Toen Kathedralen nog blank waren (3)

Romain Rolland in gesprek met Le Corbusier (1939/1942)

 

In:

 

RoMAIN rOLLAND jOURNAL

niet geautoriseerde vertaling Ed Taverne

 

 

Vezelay chambre_R_Rolland 1940

Vézelay, werkkamer Romain Rolland

 

5 september 1939

Bezoek  van Le Corbusier die een paar dagen in Vézelay is om zijn overspannen vrouw in een hotel tot rust te laten komen. Hij schijnt zich overigens weinig druk over haar te maken. Als Frans staatsburger – maar Zwitser van geboorte – is hij in afwachting om te worden opgeroepen voor zijn leger onderdeel. Hij zegt grote moeite te hebben om het feit van  oorlog tot zich te laten doordringen. De oorlog lijkt inderdaad ver weg in een harmonieuze omgeving zoals hier in Vézelay, stralend in het zachtst denkbare herfstlicht.

Le Corbusier is, zoals altijd, volledig geobsedeerd door zijn  plannen en esthetische theorieën. Hij gaat daarbij zover dat hij hoopt dat de destructie die de oorlog met zich mee zal brengen,  ongekende perspectieven zal openen voor de kunst – zijn kunst wel te verstaan – om te worden verwerkelijkt. Dit is bij uitstek het juiste moment! De dappere mannen die zich in de loopgraven letterlijk doodvechten twijfelen er geen moment aan dat ze bezig zijn het oude Europa op te ruimen zodat de heren architecten met hun nieuwe ‘stad’ hun gang kunnen gaan!

Hoewel zeer intelligent, lucide en ook zelfs sympathiek, is hij zodanig bezeten van zijn werk dat zijn politieke opvattingen volledig gedicteerd worden door de mate van ontvankelijkheid van de politieke regimes voor zijn ideeën, plannen en projecten. In Moskou zijn intussen zijn boeken verboden en in Duitsland heeft Hitler hetzelfde gedaan. Maar Mussolini heeft hem uitgenodigd naar Italië te komen om er zijn architectonische ontwerpen te exposeren. Met als gevolg dat, nu de kaarten zo zijn geschud, er voor hem weinig meer te kiezen valt.

Le Corbusier Nature Morte Vezelay 1939 410x480_2049_2629

Le Corbusier, Nature morte, Vézelay (1939, Paris, FCL)

 

 

23 april 1941

Vezelay maison_badovici

Vézelay, Maison Badovici                   

In de namiddag op bezoek bij Jean Badovici die ons heeft uitgenodigd om zijn huis in de Rue de l’ Argenterie te komen bekijken. Het is eigenlijk een piepklein huisje met aan de noordzijde – geheel volgens de leer van Le  Corbusier – een gevelbreed strokenraam. Zelfs de kleinste hoeken en gaten zijn op slimme wijze benut.  Vergeleken met Le Corbusier – die hij mateloos bewondert als het grootste genie van deze eeuw – gaat Badovici minder rigoureus te werk en probeert hij het bestaande met het nieuwe te combineren. Maar mijn reserve ten opzichte van de abstracte kunst wordt er niet minder om. Dit is een architectuur waaruit iedere vorm die is afgeleid van de natuur, is verbannen.  Niets dat herinnert aan een plant, boom, blad of bloem zoals in de historische bouwwerken uit alle grote beschavingen. De ‘pilotis’ van gewapend beton – die krukken waar alle gebouwen van Le Corbusier op rusten – hebben een stijl gegenereerd die de rest van de architectuur van haar vitaliteit heeft beroofd. Maar het meest verrassende is dat zowel Badovici als Le Corbusier zelf uitgesproken vitale, levendige en onstuimige mensen zijn die ik ken. Uit de talloze ingenieuze en gecompliceerde details spreekt een praktisch vernuft. Het is een aaneenschakeling van: ‘ Sesam, open U’ . Wanden en muren openen en sluiten zich, schuiven ineen en verdwijnen in elkaar en vormen, al naar wens, één enkele ruimte met meerdere vertrekken. En men voelt dat hier een veelzijdig architect aan het werk is die alle facetten van het ambacht beheerst, het hout, ijzer, baksteen, glas en mortel.[1] Badovici laat ons uitgebreid de tekeningen en foto’s zien van de model villa (E-1027) die hij in Roquebrune Cap-Martin had ontworpen en vooral ook het werkelijk schitterende L’Architecture Vivante, een tijdschrift waar hij sedert 1923 hoofdredacteur van is.[2]

Rocquebrune villa

Roquebrune-Cap-Martin, Villa E-1027 (Badovici/Eileen Gray)

Terwijl we samen een glas cassis drinken, laat hij ons enkele prachtige grammofoonplaten horen met kerkmuziek uit de dertiende, veertiende en vijftiende eeuw. Het eerste lied blijkt toevallig hetzelfde te zijn dat ik in mijn theaterstuk Saint Louis, de priester Mathieu de Coucy laat zingen (‘Mercy clamant de mon fol errement’). Badovici heeft in Vézelay vijf tot zes bouwvallen opgekocht en die gemoderniseerd. Hij bezit ook een eigen wijngaard en een stuk grond die hij zelf met zijn eigen handen bewerkt. Het gezicht van de intelligente Roemeen is me, met al die rimpels en bewegingen vertrouwd en doet me denken aan dat van die andere Roemeen,  Panaït Istrati.[3] Maar wat bij Istrati een onheilspellend vuur is, is bij Badovici een vrolijk en lieflijke vlam.

 

Vezelay Maison Badovici Le Corbu 35 36

Vézelay, Maison Badovici, fresco Le Corbusier (+ Raoul Simon)

 

15/16 september 1941

Bezoek van Le Corbusier die negen maanden in Vichy is geweest. Hij is veel veranderd, sterk vermagerd, uitgemergeld. Hij heeft er, voor de zoveelste keer, slag geleverd voor zijn grootse projecten maar precies op het moment dat hij dacht succes te hebben, de strijd verloren. Hij wendt een kalme onverschilligheid voor, lijkt zeker van de toekomst, hetgeen niet in zijn aard ligt. Pech blijft hem achtervolgen. Generaal Huntzinger, minister van oorlog en een van de zeldzame intelligente mensen met een verlichte geest binnen de Vichy-regering, is enkele dagen geleden omgekomen bij een vliegtuigongeluk na een maandenlang reis door Afrika. Maar Le Corbusier staat op goede voet met maarschalk Pétain – alleen met de maarschalk! – die hij roemt om zijn gezond verstand en doortastendheid. Maar hij loopt stuk op wat hij noemt de ‘Technocratie’ van de groot industriëlen met ingenieur François Lehideux als de meest gevaarlijke. Die dwarsbomen ieder poging tot vernieuwing. En zijn, om binnen het domein van Le Corbusier te blijven, zo handig geweest om de grote architect Auguste Perret aan de kant te zetten. In de ogen van Le Corbusier is Perret buitengewoon bekwaam (ze hebben lange tijd samengewerkt) maar heeft hij zichzelf gediskwalificeerd door het eigenbelang waarmee hij bij het najagen van opdrachten de steun van de vijand prefereerde boven de voorzetting met de strijd tegen zijn vrienden.

