Toen Kathedralen nog blank waren (2)

Romain Rolland in gesprek met Le Corbusier, 1938/42

 

RoMAIN rOLLAND jOURNAL

 

 

 

Jamais un idéaliste ne devrait se prêter à la politique. Il en est toujours la dupe et la victime. On se sert de lui comme de réclame pour couvrir la boîte à ordures, aux friponneries et aux méchancetés

Romain Rolland

 

Vezelay: heilige berg

Romain en Macha (Marie) Rolland kochten september 1937 een huis in Vézelay waar ze het volgend voorjaar definitief introkken. Hier begint, op 30 mei 1938 om precies te zijn, het Journal de Vézelay.

Rolland was lyrisch, vooral over de locatie. Aan een vriend in Japan schreef hij: ‘Voor Fransen is dit een heilige berg, aan de rand van de Morvan, vlakbij Brèves, het land van Colas Breugnon.[1] Bekroond door een magnifieke basiliek. Het enigszins  vervallen stadje met zijn middeleeuwse huizen en muren, heeft nog veel van zijn karakter behouden. Maar aan de zuidflank van de stad – waar zich een majestueus panorama ontvouwt met in de verte blauwachtige heuvels, bossen en velden – heeft men op het tracé  van de oude stadsmuur, enkele comfortabele woonhuizen gebouwd die de stijl van het geheel niet verstoren. Daar heb ik er een van gekocht, wel wat klein maar heel aardig. Een huis met karakter en goed georiënteerd en met een tamelijk grote tuin die via terrassen omlaag loopt naar de voet van de  berg’.

In een brief aan zijn zuster uit augustus van hetzelfde jaar, was hij nog enthousiaster: ‘De schoonheid van dit terras beneemt me elke keer weer de adem. Het is een van die zeldzame plekken in Frankrijk waar de mens, net als in Italië, een kunstwerk kan maken in volledige harmonie met de natuur’.

France Vichy 2

 

Buiten het gewoel van de wereld

Rolland heeft de bevrijding van Frankrijk in het voorjaar van 1945 niet meer mogen meemaken. Tot aan het jaar 2000, toen de manuscripten van de laatste dagboeken (Parijs en Bazel) openbaar werden, gonsde het van geruchten rond zijn houding ten opzichte van de Vichy-regering en de Duitse bezetter. Vanaf september 1939 had Rolland zich niet meer in het openbaar over politiek in het algemeen en die van Frankrijk en de Sovjet Unie in het bijzonder, uitgesproken. Geen petities meer ondertekend, geen manifesten de wereld in gezonden of staatshoofden als Stalin bestookt met smeekschriften. Die keuze had hem niet alleen vervreemd van zijn vroegere pacifistische en communistische bondgenoten, maar ook de verdachtmakingen aangewakkerd over zijn vaderlandse gezindheid en welwillendheid ten opzichte van de collaborerende Vichy-regering en de Duitse autoriteiten.

Met zijn zorgvuldige presentatie van het Journal de Vezelay 1938-1948 in 2012, heeft de kunstfilosoof en essayist Jean Lacoste, een definitief einde gemaakt aan al deze geheimzinnigheid. Aan het begin van de oorlog, levend in een gedemoraliseerd land, temidden van ‘gewone mensen’ die op laffe wijze door de ‘élite’:  de politie, ambtenaren en bestuurders aan hun lot waren overgelaten, hoopte hij heel even op een impuls van buitenaf  aan ‘de trage arbeid’ (Vichy) voor een nationaal herstel. Ook weigert hij aanvankelijk om het Hitler en het nazi-regiem te vereenzelvigen met het ‘andere’ Duitsland, dat van Goethe en Beethoven. Rolland ontvangt in zijn huis ook Duitse officieren en soldaten die hun respect komen betuigen aan de auteur van de vooral in Duitsland gewaardeerde roman: Jean Christophe. Een vorm van gastvrijheid die niet door iedere stadgenoot even goed werd begrepen en gewaardeerd.

 Vichy Affiche_de_propagande_pour_le_régime_de_Vichy

Adieu à la politique 

 Maar al heel snel schrijft hij met diepe verontwaardiging over de antisemitische politiek van de Vichy-regering en de  repressieve maatregelen van het plaatsvervangend bestuur in het bezette gedeelte. Over de  ‘Assyrische bruutheid’ van de nazi’s in Frankrijk en Duitsland: de fusillades alom van gijzelaars en krijgsgevangenen – misdaden die de aanvankelijk, idealistische hoop op een uiteindelijke Europese verbroedering tussen Frankrijk en Duitsland, tot een illusie maakten.

Maar zijn haat en minachting voor Pétain, Laval, het Vichy-regime en de kliek van technocraten, grootindustriëlen en geestelijken leiden niet tot actie, tot verzet en publiek aan de kaak stellen. Rolland  ‘luistert, hij noteert, oordeelt in een dagboek dat tegelijk ook een getuigenis wil zijn voor de geschiedenis’ (Lacoste). Dat Rolland letterlijk  ‘aan de overkant staat’, wil overigens niet zeggen dat hij zich in het vrijwel onbereikbare Vézelay volledig heeft teruggetrokken in een zelfgekozen isolement met alleen muziek en literatuur als troost. In zijn woonplaats ervaart hij  zelf aan de lijve de benauwenis van de bevolking onder de Duitse bezetting: de inkwartiering van troepen, de rantsoenen, de slechte verbindingen, anonieme brieven, arrestaties en foute clerus. En deelt hij hun dagelijkse angst, ongewisheid en pijnlijke dilemma’s. De bladzijden waarin hij daarover schrijft, behoren tot de meest indringende en aangrijpende passages van het hele boek. En toch is het Journaal veel meer dan een lokale kroniek of een oorlogsdagboek. Het is vooral een langgerekte reflectie over het oud zijn en over de naderende dood.

Op bijna iedere bladzijde is de ontgoocheling te lezen over de drievoudige ineenstorting waar hij aan het eind van zijn leven getuige van is: die van het Duitsland van Goethe onder het nazi-geweld, van de communistische internationale door het verraad van Stalin, en, tenslotte, die van de Derde Republiek door het, letterlijk en figuurlijk, uiteenvallen van Frankrijk. Een tragische implosie van drie, politieke idealen die de kern vormden van Rolland’s engagement als gelauwerd romanschrijver, politiek essayist en publiek intellectueel.

Rolland eethoven Negende 1943 

Intellectueel verzet

In zijn niets ontzienende Voyage intérieur laat Rolland  zich niet verleiden tot berusting of enige vorm van wanhoop en zelfbeklag. Integendeel! Rolland volgt in zijn Journal vrijwel dagelijks de politieke en militaire gebeurtenissen op de voet en analyseert die met bewonderenswaardige luciditeit, kennis van zaken en vooral met grote nauwkeurigheid. Een vorm van politieke geschiedschrijving richting de samenleving in het Europa van na de oorlog.

En vanuit diezelfde betrokkenheid grijpt Rolland de oorlogsjaren ook aan voor het herschrijven en afronden van een onvoltooid gebleven project: Beethoven. Les grandes Epoques Créatrices. Met Jean Albertini, die een mooi en hartstochtelijk essay heeft geschreven over ‘de laatste jaren’ van Rolland, beschouw ik de publicatie in 1943 van met name het vijfde deel over de Negende Symfonie van Beethoven, niet alleen als een monument in de Europese muziekgeschiedenis, maar ook als een daad van ‘intellectueel verzet’.[2] Een studie met een missie vergelijkbaar met die van Jean Christophe, de roman die tijdens WO I in de loopgraven aan weerszijden van de frontlijn werd gelezen! Maar ook een boek bedoeld voor de toekomst, een waarschuwing voor een herhaling van de catastrofes maar vooral een appèl op een ‘andere’ wereld: die van vreugde, vrijheid en verbroedering.

Tenslotte: temidden van alle dagelijkse beslommeringen, de lichamelijke ongemakken, het musiceren, schrijven, de correspondentie en vooral: het lezen, ontvangt Rolland ook een niet aflatende stroom van bezoekers – van de koningin van België, lokale notabelen, voorbijtrekkende Duitse officieren, ‘foute’ vrienden als Alphonse Chateaubriand, bevriende dichters en schrijvers als Eluard, Aragon en Claudel. Alle gesprekken worden even zakelijk als behoedzaam opgetekend en becommentarieerd, maar in enkel geval ontstaat er, in de loop van de gesprekken en overpeinzingen, onbedoeld een indringend portret. Zoals van de vroegere school- en studievriend Paul Claudel die, na eerst Rolland’s vrouw Macha – ex-communiste – succesvol te hebben over gehaald, vervolgens tevergeefs moeite doet om ook Rolland tot het katholicisme te bekeren.

Een andere bezoeker die de eerste jaren van de oorlog geregeld langs komt, is Le Corbusier. In zijn Journal schetst Rolland een intrigerend en tegelijk tegenstrijdig beeld van de (ook toen al) wereld beroemde architect. Rolland herkent in de schilder, architect en schrijver Le Corbusier het vuur en  bevlogenheid van de ware kunstenaar. Iets van het emancipatorisch élan van zijn eigen, veelzijdig schrijverschap van weleer. Dat maakt hem overigens niet blind voor de bedenkelijke kanten van Le Corbusiers politiek opportunisme, maar, naar onze huidige maatstaven, wel mild.

Rolland Vie de Beethovenmaxresdefault

 

Voor een goed en gedetailleerd overzicht van Frankrijk ten tijde van de WO II, ga naar:

http://www.1939-45.net/occupp.htm

 

 

 

 

 

 

[1] Roman van Romain Rolland uit 1919

[2] Jea Albertini ‘Les dernières années (1939-1944), in:  Europe. Revue littéraire mensuelle, octobre 2007, nr.942,  105-116.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s