Toen kathedralen nog blank waren (4)

Le Corbusier en de rechtse verschijningsvorm van het Modernisme

Le Corbusier 1951

2015 had het jaar van Le Corbusier moeten worden, het jaar waarin de mysterieuze verdwijning en dood van de wereldberoemde Franse architect in 1965 zou worden herdacht met onder anderen een zorgvuldige en subtiel gecomponeerde expositie in het Centre Pompidou te Parijs. Maar het pakte allemaal anders uit. 2015 is veel eerder het jaar geworden waarin Le Corbusier door de (Franse) media officieel tot ‘fascistisch architect’ is verklaard.

Was de ‘ongrijpbare’ architect, bekend onder de naam Le Corbusier, een ‘fasciste’ en/of enkel  ‘fascisante’  wiens projecten voor volkshuisvesting en tuinsteden gemodelleerd waren op fascistische voorbeelden, of was hij een oprechte humanist die zich bekommerde om de leef- en woonomstandigheden van mensen of gewoon een politieke naïeveling die net als zovele andere architecten bereid was om tot elke prijs zijn diensten aan welk politiek regiem dan ook?

Le Corbusier 2015

In een periode waarin het Front National en zijn tegenstanders begrippen als ras, discriminatie en het collaborerende Vichy-regiem tot ijkpunt van alle soorten goed en kwaad hebben gemaakt, raakten de verdachtmakingen aan het adres van Le Corbusier – en zijn pleitbezorgers! –  een gevoelige snaar binnen de Franse samenleving. De publieke ophef en verontwaardiging was dan ook groot, mede ook omdat de expositie in Centre Pompidou over Le Corbusier en de menselijke maat, de vermeende ‘duistere’ politieke kanten van zijn artistieke producties volledig negeerde. Zelfs een door de curatoren haastig toegezegd (wetenschappelijk) seminar over ‘Franse architecten in de dagen van Vichy’, bracht geen echte verlichting, omdat de ‘tegenstanders’ (kritische historici en onderzoeksjournalisten) daar niet welkom waren en de aanwezige deskundigen, naar de smaak van de media, niet bereid waren Le Corbusier rond uit tot fascist te bestempelen.

Le Corbusier Perelman 2015

Le Corbusier’s ‘kille wereldbeeld’

 In deze blog wil ik nader ingaan op de serieuze ideeën- , kunst- en architectuurhistorische studies naar Le Corbusier’s politieke standpunten, uitspraken en acties waar de Le Corbusier’s Franse critici in hebben gegrasduind en (soms) naar verwijzen. En, vervolgens, zal ik, (in een volgende en afsluitende blog) de recente trends in het onderzoek naar connecties tussen esthetisch modernisme en fascisme, spiegelen aan het beeld dat Rolland van Le Corbusier en de politieke werkelijkheid in Frankrijk ‘onder Vichy’ in zijn Vezelay Journal heeft geschetst.

Le Corbu Vichy

Nu de kruitdampen enigszins zijn opgetrokken en de meeste anekdotes over Le Corbusier’s politieke keuzes en acties de status van eindeloos herhaalde media quotes hebben bereikt, lijkt het mikpunt van alle woede en onbehagen niet zozeer Le Corbusier zelf te zijn, als wel kunst- en vooral architectuurhistorici voor wie de verbanden tussen modernistische avant-garde en politiek (nog steeds) een blinde vlek zijn. De belangrijkste feiten over Le Corbusier’s engagement met fascistische doctrines, bewegingen en regimes zijn al sinds de jaren tachtig bekend en gepubliceerd, zonder uitzondering gepubliceerd door niet-Franse  onderzoekers. De werkelijke betekenis daarvan is in Frankrijk niet of nauwelijks tot het grote publiek doorgedrongen omdat zelfs in de meest recente biografie van Le Corbusier, politiek nog steeds taboe is.

Le Corbusier Guillemette-Morel-Journel_editions-monuments-nationaux_le-mot-la-chose_01

Sinds de baanbrekende publicatie van de Amerikaanse, vrouwelijke kunsthistoricus Mary McLeod: ‘Architecture or Revolution: Taylorism, Technocracy, and Social Change’ (1983!) is duidelijk geworden dat Le Corbusier’s ‘uitstapje’ naar Vichy in 1941 geen incident was maar veeleer de culminatie van een levenslange belangstelling voor ideologische en artistieke principes van protofascisme en fascisme in Frankrijk.

In de jaren twintig en dertig was Le Corbusier actief betrokken bij verschillende reactionaire stromingen in Frankrijk, uiteenlopend van  Georges Valois’ Le Faisceau – de eerste, openlijke fascistische partij buiten Italië  –  via Ernest Mercier’s Redressement Français tot aan Hubert Lagardelle’s regionalistisch syndicalisme. Ook schreef hij regelmatig in fascistische tijdschriften als Plans, Prélude en L’ Homme Réel. En probeerde hij in fascistisch Italië voet aan de grond te krijgen en dictator Mussolini persoonlijk  (tevergeefs) te interesseren voor zijn plannen. Wat hem met deze fascistische bewegingen verbond was een uitgesproken verheerlijking van ‘scientific management’, van techniek en technologie, een fascinatie voor de ‘machinebeschaving’ die hij na de beurscrash en crisis van het industrieel kapitalisme in 1929, soepel inruilde voor een op grond (bezit), ambacht en traditie gebaseerde, agrarisch gerichte productiesamenleving. Le Corbusier’s  betrokkenheid bij allerlei reactionaire bewegingen maakt hem niet direct tot een fascistisch activist en ideoloog. Wel is duidelijk dat zijn idealisering van Taylorisme en Fordisme, en vervolgens van (neo) syndicalisme waar vrijwel al zijn geschriften over architectuur en urbanisme vol van staan, de esthetische component is van een fascistische verheerlijking van autoritair leiderschap binnen een harmonieuze – d.w.z. corporatistisch en antidemocratisch geordende – maatschappij. En die boodschap – beter nog: dit appel – werd door fascistische leiders in die zin ook begrepen en overgenomen!

Le Corbusier LÉsprit Nouveau

Paradigmaverschuiving

 Architectuurhistorici zijn geneigd om Le Corbusier’s inspanningen om fascistische kringen te interesseren voor zijn technocratische visies op de architectuur, stad en planning te bagatelliseren en af te doen als opportunistisch, naïef en te weinig gericht (MacLeod; Fishman; Cohen). En als zijn projecten al besmet zouden zijn door fascistische elementen, dan zouden die eerder betrekking hebben op artistieke representatie dan op gericht ideologische effect. Deze schroom steekt schril af tegen het ‘game-changing work’ van Diane Ghirardo, die al in 1980 het enthousiasme van de Italiaanse rationalistische architectuurbeweging voor het fascisme onverbloemd aan de kaak stelde en daarmee een nieuw veld van kritische architectuurgeschiedenis heeft bloot gelegd (Richard Etlin, David Rifkind, Dennis Doordan etc.).

Op dit moment lijken de Le Corbusier studies een vergelijkbare, paradigmatische wending te krijgen vanuit politieke wetenschappen en vooral fascisme studies. In ieder geval  verschuift de aandacht  van het verder ‘demoniseren’ van de zogenaamde ‘belangrijkste architect van de twintigste eeuw’, naar het oplichten van de intieme verwantschap tussen avant-garde modernisme en fascisme, een historische realiteit waarvan Le Corbusier het ultieme symbool is.

Fascism Political Science

Fascisme: alternatieve moderniteit

‘Misschien kan ‘fascisme’ het best begrepen worden als een veelkantige en hybride cultuur en ideologie’, dat schrijft Maria Stone in haar commentaar op het onderzoek van een van de veel besproken geschiedschrijver en fascisme-kenner: Roger Griffin. Kern van diens recent onderzoek naar het fascisme als sociaal, cultureel en politiek project, is het ontraadselen van de grote aantrekkingskracht van het fascisme op de esthetische avant-garde tussen de beide wereldoorlogen. Hoe kon het gebeuren dat het fascisme zo ‘bevreemdend’ succesvol en aantrekkelijk werd voor miljoenen mensen, waaronder hele cohorten van hoog opgeleide Europeanen waaronder talloze prominente politici,  schrijvers, kunstenaars en academici? Zijn even onthutsend als provocerend antwoord, hier ongenuanceerd samengevat, luidt dat het fascisme van vóór en na de Eerste Wereldoorlog, niet een anti-modern en zeker niet enkel een reactionair fenomeen was. ’Het verzet van het fascisme, als ideologie en beweging, tegen de fundamentele ontwrichting sedert  1880 van de traditionele (burgerlijke) samenleving door verregaande modernisering, manifesteerde zich niet als een afkeer of omdraaiing van het (esthetisch) Modernisme, maar als een alternatieve vorm daarvan’. Wat bedoelt hij daarmee?

Fascism Griffin (2)

In zijn publicaties ontwikkelt Griffin een, wat hij noemt, een ‘nieuw metaverhaal’ over de hechte verknoping en onderlinge afhankelijkheid van modernisme en fascisme, twee fenomenen die bepalend zijn geweest voor de geschiedenis van de twintigste eeuw. De twee landen waar de fascistische ideologie in praktijk is gebracht, Duitsland en Italië, waren moderne, d.w.z. economisch geavanceerde en politiek/cultureel onderlegde samenlevingen. Griffin beschouwt  het fascisme primair als een reactie op de geestelijke, politieke en socio-culturele condities van de modernisering met een fundamenteel modernistisch perspectief. Een messiaanse belofte van (nationale) regeneratie, bevrijding en bovenal van de geboorte ‘vanuit het niets’ van een ‘andere’ werkelijkheid die de bestaande condities van de moderniteit overstijgt. Een perspectief dat het fascisme deelde met het modernisme (Moderne Beweging) en de daarbinnen opererende, historische avant-gardes. Kunst- en architectuurhistorici hebben tot nu toe weinig oog voor de aantrekkingskracht van het fascisme tijdens het interbellum, omdat zij modernisme eenzijdig identificeren met de ideeën, bewegingen en stijlen van linksgeoriënteerde,  avant-gardistische stromingen (in architectuur, beeldende kunst, film, literatuur en theater). De ‘cultural turn’ binnen de sociale wetenschappen heeft – in de roes van een alles relativerend postmodernisme –  historici de ogen gesloten voor het  ‘grote verhaal’ van het modernisme als een breed scala van innovatieve, sociale en politieke praktijken. En daarmee ook voor wat Griffin noemt, een ‘programmatisch modernisme’ dat opereerde als revolutionaire tegenbeweging ten opzichte van de westerse modernisering en de daarmee gepaard gaande verschijnselen van decadentie, destructie en ontwrichting. Het is in deze  politieke variant van het modernisme waar de onderlinge afhankelijkheid en overlap van fascisme en avant-garde het meest pregnant en productief is.

Avantgarde Fascism FrNCE iTALY

Het fascistisch modernisme van Le Corbusier

Ook al overdrijft Griffin de gemeenschappelijke, messiaanse dynamiek en overlap tussen fascisme en modernisme, en verwaarloost hij die andere kant van het fascisme: de botte verwerping van de moderniteit in naam van een organisch (en ruraal-idyllisch geïdealiseerd) verleden: zijn these over hun geheime verstandhouding geeft een nieuwe, theoretische wending aan het historisch onderzoek naar kunst en architectuur ten tijde van het interbellum. En aan dat naar de aantrekkingskracht van het fascisme op een architect als Le Corbusier. Weliswaar is de onderlinge afhankelijkheid van fascisme en modernisme al sedert de jaren tachtig van de vorige eeuw, geen taboe meer in de politieke en sociale wetenschappen; maar de vraag ‘hoe het filosofisch fascisme instrumenteel was voor de conceptuele methodes van de historische avant-gardes’, is daarmee nog niet beantwoord en eist preciezer en vooral ideologie-kritische kunst- en architectuurhistorische analyses. En dat geldt misschien nog meer voor de beantwoording van dezelfde vraag maar dan in omgekeerde richting: hoe verliep de impact van het esthetisch modernisme en de historische avant gardes op het fascisme in al haar politieke en ideologische varianten? Met andere woorden: hoe gaan we, in kunstwetenschappelijke zin, om met het begrip: fascistisch modernisme in kunst en vooral architectuur?

Fascist Visions Le Corbu

Er bestaat weliswaar een uitgebreide literatuur over architectuur binnen de fascistische bewegingen in Duitsland en Frankrijk, maar daarin wordt vooral gesproken over de symbolische waarde van architectuur en (stads) planning, over hun dienende c.q. representatieve functie. En blijft de vraag open naar hun constructieve zo niet productieve rol bij wat Diane Ghirardo in 1980 noemde: ‘Regime Building’ : de totstandkoming en verspreiding van fascisme als politieke ideologie en beweging.

Dat is precies het thema van het  (kunsthistorisch) onderzoek van Mark Antliff naar de implementatie van Le Corbusier’s architectuur- en stadsbeelden op de doctrines van militant fascistische bewegingen als Georges Valois’ Le Faisceau in de jaren twintig en dertig. Wat Le Corbusier en Valois met elkaar deelden – dat heeft Mary MacLeod vijfendertig jaar geleden al uitgelegd – was de bewondering voor Tayloristische en Fordistische productiewijzen, minachting voor de parlementaire democratie en absoluut leiderschap als voorwaarden voor maatschappelijke transformatie. Antliff gaat in zijn onderzoek een stap verder en laat zien dat Le Corbusier en Valois elkaar ‘vonden’ in een urban dialogue over het core-project van het Franse fascisme uit de jaren twintig en dertig: la Cité française . Valois probeerde om het eerder door zijn mentor George Sorel gelanceerde visioen van een herboren Frankrijk op nationaal-syndicalistische grondslag, uit het amorfe, politieke domein te tillen en te transformeren tot een concreet plan voor de totale destructie en herinrichting van de stad Parijs.

‘Le fascisme, c’est la cité nouvelle’             

kopte Valois in kapitalen in het lijfblad van zijn  beweging : Le Nouveau Siècle (1927). En dat is precies wat hij herkende in de artikelen maar vooral ‘grandioze’ prenten uit het in 1925 door Le Corbusier gepubliceerde boek: Urbanisme.

Le Corbusier Plan Ville Cotemporaine 1922

Maar het is een misvatting om te veronderstellen dat de ‘nouvelle cité’ die Valois op het oog had, naadloos samenvalt met Le Corbusier’s ‘Ville Contemporaine’ (1922). Het is ook niet waar dat Valois’ op de stad geprojecteerde, fascistische doctrine, de politieke inhoud is van de stad waar Le Corbusier in die jaren de Franse autoriteiten en het grote publiek mee bestookte. Daarvoor waren de verschillen tussen de (stads) politieke denkbeelden van Valois (en diens partij) en Le Corbusier simpelweg te groot. Valois kon zich bijvoorbeeld niet vinden in Le Corbusiers gesegregeerd stadsbeeld waar een technocratische elite opereerde vanuit een tot commandopost getransformeerd stadscentrum, ver weg van het aan zichzelf overgelaten proletariaat in perifere tuinsteden.

Het debat over de stad – over de reconstructie van Parijs – laat juist zien hoe fascisme als politieke doctrine en modernisme als esthetisch project zich bedienen van dezelfde taal: die  van het (programmatisch) modernisme.  Simone Brott – een vrouwelijke architectuurhistoricus uit Australië – die in een serie artikelen de  inzichten van Griffin en Antliff binnen de Le Corbusier studies heeft geparachuteerd, wijst er op dat zowel Valois als Le Corbusier niet alleen dezelfde taal spreken maar zich in hun sociale stadsprogramma’s (huisvesting)  gemeenschappelijk beroepen op het emancipatorisch gedachtegoed van negentiende-eeuwse sociaal-utopisten als Charles Fourier en Saint-Simon. Tenslotte: wat hen uiteindelijk ten diepste verbindt is hun kritiek op het rationalisme en universalisme van de Verlichting, en de wil tot forceren van een politieke, sociale en biologische (nationale c.q. supranationale) regeneratie: REVOLUTIE in naam van een ‘andere’ moderniteit.

Le Corbusier Arch et Revolution Brott

Ontwerp Le Corbusier voor omslag Vers une Architecture (1922)

 

Verder lezen:

-Woord en wederwoord binnen de media hype van 2015:

https://www.nytimes.com/2015/07/13/arts/design/le-corbusiers-architecture-and-his-politics-are-revisited.html?_r=0

 

 

 

 

 

-Over Le Corbusier’s contacten met Musolini en Fascistisch Italië, zie uitstekende artikel van Rixt Woudstra: Le Corbusier’s Visions for Fascist Addis Ababa’, op de website van FAILED ARCHITECTURE:

https://www.failedarchitecture.com/le-corbusiers-visions-for-fascist-addis-ababa/

-baanbrekend artikel van Mary McLeod over Le Corbusier’s fascinatie voor Taylorism & Fordism (1982):

https://blogs.brown.edu/hiaa-0820-s01-2017-fall/files/2017/09/McLeod.pdf

-Roger Griffin’s recent verschenen, samenvattend artikel over relatie tussen fascisme en modernisme (2014):

https://www.researchgate.net/publication/254958513_Roger_Griffin_-_Modernity_modernism_and_fascism_A_mazeway_resynthesis_-_Modernismmodernity_151

-Simone Brott over Le Corbusier, Le Fasceau en Valois:

https://www.griffith.edu.au/__data/assets/pdf_file/0010/536968/S16_01_Brott_In-the-Shadow-of-the-Enlightenment.pdf

en heel recent:  ‘The Ghost in the city of industrial complex: Le Corbusier and the fascist theory of Urbanisme’ in: Journal of Architecture and Urbanism, 40 (1), 2016, 131-142

https://eprints.qut.edu.au/94165/1/12-15%20ReSubmission-The%20Ghost%20In%20the%20City%20Industrial%20Complex_Le%20Corbusier%20and%20the%20Fascist%20Theory%20of%20Urbanisme_JA%2BU.pdf

 

 

 

 

Le Corbusier 1951

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s