Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Real Review (3)

What it means to live today

 

 

‘The gig economy, crossfit sweatbox gyms, caffeine as a capitalist drug — Real Review is an examination of what it means to live today. With a starting point in architecture, it dissects the fabric with which the modern life is built. We love it for its unique fold down the middle’’

(Jack Self)

 

 real-review-magazine-cover-2

 

Vorige maand verscheen de inmiddels derde editie van REAL REVIEW. Te midden van de talloze nieuwe architectuurtijdschriften, is RR een recalcitrante verschijning. Niet alleen door het verticale, prêt-à-porter formaat, maar vooral ook door het ogenschijnlijk losse en bijna toevallige verband met de architectuur. RR wil nadrukkelijk geen vaktijdschrift zijn voor specialisten zoals architecten, onderzoekers, stedenbouwers of ontwikkelaars. Het is veel meer een architectuur magazine dat iedereen wil laten zien  ‘what it means to live today’ . Wat is de werkelijkheid van een door instituties, bureaucratie en markt gedomineerde omgeving? Wat zijn de materiele omstandigheden waarbinnen we vandaag de dag leven? De realiteit van luchthavens, supermarkten, universiteiten, woonappartementen, kantoren en overheidsgebouwen? Wat hebben wetenschappers, dichters, filosofen, journalisten en juristen daarover te vertellen? En hoe ziet de ‘onzichtbare’ architectuur van onze dagelijks leven eruit? De door informatie, nieuws, data gestuurde omgeving van beeld en geluid. Architectuur wordt door RR voorgesteld als een sociale praktijk. In beeld komen  vooral vormen van sociale, politieke en economische machtsverhoudingen die ruimtelijke gevolgen hebben Dus ook bijvoorbeeld het ‘onzichtbare ontwerp van de algoritmen die Uber of Airbnb controleren, zijn vormen van architectuur!

 Amsterdam Airbnb 2

Vouwblaadje

Deze manier van kijken naar architectuur heeft onmiskenbaar een autobiografische achtergrond. In een interview zegt Jack Self – architect, schrijver en uitgever/redacteur van RR – hoe de studentenprotesten van 2010/11 en vervolgens de Occupy-beweging hem deden realiseren hoe fundamenteel de rol is die architectuur bij het functioneren van de samenleving speelt. ‘Ik verliet AA en deed een Master Filosofie met als focus de (a) moraliteit van de neoliberale economische theorie. Dat is in werkelijkheid veel interessanter dan het klinkt. Wat ik er leerde was dat architectuur – ruimte in het algemeen – een bepalende factor is voor de manier waarop mensen met elkaar en hun omgeving omgaan. Een voorbeeld: in de Master hadden we ‘t over een ronde tafel. Ik ben ervan overtuigd dat mijn ouders gescheiden zin omdat we thuis een ronde (eet) tafel hadden. Het hoofd van een tafel is, letterlijk en figuurlijk, het hoofd van de tafel. Als je met z’n allen aan een ronde tafel gaat zitten, is die hiërarchie verbroken’.

Real Review 2 OK-RM.jpg

RR pretendeert een architectuurtijdschrift te zijn dat niet alleen over maar vooral ook via de werkelijkheid van vandaag: auteurs, media, wetenschappelijke ontdekkingen, techniek etc.   verslag doet. Daar laat in ieder geval de grafische vormgeving (OK-RM) geen enkele twijfel over bestaan. In plaats van een klassiek, perfect gebonden tijdschrift op bureau formaat – denk bijvoorbeeld aan Architectural Review –  kozen redactie en designers voor een onrustige en dichtbedrukte bladspiegel waar tekstkolommen en afbeeldingen permanent in conflict zijn met de verticale vouwen in het papier. Formaat en vormgeving zeggen iets over het gebruik: het is een magazine dat je snel in je zak kunt steken en overal kunt lezen en kunt achterlaten. Gemaakt om gelezen en beduimeld te worden en rond te gaan als een samizdat, aldus een commentaar in 032c.