Vichy Le Corbusier

Net als bij eerdere bezoeken, maakt Le Corbusier de indruk wel heel intelligent te zijn , maar helemaal gevangen in zijn eigen wereld – die van zijn groot urbanistisch project. Zijn belangstelling voor de buitenwereld, voor de grote politieke systemen gaat niet verder dan wat die zouden kunnen betekenen voor het al dan niet tot uitvoering brengen van zijn plannen. Heel naïef. Het is echt een man die achtervolgd wordt door zijn Idee. Hij heeft zichzelf daar helemaal aan opgeofferd en dat met een passie en fanatisme waar het hugenotengeloof van zijn voorouders niet vreemd aan is. Maar hij is door ervaring dermate gehard dat hij dit niets ontziende vuur goed weet te maskeren met de ironie van een bleke en minzame glimlach. Ik twijfel er niet aan dat hij op zijn gebied een genie is – een voorloper, voortdurend opgewonden én teleurgesteld door de feitelijke gebeurtenissen. Naar eigen zeggen zou de concretisering van zijn projecten logischerwijze een fundamentele maatschappelijke revolutie teweegbrengen – hoewel de samenleving als zodanig hem weinig interesseert. Hij is op de eerste plaats een bouwer, niet met stenen, maar in gewapend beton.

Le Corbusier Arch et Revolution Brott

6 maart 1942,

Bij de lunch, Le Corbusier en zijn vrouw Yvonne Gallis. Ze komt van Monaco en heeft uitgesproken Noord-Italiaanse trekken. Ze is wel mooi maar zwaar opgemaakt, gereserveerd en innerlijk gespannen en nerveus. Ze lijdt aan een leverziekte en men ziet onmiddellijk dat er bij haar iets niet in orde is. Odette – onze dienstmeid – die hen ook in het hotel verzorgt, zegt dat ze bij  iedere maaltijd ruzie maakt. En Le  Corbusier? Die zwijgt, geduldig. Hij is ons zeer dierbaar. Je voelt dat hij bezeten is door zijn Idee waar hij letterlijk alles aan ondergeschikt maakt. Eeuwige pechvogel en gestrand op allerlei belangengroepen die niet van plan zijn om zich door hem te laten passeren. Wat een ellende en wat een mislukkingen! Maar dit alles weerhoudt hem niet van om weer opnieuw te beginnen, met steeds weer nieuwe hoop. Het mikpunt is wel Parijs waar op dit moment veel te doen is over grote stadsplannen – de befaamde ‘groene gordel’ die het Bois de Boulogne in het westen moet verbinden met Vincennes in het oosten – projecten die hij al twintig jaar geleden heeft ontworpen en bepleit. Maar men wil van hem af en de plannen worden verprutst. ‘Hadden de tegenstanders maar alternatieve ideeën’, aldus Le Corbusier,  ‘dan zouden we die kunnen bestrijden. Maar niets…., er is helemaal niets. Er is niemand die ook maar enigszins op de hoogte is, behalve Perret, die bouwt in de trant van Louis XVI maar dan in gewapend beton. Hij is een echte vakman, een ras constructeur, maar als architect zonder ideeën’.

Manufacture des Gobelins

Paris, Mobilier National, 1937 (Auguste Perret)

 

Le Corbusier krijgt gaat steeds meer lijken op een asceet, lang en mager (in Vichy, waar hij tien maanden verbleef, is nauwelijks iets te eten), de ogen toegeknepen (hij heeft aan een van zijn ogen een losgelaten netvlies). Hij houdt zichtbaar vast aan de protestantse ethiek van zijn geboortestreek in de Zwitserse Jura; draagt God als het ware bij zich maar slaagt er niet in om met Hem in contact te komen.

 

14 juli 1942

 Opnieuw de arme Le Corbusier, nog altijd teleurgesteld,  steeds geen succes maar ook: strijdvaardig en onversaagd. Hij lijkt me getekend door de mislukking. Keer op keer loopt hij stuk op te grote belangen en hij heeft niet de souplesse die nodig is om zijn ideeën in de strijd te werpen. Hij heeft een afkeer om in het openbaar te spreken en verschanst zich in een soort afwachtend fatalisme. Hij komt er ook niet toe om zijn vrouw weg te halen uit het hotel in Vézelay waar ze al meer dan een jaar genesteld is.  Ze weigert om met hem weer  aar Parijs te gaan. Hij is sympathiek. En leeft helemaal in zijn eigen koninkrijk van ideeën en architectonische vormen. Daarbuiten interesseert hem niets. Hij ziet gewoon niet wat er om zich heen gebeurt.

 Paris occupation

2 oktober 1942,

Opnieuw komt Le Corbusier me opzoeken. Zijn vrouw verblijft nog steeds in een hotel in Vézelay, en hij pendelt voortdurend tussen Vézelay en Parijs. Hij heeft totaal geen benul van wat er zich rondom hem afspeelt, behalve wanneer zijn kunst en stadsprojecten daarvan kunnen profiteren.. Die maken overigens op dit moment geen schijn van kans. Maar hij blijft daar op bewonderenswaardige wijze kalm onder. Hij wacht…op wat? Het nageslacht voor wie, vrees ik, Le Corbusier iemand zal zijn uit de verleden tijd? Hij is me zeer sympathiek en dat gevoel is wederzijds. Hoe moeilijk is het voor hem om in een tijdsgewricht als het onze, mensen te vinden die niet ten prooi zijn gevallen aan fanatisme. Dat wil niet zeggen dat er geen vonkje gemeenschappelijkheid zou zijn tussen hem en iemand als Georges Duhamel die hem enigszins wantrouwt omdat Le Corbusiers bouwprojecten de traditie geweld aan doen[4]. Maar zijn schoonbroer, Charles Vidrac, neemt het hem nog steeds kwalijk dat hij tijdens een diner Le Corbusier de gelegenheid gaf om met veel enthousiasme te spreken over zijn nieuwe opdracht voor een ultra modern abattoir van enorme afmetingen. Hij was er helemaal vol van en hoe meer hij er over vertelde des te onheilspellender betrok het gezicht van Vidrac. Maar eenmaal op stoom, was Le Corbusier niet meer te stoppen….… Vidrac heeft het hem nooit vergeven. Als zijn plannen voor de wederopbouw van Parijs ter tafel komen, reageert Vidrac getergd: ‘Ik hou meer van een fraaie zonsondergang over de Seine’, waarop Le Corbusier lachend: ‘Ik ook’.

LE-CORBUSIER-FASCISTE-570

 

Voor de integrale, oorspronkelijke Franse tekst van Rollands aantekeningen over Le Corbusier, ga naar:

http://www.ceacap.org/billet-n38-romain-rolland-et-le-corbusier/

 

 

[1] Opmerkelijk is dat Rolland kennelijk geen oog heeft voor het fresco van Le Corbusier in de woonkamer, en evenmin voor dat van Fernand Léger  aan een buitenmuur in de tuin. Voor zijn eigen huis had hij zijn vriend en ‘brave’ schilder Fréderic Deshayes (1883-1970) gevraagd enkele deurpanelen te schilderen (noot van de vertaler).

[2] Informatief en fraai geïllustreerd essay over Eileen Gray, Badovici en de Villa in Roquebrune, ga naar: http://www.anothermag.com/design-living/7916/inside-eileen-grays-modernist-haven-e1027

[3] Roemeens schrijver en activist, Panaït Istrati (1884-1935) werd ook wel de ’Maxim Gorki van de Balkan’ genoemd. In Frankrijk vooral dankzij Romain Rolland bekend geworden. Was een van de eersten die openljk de terreur en dictatuur van Stalin aan de kaak stelde, reden voor Rolland om met hem te breken. Veel van zijn werk is in het Nederlands vertaald door A.M. de Jong (nvt).

[4] Georges Duhamel (1884-1966) , Frans schrijver, samen met zijn schoonbroer, de dichter Charles Vidrac (1882-1971), -oprichter van de artistieke gemeenschap lÁbbye de  Créteil bij Parijs (1906/9). Bezocht net als Le Corbusier, de Verenigde Staten (1928) en de Sovjet Unie, maar was uiterst kritisch over wat hij daar zag aan cultuur en vooral (nieuwe) architectuur (n.v.t).

In een volgenden laatste blog in deze reeks ga ik nader in op de recente, journalistieke klopjacht op Le Corbusier als fascist en op de stand van zaken in het architectuurhistorisch onderzoek inzake Le Corbusiers politieke opvattingen en handelingen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s