Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Europa’s Grensland

Europa’s Grensland

Over:

Karl Schlögel, Entscheidung in Kiew. Ukrainische Lektionen, München 2015

 

Schlögel_24942_MR1.indd

Oekraïne: ‘terra incognita’

‘De stad is ouder, beter en vooral schoner dan alles wat er op dit moment plaats vindt. Vuil heeft nooit echt vat op haar gehad. Maar nu hebben de luizen uit de gevangenissen en kazernes zich van haar heerlijk lichaam meester gemaakt. Op de straten lopen cyclopen in zwarte pelsmantels, kozakkenofficieren die naar hond en wolf roken, pet dragende arbeiders van  het verslagen rode  leger, tot op hun voetzolen opgeladen met een dierlijke elektriciteit van gezondheid en jeugd. Er zijn mensen op wie de kans om straffeloos te moorden de uitwerking heeft van een fris mineraalbad. Voor dit slag mensen met kind-brutale en gevaarlijk holle ogen is de Krim een waar Kuuroord…’.

Zo schetste de Russische dichter Ossip Mandelstam de sfeer in Feodossija in het voorjaar van 1920. Hij was in deze bijna mediterrane stad aan de Zwarte Zee terecht gekomen om de gruwelijkheden van de burgeroorlog in steden als Moskou en Kiew te ontkomen. In zijn autobiografie schetst hij een liefdevol portret van een Krimstad die de bezetting door de generaals van het Witte Leger met ‘ waardigheid’  probeert te dragen.

Ik moest aan Mandelstam denken bij het lezen van het recente reportage van Karl Schlögel over de verschrikkingen die vandaag de dag plaatsvinden in de steden van het door een burgeroorlog geteisterde, Oost-Oekraïne. Hij was daar in het voorjaar van 2014 en liep rond in o.a. Charkov, Donezk, Dnipropetrowsk en tal van kleinere steden en dorpen in het Donezkbekken, waar separatisten – die de regio onafhankelijk van Oekraïne willen maken – vechten tegen regeringstroepen. Schlögel registreert, net als Mandelstam, wat er zich voor zijn ogen afspeelt: ‘ Wat zich hier onder de banier van de Volksrepubliek heeft geschaard, is net zo bont en bij elkaar geraapt als de uniformen die ze dragen. De gemaskerde mannen doen soms denken aan de uit de geschiedenis bekende bendes van landknechten en legionairs. Er komt een dag waarop hun daden, hun retoriek en carrière zal worden gewogen door biografen en analisten en hopelijk ook door rechters. Wel is duidelijk dat men dit volk niet zo maar kan afdoen met termen als ‘ schuim’ of het ‘droesem’ van de natie, al bevinden zich juist daar hoge concentraties van deze typen: kleine criminelen, losgelaten uit de gevangenis; huurlingen, voormalige lijfwachten, vechtsportinstructeurs, drugsverslaafden, volk dat geen idee of ideologie nodig heeft om zijn gang te kunnen gaan. Een ook niet onbelangrijke groep zijn de veteranen uit de (post) sovjet oorlogen in Afghanistan,  Tadschikistan en Tsjetsjenië; uit de militaire acties in Transnistrie en Joegoslavië. Dat zijn de professionals tegen wie de braaf getrainde rekruten en reservisten van het onervaren leger van Oekraïne geen schijn van kans hebben. Wie de lijst van krijgsheren, zelf benoemde gouverneurs, hoofdmannen en commandanten van de Volksrepubliek natrekt, stuit op een hoog gehalte aan pathologische figuren, op ‘killer carrières. En de plaatsen waar zij hun ervaring hebben opgedaan, zijn allemaal terug te vinden  op hun tatoeages’.

Donezk weitere-spannungen-abspaltung-der-ostukraine-41-52123503

Ergens in dit boek schrijft Schlögel dan men moeilijk een serie portretten kan schrijven van steden die op hetzelfde moment worden getroffen door zware bombardementen. Dat verklaart enigszins het ongebruikelijke zo niet hybride karakter van zijn boek: dat draagt de onmiskenbare sporen van de stilte van de studeerkamer, maar maakt tegelijkertijd het brute geweld in de steden hoorbaar. Het pretendeert een beeld te geven van Oekraïne, maar is geen geschiedenis van Oekraïne. Die is al vele malen verteld. Het is ook geen poging om de actuele ontwikkelingen en gebeurtenissen op de voet te volgen of te becommentariëren: dat is en wordt op vaak heldhaftige wijze al gedaan door reporters en journalisten.’Mijn manier om een beeld te maken is het ontsluiten van historische topografieën.’ Dat is een vorm van urbane archeologie waarin steden – hun plattegrond, de straten en gebouwen – worden gelezen als palimpsesten: over elkaar geschreven teksten die moeten worden ontcijferd om het verleden tot spreken te kunnen brengen. In dit boek wordt de (recente) geschiedenis van Oekraïne geschreven aan de hand van wat daarover in grote steden als Kiev, Charkov en Donezk  nog terug te vinden is en wat daarover ter plaatse – in de media maar ook in stad- en streekmusea –  wordt verteld. In de context van de geschiedenis van Oekraïne niet als een etnisch, maar politiek gedefinieerde natie waarvan het grondgebied en cultuur door een reeks van totaal verschillende historische wereldmachten is bepaald, versterkt de focus op de schaal van de stad de twee nationale kleuren van Oekraïne: Oekraïne betekent niet alleen letterlijk: grensland, het is, historisch gezien, ook een laboratorium van grenzen. En, vervolgens,: Oekraïne is een veelvolkerenstaat waar niet alleen Oekrainers en Russen samenleven, maar ook Polen, Duitsers, Witrussen, Joden, Grieken, Armeniërs, Hongaren, Bulgaren en Slowaken. In die zin is de ontdekking en ontsluiting van Oekraïne als grensland en veelvolkerenstaat, ook een verkenning van ‘ Europa in het klein’.

Een prachtig, cartografisch overzicht van de verschuivende grenzen in dit deel van Europa is te zien op de virtuele tentoonstelling van de Martin-Opitz Bibliotheek in het Duitse Herne. Ga naar: http://grenzraum.martin-opitz-bibliothek.de/historischer-hintergrund

 donetsk

Donezk: stedenmoord in de twintigste eeuw

We zijn als historici niet gewend om ooggetuigen te zijn in onveilige situaties. We hebben, zegt Schlögel in zijn inleiding, het handwerk van het beschrijven van veldslagen nooit geleerd. Als waarnemers en beschrijvers vanuit de verte zijn we eenvoudigweg overbodig geworden. Om datgene wat zich op dit moment in Oost Oekraïne en de Krim afspeelt, te kunnen beschrijven, moeten we ons opnieuw instellen. De beroepsmatige terughoudendheid en het zoeken naar een nieuw ‘ format’ om de complexiteit maar ook de rijkdom van Oekraïne in beeld te brengen, heeft in dit boek echter niet altijd tot een overtuigende aanpak geleid. Van alle steden die worden beschreven – Kiew, Odessa, Jalta, Charkov, Dnipropetrowsk, Donezk, Czernowitz en Lemberg – blijven de beelden van Charkov en vooral Donezk, de lezer het langst achtervolgen. Dat komt omdat vier van de acht opgevoerde steden, ‘ updates’ zijn van oudere versies (Odessa, Jalta, Czernowitz en Lemberg). Hier is de historicus nog op vertrouwd terrein en kunnen thema’s als die van grensland en veelvolkerenstad breed worden uitgemeten. Maar in de metropool en miljoenenstad Kiew – maar vooral in de grote steden in Oost Oekraïne – heerst sinds de rebellie op de Maidan, een eigenaardige ‘schemertoestand’ waarin schijn en werkelijkheid naast en door elkaar bestaan. En is het moeilijk om een vorm te vinden om het precaire evenwicht tussen stedelijke vastberadenheid en collectieve kwetsbaarheid zo niet zwakheid, in kaart te brengen. Maar het is juist dit tastend zoeken naar het juiste midden tussen een actief aanwezige waarnemer en een zakelijk, onsentimentele deskundige dat Schlögels verslag van de oorlog in de stad en de regio Donezk, zo spannend en intrigerend maakt.

Donezk 2014

In dit centrale hoofdstuk in zijn boek probeert hij een antwoord te vinden op de vraag: hoe hou je een miljoenenstad als Donezk in gijzeling? Want dat is wat er sedert april 2014 in feite plaatsvindt. Het huidige Donezk is een klassiek voorbeeld van een stad die op weg is naar een langzame dood. Toen Schlögel daar eind april 2014 was, was er ogenschijnlijk nog niets aan de hand. De trams en taxi’s reden nog door de stad, winkels waren open, en overal was veel volk op straat. Maar intussen hielden pro-Russische activisten wel het bestuurscentrum bezet.  Schlögel zelf dacht, net als de regering in Kiev overigens, dat het niet meer dan een provocatie was en kon zich niet voorstellen dat de miljoenenstad door een dergelijk kleine groep, lang in gijzeling kon worden gehouden. Maar inwoners dachten daar anders over. Iemand schreef in zijn blog: ‘ Donezk ziet er uit als een mens die ten dode is opgeschreven, maar nog niet beseft dat hij op het punt staat van sterven. De stad ziet er bijna uit zoals vroeger. Bijna, want er zijn al zweren in de vorm van controle posten en barricades van betonblokken en gemaskerde mannen met machinegeweren op straat’. Eenmaal thuis zag Schlögel op CNN en talloze Oost-Europese kanalen hoe een symbolische bezetting sluipenderwijs escaleerde tot een gewelddadige bezetting en regelrechte stadsterreur. Omdat de regering in Kiew – om welke reden dan ook – geen antwoord had op de  ‘terroristische’ overmeestering van de publieke instituties, radicaliseerde de ‘ kidnapping’ van de stad tot een illegale, bestuurlijke praktijk, tot een dictatuur van willekeur waarin plundering, verkrachting, folter en zelfs executies aan de orde van de dag zijn.

Om echt op de hoogte te blijven van wat er dagelijks gebeurt: welke wijk er wordt beschoten, waar het spoor- en wegennet gebombardeerd en waar de zoveelste raket is ingeslagen, liggen op het bureau, thuis in Berlijn,  naast boeken, talloze stadsplattegronden en stafkaarten. De studeerkamer transformeert zich in een soort CNN-achtige, ‘Situation Room’ waar voortdurend beelden en berichten binnenkomen over de systematische transformatie van Donezk tot een onheilspellend oorlogslandschap. Vele inwoners hebben de stad al verlaten, de overblijvers trekken zich terug uit het centrum of bivakkeren in geïmproviseerde schuilkelders. Leegstaande woningen worden door vreemdelingen bezet, hotels zijn veranderd in kwartieren van rondzwervende strijders en hun vriendinnen. De stad van ‘een miljoen rozen’, zoals die zich sedert de jaren zestig als een Sovjet variant van het Amerikaanse Detroit heeft ontwikkeld, is veranderd in een spookstad waar het groen van de uniformen het straatbeeld domineert. Waar niet het geld maar de kalaschnikow het dagelijks leven beheerst.

Donezk Heimatmuseum 2014

Stadsgeschiedenis van ‘ onder op’

De systematische vernietiging van de gigantische mijnbouwindustrie in de Donbass regio en de  afbraak van de social fabric van haar hoofdstad Donezk, worden door Schlögel aan de hand van tal van ‘ ongebruikelijke’ bronnen, gedetailleerd in beeld gebracht en, als catastrofe, vergeleken met historische voorbeelden van ‘ stadsmoorden’: van Stalingrad tot Aleppo. Ook laat hij, aan de hand van presentaties uit het toen nog niet verwoeste, Heimat Museum zien, dat dit niet de eerste keer is dat Donezk aan de rand van de afgrond staat: de Sovjets zijn in 1932/33 (Hebdomor) en 1937/38 (Grote Terreur) maar ook de Duitsers daarna (1941/43)  de Separatisten voorgegaan om via een vernietigingspolitiek van  uithongering, massadeportaties, executies, terreur en genocide, Oost Oekraïne te destabiliseren en op de knieën te krijgen. De beschrijvingen daarvan zijn huiveringwekkend maar, brengen door hun gedetailleerdheid het boek ook enigszins uit balans.

Ondanks de uitvoerige inleiding en het bijna dramatische nawoord, heb ik me tijdens het lezen voortdurend afgevraagd: wat voor een soort boek is dit? Welke manier van geschiedschrijving wordt hier uitgeprobeerd? Ik beschouw het boek als een voorbeeld van   hoe een Midden en Oost-Europa Rusland kenner (‘Versteher’) op dit moment naar de toestand en ontwikkelingen in  (Oost) Oekraïne kijkt en daarbij de grenzen verkent van een objectieve, op waarneembare feiten gebaseerde geschiedschrijving. Mij fascineert dit boek vooral  als een bijna extreme vorm van geëngageerde geschiedschrijving, een manier van stedenbeschrijving die zo dicht mogelijk bij de feitelijke gebeurtenissen op straat en de dagelijkse ervaring van stadsbewoners wil komen. Maar wat de lezer op den duur gaat opbreken is wat Hubert Smeets in een heel andere context de ‘ eenzijdige historische stellingname’ heeft genoemd en het ontbreken van het ‘ politieke verstaan’ van het Oekraïne conflict.

Rusland Poetin Smeets

Onder politiek ‘verstaan’ reken ik niet enkel de analyse van de achtergronden van concrete, militaire, diplomatieke of politieke handelingen en gebeurtenissen, maar ook het blootleggen van de daarachterliggende ideeën, theorieën en mythen. Mijn verbaast het dat Schlögel, die in zijn Berlijnse ‘Situation Room’ vrijwel continu online is met alles wat er dagelijks vanuit Donezk en omgeving wordt gemeld, de politieke nuances tussen de berichten uit Kiev als regeringscentrum en die uit het belegerde Donezk, veronachtzaamt. En zich nauwelijks bezighoudt met het complexe, etnologische microperspectief waar het medium van het Internet een adequaat platvorm voor is. Daar komen  alledaagse, maar ook artistieke en politieke voorstellingen en zelfbeelden vanuit de stad zelf aan bod die uitsluitsel geven over de bronnen (voorstellingen, mythen, verhalen) van waaruit het vermogen tot weerstand en overleven van de stad kan worden begrepen.

Een tamelijk ingewikkeld maar fascinerend voorbeeld van wat een dergelijke benadering is en oplevert, heeft de  Oekrains-Duitse (literatuur) wetenschapper Tatjana Hoffman beproefd in een onderzoek naar de manier waarop historische mythevorming rond de stad Sevastopol op de Krim via internet ‘ vanonder op’ verder wordt geschreven. Ga naar: http://www.digitalicons.org/issue01/pdf/issue1/The-Third-Siege-of-Sevastopol_T-Hofmann.pdf

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 18 maart 2016 door in .

Navigatie