Het gebruik van het woord Review in de naam van het tijdschrift lijkt daarmee in tegenspraak. Toch is het een bewuste keuze om een enigszins versleten en gedegradeerd genre, nieuw leven in te blazen. Tot voor kort gold , aldus een redactioneel commentaar, een review primair als een academisch format, waarin significante ontwikkelingen binnen een gespecialiseerd vakgebied werden gepubliceerd en becommentarieerd. Vandaag functioneren reviews (ook) als met big data, commercie en algoritmen opgetuigde tools die gekoppeld zijn aan allerlei producten van dienstverlening – van hotelaccommodatie (booking.com) tot aan dvd’s, iPhone en boeken (Bol.com; Amazon.com) – die door consumenten zelf worden gegenereerd. Ergens tussen deze beide  uitersten zitten literaire tijdschriften als The New York Review of Books of The London Review of Books die recensies in essayvorm van culturele producten – literatuur, beeldende kunst, cinema, theater –   combineren met politieke commentaren en debatten. RR positioneert zich te midden van al deze varianten als een hybride review dat zowel afzonderlijke periodes wil bestrijken als uiteenlopende onderwerpen, objecten of culturele en commerciële producten, of zelfs unieke gebeurtenissen. Boekrecensies, signalementen en interviews worden gebruikt om actuele thema’s aan de orde te stellen zoals ‘de publieke vooroordelen  over moderne en traditionele architectuur’(Jack Self), de ‘privatisering van de geschiedenis’ (Sam Jacob) of ‘de (schijn) werkelijkheid van de Noord-Koreaanse dictatuur’ (Oliver Wainwright). Cruciaal echter is dat RR een ogenschijnlijk ‘allegaartje’ van teksten publiceert die allemaal dit gemeen hebben dat ze – direct of indirect – in open verbinding staan met de realiteit van vandaag. Sterker nog, de mate van urgentie  van een boek, film,  gebeurtenis – reproduceert zich in de opmaak: geen bladzijde ziet er hetzelfde uit,  elk artikel stuk heeft een afwijkende lay-out en lettergrootte, en net als in een reclamefolder voeren de afzonderlijke bijdragen een typografische strijd om macht en aandacht.

 

 Real Review detail

‘Jonge Architecten’ komen in actie

 

De brutaal oprechte lay-out is geen design experiment, leidt ook niet af, maar versterkt de avontuurlijke bedoelingen van RR. Avontuurlijk in de zin dat RR op radicale wijze wenst te breken met de gevestigde meningen over de systemen, objecten en ruimten die tezamen de materiele werkelijkheid – de architectuur – van ons dagelijks leven bepalen.  Dat is nogal pretentieus. Het is een ambitie waarvan de reikwijdte pas echt duidelijk wordt, als die wordt afgezet tegen de manifesten, intentieverklaringen en uitspraken in de talloze nieuwe papieren en online tijdschriften, websites en platforms die na de crisis van 2008/12 als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten (Avery Review; Scapegoat; Ardeth; ViceVersa; The Ship; Lores etc.).  En  die allemaal dit gemeen hebben: ze zijn gekoppeld aan de gevestigde internationale architectuuropleidingen en eensgezind in hun distantie ten opzichte van alles wat geassocieerd zou kunnen worden met  ‘Oude Architectuur’.

‘Oude Architectuur’ is een beschaafd scheldwoord dat tegenwoordig rondgaat in allerlei discussies over architectuurvernieuwing. Ik kwam het tegen in de felle weerstand van een nieuwe generatie architectuurstudenten en -critici tegen de groeiende cultivering van ‘jonge architectuur’ als commerciële succesformule.  ‘Vanaf het ogenblik dat de romantische notie van de architect als auteur, als hogepriester in de eredienst van de cultuur, wordt gekoppeld aan de mythe van de onbevlekte jeugd, is er een goed verkoopbaar product in de markt gezet: de ”Jonge Architect”. Ontwerpers die voor dit merk kiezen of het zich laten aanleunen, wacht een open landschap vol met kansen maar nog meer met risico’s’. Dat schreven Phineas Harper en Phil Pawlett Harper twee jaar gelden in de AR naar aanleiding van de presentatie van het werk van negen Zuid-Koreaanse architecten in Londen (2015). Wat hen stoorde was de modieuze beeldvorming rond jonge ontwerpers die dankzij hun jeugd,  vrijheid en onbevangenheid opereren tegen de gangbare sociale en economische stroom in en wier ontwerpen met een vaak tijdelijk en geïmproviseerd karakter, een heilzame remedie (zouden) bieden tegen de verlammende impact die de financiële sector op de (oude) architectuur heeft. Een dergelijke verheerlijking (en kolonisatie) van alles wat pril en jong is in de architectuur, moet beschouwd worden een regelrechte falsificatie van de feitelijke leef- en werkomstandigheden van een nieuwe generatie jonge ontwerpers en hun toekomstkansen; maar zorgt er ook voor dat de discrete categorie van ‘Jonge Architectuur’ eenzijdig geïdentificeerd wordt met een door de media en fashion-industrie gepropageerde chique van geïmproviseerd, pop-up en fancy bouwen.

 

‘We won’t be your CAD bitch’

Architexx Manifesto 17

 

Deze stellingname van AR was weer aanleiding voor een aantal architectuurstudenten van Columbia Graduate School of Architecture, om zich een paar maanden geleden uit te spreken over het fenomeen ‘Jonge Architectuur’ vanuit het perspectief van de architectuuropleiding. Het feit dat ‘jonge ontwerpers’ werken onder een hoog sociaal risico gesternte en met laag financieel rendement, is geen privilege maar een strategische keuze omdat er geen andere opties zijn. Het maakt, aldus de opstellers, deel uit van de kwalijke erfenis waarmee de vorige generatie hen mee heeft opgezadeld.  En daar moet radicaal mee worden afgerekend!

De gevestigde orde van architecten is er niet in geslaagd enige rol te spelen bij het doorvoeren van sociale, economische en technische veranderingen waar de groeiende maatschappelijke ongelijkheid om vraagt. Ze heeft zich ingekapseld in exclusieve, hiërarchische structuren, reproduceert de waarden en belangen van haar rijke, blanke opdrachtgevers en uitvoerders en ondersteunt een repressieve, economische politiek. Dit zijn de condities die hebben geleid tot de huidige staat van schaarste en bezuiniging, waarin de strijd voor onderbetaalde banen en opdrachten, in combinatie met torenhoge studieschulden, het jonge ontwerpers onmogelijk maken om op dezelfde voet door te gaan als hun voorgangers.

In hun manifest springen drie actiepunten eruit: 1) aankomende ontwerpers willen niet meer worden afgescheept met prijzengeld, subsidies, beurzen etc. die hen even weinig toekomstperspectief bieden als de Hip-Hop paviljoentjes die ze met veel pijn en moeite hier en daar mogen bouwen 2) eisen dat er in de architectuuropleiding meer ruimte komt voor kritische analyses over economie, financiën, vastgoed en sociale verhoudingen: kortom over al die sectoren waarbinnen de ‘werkelijke’ architectuur opereert en waar ‘Jonge Architecten’ van zijn buitengesloten, en, tenslotte 3) onderzoeken hoe zij, als ‘Jonge Architecten’ kunnen bijdragen om het vakgebied van de architectuur in de ogen van het grote publiek weer betekenis en aanzien kan krijgen.

Het laatste is de eigenlijke ambitie van ‘Jonge Architecten’: ‘ Als we het verloren vertrouwen weer willen terugwinnen, moeten we eerlijk zijn over de diensten die we leveren. Komen die tegemoet aan lokale behoeften en leveren ze een rechtstreekse bijdrage aan de levensomstandigheden van de gebruikers, of zijn ‘t gewoon luxe objecten die vooral beleggers en toeristen aantrekken? Kunnen deze ambities met elkaar samengaan of zijn beider agenda’s met elkaar in tegenspraak?’ De studenten kiezen voor een alternatief traject binnen – niet tegen –  de gevestigde architectuur instituties.

’In onze professie is ruimte voor twee! Maar er moet wel duidelijk onderscheid worden gemaakt. Jonge ontwerpers distantiëren zich meer en meer van ‘ luxe architectuur’, zijn zich terdege bewust van de complexiteit en verwevenheid van onze wereldomspannende economie en zien zich genoodzaakt om andere wegen te vinden in eigentijdse productiesystemen. We associëren ons met ontwikkelaars, werken samen met studenten bedrijfskunde, doen in de non-profit sector ervaring op met het aanboren van alternatieve fondswerving’.

Jonge Architecten willen weliswaar succesvol in een snel veranderende economie opereren, maar niet volgens de protocollen van de ‘ Oude Architectuur’ . Meedoen aan politiek twijfelachtige prijsvragen, alleen om de zaak draaiende te houden, getuigt van een kortzichtig economisch imperatief waar de professie afstand van moet nemen.  ‘Mens ontluisterende’ ruimtelijke ingrepen die leiden tot uitsluiting zoals de Mexicaanse Muur of tot segregatie en discriminatie zoals ‘poor doors’ en aparte (i.p.v. gender neutrale) openbare gelegenheden etc., dat zijn niet de opdrachten die de weg vrijmaken voor economische stabiliteit en sociale gelijkheid.

‘Wij, studenten en jonge ontwerpers zijn in de positie ons te weer te stellen tegen onrecht en te weigeren ons te conformeren aan de praktijken van een falende beroepsgroep’.

New York Columbia Garduate School no-wall

 

 

Learning from Occupy London

 

Er zijn wereldwijd weinig architectuurscholen waar op dit moment dit soort geluiden niet regelmatig te horen zijn. En waar de debatten over architectuur en sociale verantwoordelijkheid, politiek en neoliberalisme niet steevast leiden tot een hernieuwde confrontatie met de revolutionaire bewegingen en sociale conflicten (van arbeiders, studenten, intellectuelen) uit de jaren zestig en zeventig. Met name met het militant activisme gericht op onderwijshervormingen en op de eis om architectuur – de bouw in de meest brede zin van het woord – opnieuw in verbinding te brengen met de ‘werkelijke wereld’.

 Ook in Real Review lopen de lijnen uit het heden (2011) en verleden (1968) van activisme en verzet duidelijk door elkaar heen. Zo heeft RR via het studentenblaadje Fulcrum (2011-14) haar wortels in de studentenprotesten aan het Londense AA.  In de tot nu toe verschenen drie afleveringen wordt bovendien niet alleen veel geschreven over o.a. het Italiaanse Autonomia Operaia uit de jaren zeventig maar komen ook allerlei activisten van toen, royaal aan bod (Franco ‘Bifo’ Berardi; Lazzarato; Agamben). Ook is er veel aandacht voor allerlei architectuur pedagogische initiatieven zoals het Detroit Thinkgrid Project van de Britse ontwerper Cedric Price (1968-1971).

Maar de redactie van RR laat er geen twijfel over bestaan dat haar ambities veel verder gaan dan het bekritiseren en hervormen van een verkokerde architectuurpedagogie en -praktijk. RR is onmiskenbaar het product van de ‘creatieve mislukking’ van de internationale Occupy-Beweging (2011-2014) zoals door Micah White in diens The End of Protest (2016) meedogenloos is geanalyseerd.

FULCRUM 1

Hingen rondom Fulcrum  nog de kruitdampen van het spektakel van straatprotesten, tentenkampen en bezetting, RR heeft volledig gebroken met de fetisjering van het contemporaine activisme en opereert vanuit een tegenovergestelde theorie over politieke en sociale verandering: die van het Trojaanse Paard. Het verzet tegen schuldeneconomie, woningcrisis, sociale ongelijkheid en controle samenleving gaat weliswaar onverminderd door maar wordt door RR niet meer op straat uitgevochten, maar ‘against, from within’. Dat wil zeggen: RR gaat door waar Occupy is blijven steken in de even populaire als machteloze slogan: ‘99% versus 1%’ en is op zoek naar de verevening daarvan in een nieuw sociaal en politiek project. Architectuur heeft daarin een sleutelpositie, omdat in objecten, systemen en ruimten de politieke, sociale en economische machtsverhoudingen als bij een spin in het web bij elkaar komen. Dit netwerk te begrijpen lijkt effectiever dan het met slogans te bestrijden. Niet aan de hand van wetenschappelijke essays, beschouwingen of manifesten, maar via het format van de review, een medium dat bij uitstek geschikt is om achterom te kijken met de bedoeling  vooruit te komen.

Real ReviewSpread-3-open-768x512

 

 

Verwijzingen:

voor een informatie, geïllustreerd en alfabetisch gerangschikt overzicht van recente, alternatieve architectuur magazines, ga naar:

http://www.archizines.com/About

Informatieve bespreking van REAL REVIEW in 032c (2016)

https://032c.com/REAL-review-architecture-magazine-jack-self

voor de teksten van en over ‘Young Architecture’ ga naar:

http://www.archdaily.com/606167/why-young-architecture-is-a-detriment-to-the-profession#

http://architexx.org/young-architects-respond/#.WT1ba5B942z

informatief overzicht van de actuele confrontatie met radicale onderwijshervormingen uit de jaren zestig en zeventig, zie werk van Isabelle Doucet:

https://www.research.manchester.ac.uk/portal/en/researchers/isabelle-doucet(ba85c88e-7e51-434e-9fe2-10bb3bcf39c5).html

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

real-review-magazine-cover-2

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 11 juni 2017 door in Stadsgeschiedenis.
%d bloggers liken dit: