Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Home Economics (7)

Venice Architecture Biennale 2016 Home Economics

 Wonen zonder Huishouden

How does it feel

How does it feel

To be without a home

Like a complete unknown

Like a rolling stone

Bob Dylan, 1965

Home Economics is een voorstel om naar huisvesting en het wonen te kijken door de bril van de tijd. Wat betekent ‘wonen’ voor iemand die voortdurend van ‘huis’ is omdat dat de enige manier is om ‘thuis’ een gezin te onderhouden? Buitenlandse bouwvakkers bijvoorbeeld die net als de bouwers van de middeleeuwse kathedralen, van het ene grote bouwproject naar het andere trekken? En hoe ziet de mobiele leef- en woonwereld er uit van intellectuele gastarbeiders:  de dynamiek van rondreizende wetenschappers, gasthoogleraren, hoogopgeleide technici tot aan studenten of stagiaires die voor enkele maanden of hoogstens een jaar op een universitair lab, instituut en bedrijf werken, doceren of studeren? Nomaden van diverse makelij die zijn aangewezen op de commerciële dienstverlening van (student) hotel, pension of kosthuis, met sinds kort als alternatief het avontuur van de even lucratieve als wereldomspannende gebruikerscommuniteit van airbnb.

airbnb

Totem

Zijn er reële alternatieven voor een exploderende markt van trendy accommodaties voor kort en onbestendig verblijf? Hebben  architecten een antwoord op de vraag naar gemeenschappelijke leef- en woonomstandigheden van ‘singles’ voor een periode van slechts enkele maanden? Een team van ontwerpers (Dogma & Black Square) en adviseurs uit het bedrijfsleven en financiële sector, aangevoerd door architect en historicus Pier Vittorio Aureli heeft de uitdaging aangenomen en hun voorstel is te zien in het Britse paviljoen in Venetië.

In een van de kleinste vertrekken van het gebouw, kan de bezoeker een kijkje nemen in een bescheiden, Absalon-achtige wooncel of  ‘totem’ dat een eigentijdse manier van wonen voorstelt voor korte termijn huurders.

venice-arch-biennale-home-economics-months-3

Het is een even bescheiden als ingenieus onderkomen dat door het efficiënte ruimtegebruik niet onderdoet voor een gemiddelde scheepskajuit. De begane grond wordt grotendeels in beslag genomen door een badkamer die via een trap in verbinding staat met de royale alkoof op de bovenverdieping, een ‘soft’ platvorm bedoeld voor rust, ontspanning en natuurlijk ook slapen. Op de begane grond is ook een klein keukentje of beter: een kookplaat met keukengerei voor geïmproviseerde maaltijden die evenwel uitsluitend van buitenaf – dus niet exclusief door de bewoner – kunnen worden gebruikt.

dogma-2dogma-3

Twee eigenaardigheden springen in het oog: de strenge eenvoud van het geheel en het ontbreken van meubels en huishoudelijke artikelen die van oudsher een interieur tot woning maken. Het wonen is in deze ’totem’ gereduceerd tot de meest basale functies: rust en slaap. Het culturele begrip van ‘ huiselijkheid’ wordt vervolgens nog verder aangetast door de  ‘verdrijving’ van een van haar centrale programma’s zoals het koken en eten uit het privé domein. Hetzelfde geldt voor de opbergruimte: de planken met handdoeken, boeken en dozen hebben de status van bezit verloren en staan aan de buitengevel demonstratief beschikbaar voor algemeen gebruik.  Op die manier is de huurder tijdens zijn kortstondige verblijf  ‘verlost’ van huishoudelijke activiteiten en beslommeringen zoals boodschappen doen, koken en opruimen. Alle huishoudelijke diensten zijn bij de maandelijks huur inbegrepen.

dogma-4scan-1

De private ruimte die aan de woning is onttrokken wordt gecompenseerd door de voorzieningen die collectief worden aangeboden. De in Venetië getoonde ‘ totem’ is in de meest letterlijke zin van het woord, de kern van een veel groter en geheel nieuw type verzamelgebouw voor singles en korte termijn huurders. Een woongebouw dat een alternatief is voor een flatje of kamer in een appartementencomplex dat voor deze categorie bewoners niet alleen te duur maar, in huishoudelijke zin, ook onhandig en te bewerkelijk is. De ontwerpers van Dogma & Black Square hebben een verrassend nieuw gebouwtype bedacht waarin een historisch model wordt geüpdate, aangepast aan de specifieke omstandigheden van dit moment. Een woonformule die in het Verenigd Koninkrijk eeuwenlang gediend heeft voor de opvang van rondtrekkende al dan niet losgeslagen mannelijke individuen: het ‘boardinghouse’.

Verzamelgebouw

Een ‘boardinghouse’ is voor de woning wat een coworking plek voor het kantoor is. Maar wat is een ‘boardinghouse’ precies? Het is een woonvorm die in Engeland al sedert de zeventiende eeuw bij vlagen zeer populair was. In Nederland is deze formule minder bekend, er is ook geen echt goed Nederlands woord voor. Ik hou het op een hybride combinatie van een logement, een vrijgezellenopvang en gemeenschapshuis. Met als belangrijkste kenmerken: een afwijkende (monastieke) balans tussen het private en collectieve. Bewoners beschikken weliswaar over een kamer, cel of chambrette, maar brengen het grootste deel van hun (vrije) tijd samen door. Vervolgens: in een ‘boardinghouse’ zijn de huishoudelijke beslommeringen losgemaakt van het individuele verblijf. Arbeid als het huishouden doen, schoonmaken en vooral koken wordt door de exploitant gedaan en – anders dan in gezinsverband – uitgevoerd door professionals die daarvoor worden betaald.

Functioneerde in het verleden het ‘boardinghouse’ vooral als een noodoplossing – bijvoorbeeld als (half commerciële half filantropische) opvang van loonarbeiders in exploderende industriesteden ten tijde van de industriële revolutie of van de wereldcrisis in de dertiger jaren van de vorige eeuw – in het postindustriële tijdperk blijkt het  ‘boardinghouse’ opnieuw een adequaat antwoord te zijn op verschuivende patronen in werken en wonen. Maar tegelijk is deze woonvorm niet alleen een (gedateerde) oplossing voor alleenstaanden, flexwerkers, expats en migranten in noodsituaties, maar ook een bron van inspiratie voor kansen en mogelijkheden tot experimenten met nieuwe vormen van samenleven.

san-francisco-2016

In steden als San Francisco zijn op dit moment de huurprijzen dermate gestegen dat hoogopgeleide ICT medewerkers zelfs kiezen (en betalen) voor een houten ‘pod’ (kot) in de kamer van vrienden of collega’s met wie men noodgedwongen tijdelijk samen leeft. Vergelijkbare oplossingen worden op grote schaal ‘uitgeprobeerd’ elders in de wereld: van London tot Seoul. Cruciaal daarbij is dat het ‘boardinghouse’ in deze varianten steeds minder als een huis of gebouw wordt gezien maar op de eerste plaats als een soepele formule voor geïmproviseerd onderdak die zich aanpast aan bestaande situaties en vooral locaties.

En dat is precies ook de kern van het voorstel voor het  wonen voor een  periode van maanden, die het team van Dogma & Black Square in Venetië presenteert.

 

Gemeenschapsgebouw

 dogma-4scan-1

 dogma-6

De verzamelgebouwen die Dogma & Black Square voorstellen zijn bedoeld als oplossingen voor betaalbare huisvesting van tijdelijke bewoners voor verschillende locaties in London. Hoe hoog de nood voor deze categorie huurders – met name migranten – in London gestegen is, heeft Ben Judah laten zien in zijn verslag over een kort verblijf in een ‘slaaphuis’ voor Oost-Europese bouwvakkers in de Londonse wijk Barking, zie mijn blog van https://edtaverne.wordpress.com/2016/05/08/dit-is-london-3 . Tegenover de vaak schamele manier van tijdelijke opvang doen de ontwerpers voorstellen voor een serie woongebouwen die onderling weliswaar in maat en volume kunnen verschillen, maar allemaal gebaseerd zijn op hetzelfde bouwsysteem, hetzelfde interieur en op identieke manier zijn afgewerkt. En die ook op uiteenlopende en meest onwaarschijnlijke locaties in London kunnen worden gerealiseerd, bij voorkeur op ( goedkope) restruimtes langs grote infrastructuren als spoor- en metrolijnen waar de meeste bewoners dagelijks van afhankelijk zijn.

Het interieur van een standaardgebouw kent een repeterende modulaire structuur met in het hart van iedere moduul een kern of  ‘totem’. Die wordt aan alle zijden omgeven door twee verdiepingen hoge, gedeelde ruimtes die de bewoners gemeenschappelijk kunnen gebruiken als zit- of werkruimte.  Alles wat er staat is voor gedeeld gebruik, niets is eigen bezit. De buitengevels van de afzonderlijke ‘ totems’ zijn hier tegelijk de binnenwanden van een gemeenschappelijke zit- en werkkamer met ingebouwde opbergkasten en elementaire keukenfaciliteiten waardoor de tijdelijke bewoners zelf niets hoeven aan te schaffen en bij vertrek ook niet hoeven mee te nemen.

Met deze uitrusting ontstaat een woongebouw zonder kamers of appartementen, een continue ruimte waarin alleen het hoogst noodzakelijke voor persoonlijk gebruik is en de rest met de andere bewoners gedeeld wordt. En daarmee is een neutraal en anoniem verzamelgebouw een geanimeerd gemeenschapsgebouw geworden, een model van gedeeld wonen voor alleenstaanden zonder vooropgezette, therapeutische bedoelingen.

venice-arch-biennale-home-economics-months-boarding-h

 Co-op: Interieur, 1926

Want de essentie van dit project is niet een sociologische bezinning op een architectuur voor de gemeenschap, voor zelfontplooiing of participatie. Integendeel: het is op de eerste plaats een architectonisch statement over de woningcrisis in het Verenigd Koninkrijk – in het bijzonder in London – waar met name alleenstaanden, migranten, flexwerkers op alle niveaus het slachtoffer van zijn. Maar er is wel een andere ideologische boodschap: het gemeenschapshuis is een architectonische oefening over wat er mogelijk is wanneer het wonen is bevrijd uit de ideologie van gezin en familie inclusief de dromen van bezit, geluk en huiselijkheid. Een exercitie in de-domesticering van huisvesting en daarmee een uitdaging aan de daaraan gerelateerde economie en ideologie. Als voorbeeld van een radicale, architectonische heroverweging van wat wonen in de westerse, (post)industriële samenleving feitelijk betekent, schaart dit project zich in een architectuurhistorische traditie die via Andrea Branzi’s Central House studies uit 1989, terug gaat tot het raadselachtige Co-op: Interieur, 1926 van Hannes Meyer, de tweede directeur van het Bauhaus in Dessau.

 meyer-han-nes-coop-wohnung

 

Kamer zonder Eigendom

In 1926 publiceerde de architect Hannes Meyer een artikel over ‘ Die Neue Welt’ met de foto van het Co-op Interieur als illustratie. In dit stuk verklaarde hij dat ‘gezelligheid en representatie niet de juiste leidraad zijn voor de woningbouw. Het eerste is iets voor het hart en niet voor een Perzisch tapijt. En het tweede hoort eerder de persoonlijkheid van de huiseigenaar te sieren dan de wanden van diens huis’. Pier Vittorio Aureli heeft zowel aan de hypothetische tekeningen van Andrea Branzi als aan het manifest van Hannes Meyer studies gewijd. Hij herkent in het Co-op Interieur , twee wezenskenmerken van het moderne wonen die uiteindelijk ook de sleutel bieden voor een juiste inschatting van waar de in Venetië getoonde ‘ totem’  uiteindelijk voor staat.

meyer-co-op_meyer_hannes_1926

De foto laat een kamer voor een alleenstaande zien met verschillende voorwerpen waaronder (opvouwbare) seriemeubels zoals een tafeltje, een paar stoelen, een veldbed zonder beddengoed en een grammofoon. Het meest opvallende detail is echter dat de muren (en vloer) van stof zijn gemaakt waarvan de weefstructuur op de foto goed te zien is. ‘ En juist dit detail’, aldus Aureli, ‘geeft Meyer’s vertrek zijn extreme nuchterheid en maakt het tot een van de radicaalste beelden van het ontworteld zijn en vluchtigheid van het moderne leven. Want anders dan de vaak cerebrale interieurs van de functionalistische architectuur, waar alles wijst op een solide huiselijk bestaan van de bewoners, is het Co-op vertrek gereduceerd tot een paar onopvallende voorwerpen die in al hun anonimiteit niets anders willen zeggen dan dat het hier om gewone gebruiksvoorwerpen gaat. Ontworteld leven en de luxe van het gebruik (i.p.v. bezit) lijken de belangrijkste waarden te zijn die Meyers Co-op: Interieur, 1926 met zijn ambivalente esthetiek van hedonisme en terughoudendheid, elegantie en armoede, comfort en onzekerheid wil overbrengen’.

dogma-drawing-after-meyer

Dogma: tekening naar Co-op: Interieur 1926 van Hannes Meyer

Architectuur van het Gebruik

De vluchtigheid van het dagelijks bestaan en de last van het private grondeigendom en woningbezit – dat zijn de twee fundamenten van het eigentijdse wonen die in het kleinste kamertje van het Britse paviljoen in Venetië op de proef worden gesteld. Het dagelijks leven in een metropool als London is snel, wisselvallig en onzeker. En het denken over wonen vanuit de architectuur in termen van slechts enkele maanden vraagt dat kortstondigheid niet alleen wordt herkend maar dat daar ook een vorm voor wordt gevonden. Een ruimtelijk antwoord dat verder gaat dan een fantasietje of een adhoc oplossing. De ontwerpers van Dogma & Black Square hebben niet gekozen voor een afgeleidde vorm van de traditionele gezinswoning. Integendeel: zij hebben een radicaal ander woonmodel  ontwikkeld dat in termen van eigendomsstructuur en machtsverhoudingen meer verwant is aan de orde van de kloostercel. De ‘totem’ in Venetië demonstreert, net als Co-op: Interieur, 1926 van Hannes Meyer, hoe een ‘architectuur van het gebruik’ in vergelijking met de ‘architectuur van het bezit’ eruit zou kunnen zien. Terwijl de laatste altijd de identiteit en status van de eigenaar/bewoner weerspiegelt, zijn de wooncellen van Meyer en Dogma & Black Square ‘radicaal generiek en anoniem. En precies om die reden bieden ze de bewoners de kans een leven te leiden, dat vrij is van de lasten en verplichtingen die de samenleving hen via eigendom voortdurend op de schouders legt’. (Pier Vittorio Aureli, ‘Zimmer ohne Eigentum. Anmerkungen zu Hannes Meyers Co-op. Interieur’, in: Hannes Meyer Co-op Interieur, Berlin 2015, 7-13). Co-op: Interieur, 1926 leert ons nog iets anders over de essentie van de ‘totem’ in Venetie. Hannes Meyer laat zien dat de reductie van de individuele kamer tot het meest elementaire alleen mogelijk is als de bewoner onbeperkt gebruik kan maken van gemeenschappelijke voorzieningen daarbuiten. Die worden in Co-op: Interieur, 1926 simpelweg verondersteld en die zijn ook in de Venetiaanse ‘ totem’ , op een enkele toegift (artist drawing) na, impliciet.

Conform de maatschappijkritische boodschap van het totale project Home Economics, presenteert het ontwerpteam in de ‘ Month’ kamer geen kant en klaar antwoord op de urgente huisvestingsproblemen van korte termijn huurders in een metropolitaan milieu. Wel hebben de makers een radicaal ander model ontworpen – een vorm van summier, individueel  ruimtegebruik die de bewoners uitdaagt de ‘ rest’ met anderen te delen. Dit is geenszins een utopie maar een realistisch denkmodel, dat laat zien ‘ what it means to live today’.

venice-arch-biennale-home-economics-months-video

Toelichting van de ontwerpers op de installatie ‘ Months’, ga naar:

http://design.britishcouncil.org/blog/2016/may/23/dogma-and-black-square-months-home-economics

Informatie over achtergrond, herkomst en projecten van Dogma-team, ga naar:

http://www.dogma.name/about.html

Voor een analyse van Hannes Meyer Co-op Interieur project, ga naar:

http://thecityasaproject.org/2013/05/hannes-meyer-co-op-architecture

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 22 november 2016 door in Architectuur, Stadsgeografie, Stadsgeschiedenis, Stadssociologie, Stedelijke Identiteit, Urbanisatie.