Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Home Economics (6)

Venice Architecture Biennale 2016 Home Economics

De zwijgende meerderheid van de architectuur

 Kerngedachte achter Home Economics (de Britse bijdrage aan de XVe Architectuur Biënnale in Venetië) is de idee van het architectonisch model. Niet te verwarren met een schaalmodel dat in principe gemaakt wordt voor een specifieke locatie. In het Britse Paviljoen gaat het om de presentatie van een format of sjabloon, een reproduceerbaar concept voor sociale huisvesting. Preciezer geformuleerd: het is een voorstel in vijfvoud voor een ‘andere’ architectuur van wonen aan de hand van regels en instructies ontleend aan de expertise van de moderne huishoudkunde (Home Economics).  De vijf vertrekken van het Britse Paviljoen zijn ingericht als exemplarische ‘kamers zonder stijl’: neutrale, tijdloze interieurs die de bezoeker lijfelijk confronteren met woon- en leefmogelijkheden in verschillende (tijdruimte) situaties. En tegelijk informeren over hoe die zouden kunnen worden gerealiseerd met gebruikmaking van bestaande systemen op gebied van vastgoed, financiering, hypotheken, maar ook van trends in timesharing,  gedeeld werken, co-housing en vrijetijdsbesteding.

venice-architecture-biennale-2016-home-economics-years-room_dezeen_1568_0

Hier is een jonge generatie architecten aan het woord, een die zich niet bezighoudt met het maken van spectaculaire, architectonische  ‘icons’, maar die een structurele rol opeist in het ontwerpproces, de financieringsconstructies en bouwlogistiek van dat segment van de woningbouw waar architecten geen greep op hebben, maar dat wel meer dan twee derde van de totale bouwproductie uitmaakt. Dit is de reëel bestaande frontlinie van de architectuur – en niet alleen in het Verenigd Koninkrijk. Interessant is dat deze nieuwe generatie met haar engagement voor de ‘ zwijgende meerderheid van de architectuur’ (André Chastel) zich laat inspireren door een historische architectuur- en bouwpraktijk die eeuwenlang richting heeft gegeven aan de vorm, het leven en structuur van de Britse hoofdstad:

 

Georgian London.

london-georgian

Georgian London zou men kunnen omschrijven als het voorbeeld bij uitstek van stadsontwikkeling zonder architectuur. Het zijn stukjes stad met aaneengesloten straten, pleinen en rijtjeshuizen , product van een door speculatie, regelgeving, genormaliseerde woonplattegronden en een gestandaardiseerde bouwbedrijf gedomineerde, anonieme woningbouw. Een ‘patchwork’ van private, speculatieve projecten die vanaf c.1800 London hebben gemaakt tot stad van handel en gewin en niet van absolutisme (Rasmussen). In 1946 door John Summerson zorgvuldig beschreven en in kaart gebracht en sinds kort – en niet toevallig – opnieuw onderwerp van architectuurhistorisch onderzoek in studies van o.a. James Ayres, Leo Hollis en Elizabeth McKellar.

aravena-detail-2

 

Home Economics is een a-typische architectuurtentoonstelling voor zover de curators niet hebben gekozen voor kant en klare architectonische oplossingen voor de woningnood in de UK maar, omgekeerd, de crisis aangrijpen voor een structurele hervorming van de architectuur en het presenteren van realistische perspectieven op een andere praktijk van bouwen en wonen. Het is een benadering die beantwoordt aan zowel de mondiale ‘ missie’ van Alejandro Aravena als directeur van de Architectuur Biennale in Venetie, als een die recht doet aan de urgentie – en kansen – van  de al decennia durende crisis op de Britse woningmarkt.

 Kijken naar het wonen door de lens van de tijd   

De woede over een kunstmatig instand gehouden sociale mistoestand is tot in de kieren en gaten van het Britse Paviljoen speurbaar. Maar toch is de expositie in Venetië geen aanklacht of protest. Het is een momentopname van een veel ambitieuzer project, gericht  op het verkennen van wat economisch, financieel en maatschappelijk haalbaar is om tot een andere cultuur van wonen en huisvesting te komen. Alternatieve, architectonische arrangementen die gebaseerd zijn op data, feiten en inzichten over de centrale plaats van huisvesting in de huidige Britse samenleving. Om daar goed zicht op te krijgen hebben de hebben de samenstellers voor hun onderzoek en presentatie gekozen voor een niet-ruimtelijk maar specifiek temporeel perspectief op het wonen. Hoe ziet het wonen eruit  gezien door de lens van de tijd? Wat is de impact van ‘ tijd’ op de gebouwde omgeving? En hoe bepaalt de kapitalistische tijd – de lagentermijn financieringsmodellen van hypotheken bijvoorbeeld – de levensloop van mensen? Maar ook: welke veranderingen vinden plaats in het ‘ huis’ houden als gevolg van de veranderende concepties van tijd en ruimte? Wat is een huis nog ‘ waard’ in het nomadisch bestaan van iemand die vanuit meerdere bases opereert en voortdurend onderweg is? En voor wie ‘ thuis’ minder een fysiek, locatiegebonden woonmilieu is dan een door portable, laptop en Iphone gepersonifieerde, permanente ruimte. ‘ Home is where the Wi-Fi is!’ En wat zijn vervolgens de effecten van deze veranderende leef- en woonstijlen op de woning als winst- en vastgoedobject, als eigendom en/of gebruiksvoorwerp? Door deze manier van kijken kregen we, aldus Finn Williams, een van de drie curatoren, enigszins greep op de veranderingen die er op dit moment in de bouw en het gebruik van woningen plaats vinden.

amsterdam-noord4us-room

‘droomappartement’ woningbouwproject Amsterdam-Noord aan het Ij (Noord4Us)

Maar Home Economics is geen marktverkenning, geen inventarisatie van veranderende woon- en leefstijlen met het oog op het ontwikkelen van op maat gesneden (alternatieve) woonproducten voor individuen en gemeenschappen van nieuwe makelij. In Venetië staat juist de keerzijde van de opbloeiende woningmarkt in het centrum: de Britse huizencrisis en woningkrapte als het acute symptoom van sociale ongelijkheid en richt de focus zich op het blootleggen van de politieke, economische en financiële oorzaken daarvan.

venice-architecure-biennale-2016-british-p-home-economics

5 nieuwe modellen voor het wonen

Dat de bedenkers van Home Economics niet geïnteresseerd zijn in het lanceren van een paar losse flodders over nieuwe woonvormen, blijkt uit de samenstelling van de vijf teams. Jonge ontwerpers met weinig of geen praktijkervaring in de woningbouw, werden gekoppeld aan een groep van doorgewinterde en op experimenten beluste deskundigen uit de wereld van vastgoed, financiën, bestuur en industrie, Zij kregen de opdracht om, binnen de hen toegewezen tijdsperiode (uren, dagen, maanden, jaren en decennia) de grenzen te verkennen van wat er op gebied van huisvesting en woningbouw aan innovatie mogelijk is – en daarbij tot het uiterste te gaan. Tegelijk moesten de teams een overrompelende installatie maken niet alleen voor vakgenoten, maar ook – of misschien wel juist – voor mensen zonder technische achtergrond. Een architectuurtentoonstelling dus zonder de gebruikelijke plattegronden, doorsneden en technische informatie, maar een die de bezoekers probeert te doordringen van zowel de noden als kansen van leven en wonen in de UK van vandaag. Deze opzet heeft uiteindelijk geleid tot de bouw van vijf wooninterieurs in de vorm van maquettes op ware grootte die de bezoeker het gevoel moeten geven in het Britse Paviljoen ‘thuis’ te komen.

venice-architecture-biennalke-2016-home-economics-2

Voor een juist begrip: de vijf voorstellen beperken zich niet tot het interieur. In het ene vertrek wordt een volledig andere manier van koop en hypotheekverlening uit de doeken gedaan; in een ander worden de regels en maten van de Engelse versie van het Bouwbesluit herschreven en in een derde wordt, tenslotte, het hele huurstelsel op zijn kop gezet. Bij de uitvoering van de dubbele opdracht: het doorbreken van de geijkte denkbeelden over wonen en woningproductie en tegelijk het op een dringende ja meeslepende manier visualiseren van zo realistisch mogelijke alternatieven, zijn niet alle teams even geslaagd. Het meest overtuigend zijn de installaties over het wonen in een deeleconomie van het team rond Jack Self; die over het wonen zonder huishouden van Pier Vittorio Aureli en Dogma & Black Square en met name die over de woonmogelijkheden van een gekortwiekte generatie (Generation Rent)  van Julia King en Naked House.

 venice-arch-biennale-home-economics-hours-1

Gebruik boven Bezit (Uren)

‘ Welkom thuis. Dit is je gemeenschappelijke woon- en werkkamer die je deelt met een serie andere appartementen op dezelfde verdieping. Normaal gesproken breng je hier enkele uren per dag door, samen met vrienden en buren, om er te werken of gewoon te ontspannen’.

Zo verwelkomt het Team Jack Self de bezoeker in de centrale ruimte van het Britse Paviljoen waar een installatie is gewijd aan het verblijf in een (deel van de) woning voor de tijd van slechts enkele uren. De ontvangst lijkt een parodie op de gladde webintro’s van de talloze aan het ‘shared economy concept’ gerelateerde commerciële instellingen en stichtingen op gebied van nieuwe woonvormen al dan niet op basis van gemeenschappelijkheid. Initiatieven die inspelen op de veranderende context van de woningmarkt. Niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, ook in ons land groeit de markt voor woongroepen, voor centraal en gemeenschappelijk wonen, voor gemeenschapshuizen met een gevarieerd aanbod aan deeldiensten voor consumenten en collectieve voorzieningen: van zwembad, ecologische moestuin, kindercrèche tot aan elektrische auto.

Venice Arch Biennale Home Economics British P Hours-Room-British-Pavilion--3-.jpg

Maar schijn bedriegt. In de centrale ruimte van het Venetiaanse paviljoen gaat het om heel iets anders. Hier wordt op aan de hand van een model van een ‘gedeelde huiskamer’ gedemonstreerd hoe  ‘delen’  een relevante categorie is en kan zijn voor huisvesting. Het is de sleutelruimte van een project voor sociale huisvesting in een kantoorachtig hoogbouw op een krappe toplocatie in een metropolitaan stadscentrum (London). In het spagaat tussen hoe de gemiddelde Brit vandaag de dag zijn huis gebruikt en wat er standaard aan ruimten in een dergelijke situatie wordt aangeboden, heeft het team gekozen voor een project waarin samen ‘delen’ figureert als een vorm van luxe en niet van compromis. Dit is niet de zoveelste variant van een alternatieve, meer efficiënte en duurzame  woonvorm, maar een voorbeeld van solidair ruimtegebruik in tijden van nijpende schaarste.

venice-arch-biennale-home-economics-hours

Wat bij het binnenkomen van de centrale ruimte in Venetië onmiddellijk opvalt is de afstandelijkheid van het interieur, het ontbreken van ieder spoor van individuele toe-eigening en smaak. Dit is een ruimte van niemand en iedereen. Radicaal generiek en anoniem.Tijdloos maar tegelijk ook tijdgebonden (‘zeitgemäß’). De zaal wordt gedomineerd door een hoge en smalle garderobekast, een glazen vitrine met voorwerpen en huishoudelijke artikelen voor het dagelijkse onderhoud zoals stofzuigers, vegers en werkkleding. De rest van het ‘meubilair’ bestaat uit een set van gestandaardiseerde zit- en ligbanken  (‘daybeds’) die het mogelijk maken om de ruimte naar ieders wil en op ieder uur van de dag vrijelijk te gebruiken: om te werken, rusten, uitwisselen van sociale contacten. Het is een private woonkamer maar dan een zonder enig teken van gezelligheid en status. Het voelt aan als een  ‘gedeelde ruimte’ maar zonder de sfeer van een publieke ruimte. Het is geen wachtkamer.

Wat heeft dit, alles bij elkaar, te betekenen?

Deze ruimte representeert met haar heldere en door geen enkel ornament verstoorde architectuur, de strenge logica van een zo consequent mogelijk doorgetrokken vorm van ‘samen’ wonen. Dat wil zeggen dat in dit voorstel bewoners via een ingenieuze financiële constructie, net als bij het (intussen gestrande) burgerinitiatief voor de Antwerpse politietoren De Oudaan, gezamenlijk  aandeelhouder en (geleidelijk) mede-eigenaar van het hele woongebouw zijn. Deze constructie vertaalt zich naar de afzonderlijke appartementen die de bewoners niet in eigendom hebben maar tegen lage rente huren. In dit woongebouw heeft de woning opgehouden een vorm van bezit te zijn waarmee een particulier vermogen kan worden opgebouwd. Maar gedeeld wonen verwijst in dit project niet alleen naar een specifiek financiering- en eigendomsconstructie,  maar heeft ook een ideologische lading. Het is een stap is op weg naar de ‘ bevrijding’ van de woning uit de knellende banden van identiteit, cultuur en geschiedenis.  Sterker nog: de burgerlijke notie van ‘huiselijkheid’ (domesticity) wordt uitgedaagd en op de proef gesteld. De woning wordt losgekoppeld van de vertrouwde associaties met bezit, het private, geborgenheid en vooral het familiale op grond waarvan de huisvesting eeuwenlang is gekolonialiseerd en vooral gecommodificeerd. Dank zij deze ontideologisering van het wonen, wordt de weg vrijgemaakt voor het zo consequent mogelijk doorvoeren van het ‘ systeem van delen’ tot in de kleinste details van leven in dit woongebouw.

venice-arch-biennale-house-economics-3-plan

En dat is precies ook de boodschap achter de installatie in de centrale hal van het Britse Paviljoen: ‘bezit niets en deel alles’. Een blik op de plattegrond van een standaard woonlaag laat zien wat dit motto in praktijk betekent. Het kantoorgebouw staat niet alleen model voor de constructies achter de projectontwikkeling en financiering, uiteindelijk is de totale bouwstructuur van het woongebouw (constructie,stijgpunten, gevelstramien, lengte en diepte van het gebouw, circulatie etc.) een architectonische bewerking van de gebruikelijke gebouweigenschappen van een kantoortoren. Wat onmiddellijk opvalt zijn de afwijkingen:  de groepsgewijze clustering van de zes wooncellen, niet rond een centraal trappenhuis met liften en gangen, maar direct  ontsloten op een gemeenschappelijke woonkamer waarvan een uitgewerkt model in Venetië wordt getoond. De appartementen zijn klein van afmeting en bieden enkel de strikt noodzakelijke faciliteiten op gebied van hygiëne, eten en slapen. Maar de essentie is het ontbreken van een eigen woonkamer: een ruimte om te praten, studeren, tv te kijken of gewoon te ontspannen. In de opvattingen van de initiatiefnemers is dat geen tekort of gebrek, maar wordt die met de gedeelde woonkamer, als een luxe voorziening for free toegevoegd aan de individuele woningen. In samenhang met de financiering- en eigendomsstructuur wordt hiermee een perspectief geopend op betaalbaar, sociaal gelijk en tegelijk duurzaam wonen, waarbij het particulier ruimte- en energiegebruik wordt beperkt tot het minimale en het aanbod aan publieke voorzieningen wordt uitgebreid naar de sfeer van het private.

uk-housing-crisis-generation-rent

Maar daar blijft het niet bij: het totale project – van woongebouw, individueel appartement tot klerenkast – is immuun voor de sociale status van de afzonderlijke bewoners en gebruikers. Ook de in Venetië geëxposeerde huishoudelijke artikelen, kledingstukken en meubels suggereren een kritiek op het particulier bezit. En dwingen de gebruikers tot nieuwe, andersoortige relaties met buren en medebewoners. De voorwerpen in de garderobekast demonstreren, aldus Jack Self, de grenzen van wat we als bewoners met elkaar willen delen: van privé familie- en gezinsleven, leefstijl, kledingstukken tot aan de stofzuiger toe.

Doel van het project was   – en ik parafraseer hier de uitspraken van de ontwerpers in zowel de catalogus als in de talloze interviews –  de mogelijkheid te onderzoeken voor een echt egalitair en socialistisch huisvestingsmodel binnen kapitalistische paradigma’s en condities. En zowel de research (catalogus) als de visuele presentatie zijn tezamen de eerste stap in deze richting.

pier-vittorio-aureli-austerity

‘ Bezit niets, deel alles’ – het is een Franciscaanse gedachte die via filosofen als Giorgio Agamben, eindelijk ook het denken van contemporaine ontwerpers en architecten heeft bereikt. Recent heeft Pier Vittorio Aureli – diens bijdrage aan Home Economics bespreek ik in de volgende blog – een essay geschreven over gebruik en misbruik van vroegchristelijke en middeleeuwse ascetisme in huidige ontwerp en architectuur. Ik moet eerlijk bekennen dat ik geen uitspraak durf te doen over de uitvoerbaarheid van het woon voorstel van het team Self, maar dat doet niets af aan mijn fascinatie voor de radicaliteit en urgentie daarvan.

In de volgende en laatste blog een korte beschouwing over de aan resp. maanden en jaren gewijde presentaties van Pier Vittorio Aureli en Julia King.

Relevante verwijzingen:

informatief interview met de drie curators:

https://elephantmag.com/architecture-biennale-interview-shumi-bose-jack-self-finn-williams/

 

korte rondleiding en visuele impressie van Home Economics op der website van British Council

http://design.britishcouncil.org/venice-biennale/VeniceBiennale2016/

korte video toelichting door Jack Self

https://www.youtube.com/watch?v=ewDkaQRUEf0

informatie over de even schitterende als informatieve, begeleidende catalogus:

http://thespaces.com/2016/06/11/our-first-book-home-economics-explores-five-new-models-for-domestic-life/

Jack Self on HOURS in Home Economics: http://design.britishcouncil.org/blog/2016/may/17/jack-self-hours

Finn Williams on Home Economics in interview with RCA blog:

 http://design.britishcouncil.org/blog/2016/may/04/finn-williams-home-economics

venice-arch-biennale-home-economics-4

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 12 november 2016 door in Stadsgeschiedenis.
%d bloggers liken dit: