 2014 springen twee ambities in het oog: 1. de opstelling van het MOMA bij het cultureel ‘ framen’  van wetenschappelijk onderzoek d.m.v.een breed scala van initiatieven die tezamen een volstrekt nieuwe inhoud geven aan het verschijnsel architectuurtentoonstelling als museale categorie en 2. de professionele opwaardering van de vastgoed industrie tot een wetenschappelijke discipline door een koppeling met de publieke sector, de architectuur en de financiële wereld. Hoe een dergelijke samenwerking in de praktijk van opleiding en vooral onderzoek er uit zal of moet zien, daarover geven met name de interviews in Volume #42 met de initiatiefnemers van CURE – Vishaan Chakrabarti en Jesse M. Keenan, enige uitsluiting.

Volume-42-Art-Science-of-Real-Estate-200x259

 

Opmerkelijk in alle discussies over de veranderende status van de onroerendgoed sector binnen de ruimtelijke disciplines, zijn de aanspraken op ethiek, waarden en kunst. Daarmee komt ook de unieke samenwerking tussen vastgoed onderzoek en het MOMA in een bijzonder licht te staan.Wat beide initiatieven: die van de museale presentatie en academische opwaardering van vastgoed als sector en praktijk met elkaar verbindt is de vastbeslotenheid om vanuit wetenschap en kunst op activistische wijze te reageren op de maatschappelijke gevolgen van de wereldwijde economische recessie en, in het verlengde daarvan,  op de crisis van de financiële markten in 2008 als gevolg van de problemen rond Amerikaanse hypotheken en met name van de zogenaamde ‘ foreclosures’: de gedwongen huizenuitzet.

 

 

Foreclosed: Rehousing the American Dream (MOMA 2011/2012)

 

Ontmasker de droom en je verandert de stad! Dat is de boodschap van The Buell Hypothesis, verrassende analyse van de werking van de Amerikaanse huizenmarkt in de vorm van een klassieke dialoog dat tegelijk ook als script voor een tentoonstellingsproject van het MOMA heeft gediend. Dit is de tweede in een serie van drie exposities die MOMA wijdt aan  Issues in Contemporary  Architecture. Op de eerste tentoonstelling in 2010 werden plannen getoond voor de herinrichting van de verwaarloosde waterfrontgebieden van New York en de derde is op dit moment in New York – en in het najaar ook in Wenen – te zien en gewijd aan de problematiek van de schier onstuitbare opmars van een planetair urbanisme, en de daarmee gepaard gaande sociale ongelijkheid en socio-ecologische neven-effecten (Uneven Growth: Tactical Urbanisms for Expanding Megacities, 2014/5).

Foreclosed MOMA 12

 

MOMA heeft een indrukwekkende traditie in het aan de orde stellen van contemporaine architectuur, te beginnen met de befaamde/beruchte expo over The International Style (1932). Wat opvalt in het recente architectuurprogramma is dat niet de esthetische of stilistische maar vooral de sociale en maatschappelijke benadering van de architectuur de eigenlijke drijfveer is. Het programma haakt nadrukkelijk in op recente trends in het architectuur- en urbanisatie debat zoals dat op dit moment binnen de muren van de  architectuur- en planningsinstituten wordt gevoerd. Daarbij gebruikt MOMA haar positie als invloedrijk cultureel instituut om allianties aan te gaan met zowel overheidsinstanties als private ontwerpbureaus en wetenschappelijke onderzoekscentra bij het zo scherp en adequaat mogelijk aan de orde stellen van actuele issues op gebied van metropolitaan en suburbaan wonen en leven. Het MOMA stelt zich in dit soort evenementen niet op als een neutraal platvorm, maar eist – via  sociale media, seminars, debatten, publicaties – een volstrekt eigen rol op in het publiek  bewust maken en ter discussie stellen van conventies en nieuwe kansen op gebied van urbane huisvesting,openbaar vervoer en leefomstandigheden in de context van een mondiaal expanderende urbanisatie.

Een nadere analyse van recente architectuur evenementen die uit de samenwerking tussen MOMA en de architectuuropleidingen van Harvard en Columbia voortkomen, biedt de mogelijkheid om de maatschappelijke urgentie van de door de Architectuur Biënnale aan de orde gestelde problematiek, scherp(er) in beeld te krijgen.

 

 De in 2012 door het MOMA gepresenteerde show Foreclosed: Rehousing the American Dream is een buitengewoon instructief en enerverend voorbeeld hoe een dergelijke samenwerking tussen wetenschappelijk onderzoeksinstituut, ontwerpbureaus en museum, in de praktijk functioneert. De hier beproefde aanpak maakt bovendien duidelijk waarom het Buell Center zich in 2014 genoodzaakt voelde om, weliswaar ongevraagd, een bijdrage te leveren aan de Architectuur Biënnale in Venetië (zie vorige blog).

Het alles overheersende thema van de door MOMA en het Buell Center gezamenlijk georganiseerde architectuurmanifestatie, is dat nu het juiste moment is aangebroken voor een radicale heroverweging van het (sub) urbane wonen in Amerika als economisch en vooral cultureel (erf) goed. Op een moment dat miljoenen Amerikanen, verspreid over het hele land, blijken te zijn opgezadeld met ingewikkelde hypothecaire constructies, geconfronteerd worden met gedwongen huisuitzetting (in 2008 meer dan 3 miljoen), hele woonwijken en zelfs steden (Detroit!) er troosteloos en verlaten bijliggen, heeft de heroverweging van wat een huis, woning, woonwijk of stad in de Amerikaanse cultuur betekent, de hoogst mogelijke urgentie. De tijd is voorbij voor een incidentele correctie van de (Amerikaanse) huizenmarkt, voor het bedenken van nieuwe financiële injecties of enkel betere wetgeving. Het is niet voldoende om opnieuw te gaan sleutelen aan wat in Nederland besmuikt ‘ de bouwkolom’ wordt genoemd: het ondoorzichtige systeem van schakels tussen opdrachtgever en uitvoerend bouwbedrijf.

 Foreclosed_Rehousing_the_American_Dream_PB

Foreclosed: Rehousing the American Dream heeft ook niet de pretentie kant klare alternatieven oplossingen of alternatieven te presenteren voor de bestaande manier van stedelijk wonen in Amerika, maar veeleer de typisch Amerikaanse culturele lading achter het eigenwoningbezit – The American Dream – ter discussie te stellen. Centraal staat de vraag naar het hoe en waarom de fictie van het bezit van een eigen, vrijstaand huis – kern van The American Dream en toegangsbewijs voor een volwaardig Amerikaanse burgerschap en maatschappelijk aanzien – de werkelijkheid van de publieke schade in termen van geld, ruimte, tijd en energie nog steeds legitimeert en in stand houdt. In die zin draait het hele project en alle publiciteit daarom heen, om het op gang brengen van een ‘ander’ betoog en andere manier van denken over wonen en leven in de Amerikaanse stad. Een denkoefening waarin de culturele aanspraken op het particuliere woningbezit en de daarmee verbonden waarden worden geconfronteerd met en uit onderhandeld tegen die van de publieke leefbaarheid en bewoonbaarheid van de openbare omgeving, de suburb, de stad, regio en de natie,  en uiteindelijk ook van de hele wereld.

 

The Buell Hypothesis: ontmasker de Droom en je verandert de stad!

 

In de zomer van 2011 werkten in MOMA PS1 (een aan het MOMA gelieerde atelier- en expositieruimte in de New Yorkse stadswijk Long Island City) vijf interdisciplinaire ontwerpteams bestaande uit architecten, stedenbouwkundigen, ecologen, ingenieurs en landschapsarchitecten aan voorstellen voor een radicaal andere aanpak van huisvesting en transport in Amerika. De teams hadden de nadrukkelijk opdracht van de initiatiefnemers – MOMA en Buell Center – om niet enkel met nieuwe formele concepten te komen, maar ook om de dragende infrastructuren van vastgoedontwikkeling, financiën en openbaar bestuur te heroverwegen. De focus was niet op de stedelijke centra maar heel nadrukkelijk op de suburbane woongebieden die zowel ruimtelijk als ook in het publieke debat steeds meer naar de periferie dreigden te verdwijnen. In hun ontwerpgericht onderzoek werden de teams zowel gestuurd als uitgedaagd door een plandocument – The Buell Hypothesis – waarin de sociaal-culturele werkelijkheid van de huisvesting in Amerika vanaf de Grote Depressie tot aan de Financiële Crisis van 2008, op beeldende wijze werd geanalyseerd en uiteindelijk samengevat in een aantal provocatieve stellingen.

 

Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelden of nooit een spannender betoog (450 bladzijden!) over het magische spanningsveld tussen feit en fictie in huisvesting en woningbouw, heb gelezen.

 

foreclosure

Wie hierbij onmiddellijk moet denken aan de nota’s en scenario’s zoals die met grote regelmaat door uiteenlopende planbureau’s in Nederland op volk en vaderland worden afgevuurd, komt bedrogen uit. Om het dominant narratieve karakter te onderstrepen van de kennis waarmee zowel ontwerpers maar ook beleidsmakers op terreinen van wonen en huisvesting worden gestuurd, is The Buell Hypothesis verpakt in een raamvertelling over een nationaal symposium van deskundigen over The American Dream waar doorheen weer een script is gemonteerd van een road movie waarin twee deelnemers in de auto onderweg zijn naar het congrescentrum en met elkaar discussiëren over wat ze op en langs de weg en in de talloze files aan (woning) bouw zien. Om te illustreren hoe fundamenteel de technische, financiële en ruimtelijke problemen van het wonen en de huisvesting in Amerika vast zitten aan wat er in hoofd en hart van de gemiddelde Amerikaans burger leeft, bestaat het tweede gedeelte van de hypothese uit een overstelpende knipselkrant van uittreksels, interviews, persberichten over allerlei gebeurtenissen die exemplarisch zijn voor het publieke debat over de Amerikaanse suburb. Uit het leven gegrepen documenten die illustreren hoe de Amerikaanse Droom de fictie van de voorstad elke dag weer opnieuw voedt en daarmee in stand houdt.

Het derde en laatste deel is een verslag van het symposium dat, niet toevallig, plaats vindt op 18 februari 2009, de dag na dat Obama zijn groot economisch herstelplan ter waarde van 800 miljard euro heeft afgekondigd, een investeringsplan gericht op aanleg van nieuwe infrastructuren en op het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technologieën voor een duurzaam gebouwde omgeving. Tijdens het symposium komen acht sprekers aan bod die gedetailleerd ingaan op acht concrete, suburbane situaties in gebieden die centraal gelegen zijn in de acht verspreid over heel Amerika gelegen mega-regio’s. En omdat dit toevallig ook de regio’s zijn waar de grote investeringen op gebied van infrastructuur (o.a. regionale high speed railverbindingen) en technologieontwikkeling zullen plaatsvinden, zijn de hier geselecteerde suburbane woongebieden in de ware zin van het woord testcases. Stedelijke locaties waar veronderstellingen en vanzelfsprekendheden – over eigenwoningbezit, woon-werkverkeer, energiegebruik, vastgoedbeheer etc. –  worden geconfronteerd met en uitgedaagd door investeringsprogramma’s met nieuwe, uitvoerbare projecten die uiteindelijk de basis zouden kunnen vormen voor een radicaal anders en vernieuwd debat over het suburbane wonen en, uiteindelijk, over de geldigheid van de ‘ Amerikaanse Droom’ . Dat was precies de opgave aan de vijf interdisciplinaire teams die in de zomer van 2011 in een dependance van het MOMA aan de slag zijn gegaan met vijf van de acht suburbane stadslocaties.

Buell Hypothesis

 

Dit is niet de gelegenheid om gedetailleerd in te gaan op de ontwerpvoorstellen die in 2012 in het MOMA werden geëxposeerd en via een indrukwekkend programma van publieke debatten, discussies, interviews, You Tube video’s etc. bijna letterlijk in omloop zijn gebracht. Zie hiervoor de (interactieve) website van het MOMA waar alle plannen getoond en toegelicht worden. Op deze plaats wel een korte samenvatting van het in The Buell Hypothesis op locatie bijeengebrachte onderzoekmateriaal en van de kern van de hypotheses die op grond van de informatie over de acht locaties zijn ontwikkeld.

 

De fictief tijdens het symposium gepresenteerde casussen betroffen reële suburbane situaties in bestaande grootstedelijke gebieden. The Buell Hypothesis heeft dus niets te maken met gefantaseerde scenario’s voor vrijblijvende architectonische exercities. Om de theses over The American Dream aan de dagelijkse praktijk van stedelijke ontwikkeling te kunnen toetsen hebben de onderzoekers gezocht naar een zo representatief mogelijke selectie van suburbs verspreid over de acht megaregio’s van het land. Per locatie hebben ze gebruik gemaakt van zowel nationale (US Census Bureau) als regionale en locale informatiebronnen met vergelijkbare data over economische en sociaal-culturele sectoren: industrie, huisvesting, verkeer, werkgelegenheid, inkomen, eigendomsverhoudingen, hypotheken, armoede, sociale ongelijkheid, transport etc.) En uiteraard ook data en ambities op gebied van projectontwikkeling, onroerend goed en vooral ruimtelijke planning. Welke conclusies kunnen, tenslotte, worden getrokken uit deze comparatieve analyse, waarin de fictie van Amerikaanse Droom wordt getoetst aan de harde en vooral hardnekkige feiten van de suburbane werkelijkheid? 1. De globalisering raakt zowel het binnen als buiten van datgene wat we bewonen 2. De suburb is niet een standaard Amerikaans woontype, maar wel een type stad. 3. Woningen/huizen zijn tezamen een type huisvesting en vormen het basismateriaal van de verstedelijking. 4. Als je het culturele verhaal achter de eengezinswoning weghaalt, verander je daarmee de stad!

 

Blijft over de vraag of daarmee de Amerikaans Droom als verbindend (erf)goed uit het publieke bewustzijn moet worden verdreven?. Het antwoord is: Neen! In ieder geval wel als een absolute waarheid en vooral onvoorwaardelijk gegeven waar de een wel en de ander geen toegang tot heeft. Maar niet als onderwerp voor een dialoog waarover gepraat en onderhandeld kan worden. Misschien is dit een utopie, maar wel een waar de architectuur in het verleden wel mee uit de voeten kon.

moma_foreclosed_installation1

 

 

relevante website adressen:

 

Volume 42#

http://archis.org/publications/volume-42-art-science-of-real-estate/

 

MOMA  Foreclosed: Rehousing the American Dream:

 

http://www.moma.org/interactives/exhibitions/2012/foreclosed/

 

https://anchalproject.wordpress.com/2012/05/14/momas-foreclosed-rehousing-the-american-dream-exhibition/

 

 

The Buell Hypothesis

 

http://www.moma.org/interactives/exhibitions/2012/foreclosed/buell_hypothesis

 

http://www.commentsonforeclosed.com/

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: