Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Home Economics (4)

 

 

Echt Vastgoed / Leven zonder Schuld

Venice Architecture Biennale 2016 Home Economics

Een intrigerend onderdeel van de Architectuur Biënnale in Venetië van dit jaar, is de expositie: HOME ECONOMICS in het Britse Paviljoen. In aanloop naar een kritische beschouwing heb ik een drietal blogberichten geschreven over de achtergronden van de curators: Jack Self, Shumi Bose en Finn Williams. In aansluiting op mijn laatste bericht over het door FULCRUM geredigeerde boek: Real Estates. Life without Debt (2014) publiceer ik hier de (niet geautoriseerde) vertaling van de inleiding op deze bundel (8-13) omdat die als een beginselverklaring van het Engelse architectenteam kan worden beschouwd. Het is een tekst die weliswaar is toegesneden op de crisis op de huizenmarkt in de Angelsaksische wereld, maar ik denk dat ook architecten actief op de woningmarkt in Nederland, zich aangesproken zouden kunnen voelen.

 Real Estates Life wiuthout debt

INLEIDING

 FULCRUM (Jack Self)

 ‘Waar we op wachten is de ‘contra-contra-revolutie’, ontketend door progressieven die de lessen uit de eeuw van neoliberalisme hebben geleerd. En die niet bang zijn om het neoliberalisme met haar eigen wapens omver te werpen. Tallozen zijn de strijd al aangegaan. Uiteindelijk zal ’t iemand lukken en misschien zullen we rond 2020 te weten komen wie. Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat iemand in staat is om het op dit moment voor elkaar te krijgen’ [i]

 

Crisis op de huizenmarkt is altijd een populair onderwerp binnen de architectenwereld, hoofdzakelijk omdat die de betrokkenen – of ze nu criticus of ontwerper zijn – steevast een goed gevoel over zichzelf geeft. Het bevestigt de academicus in zijn rol als pragmatisch intellectueel en/of politiek theoreticus en de ontwerper kan zich laven aan de overvloed van problemen die vragen om steeds extremere typologische, formele en in toenemende mate ook financiële experimenten. Alleen al de term ‘ crisis’ suggereert een gevoel van urgentie terwijl het gelijkertijd de valse illusie wekt alsof architecten een soort van sociale verantwoordelijkheid dragen voor de totstandkoming van het stedelijk milieu. Maar als buitenstaanders kunnen architecten nooit de veroorzakers zijn van een woningcrisis waarvan ze ook niet hoeven te hopen dat zij die zouden kunnen oplossen. Ze kunnen zo hoog van de toren blazen omdat ze opereren vanuit een positie van onaantastbaarheid en onweerlegbaar gelijk.

Niettemin, de reden waarom de discipline zich iedere keer weer sterk maakt om de woningcrisis ‘ op te lossen’, is niet ver te zoeken – immers, decennia lang slagen overheden er niet in om met een duidelijke politiek te komen waarmee het kunstmatig in stand gehouden woningtekort kan worden aangepakt. En architecten, als van nature gewiekste ondernemers, springen vervolgens in het gat!

London Houding 2016.jpg

Maar wat die veronderstelde verantwoordelijkheid zo problematisch maakt is de verwarring die er binnen het architectenvak heerst over  wat ‘ huisvesting’ eigenlijk is. Aan de ene kant wordt het huis –  het wonen –  gezien als de zetel van huiselijk geluk – als het fundamentele en tijdloze moment van solidariteit, onvoorwaardelijke liefde, veiligheid, ontspanning en sociale reproductie. Architecten hebben geleerd  om met hun ontwerp  dit verbond band tussen bewoners, hun individuele en collectieve identiteit, op poëtische wijze  te symboliseren. Aan de andere kant zijn architecten er zich pijnlijk van bewust dat huisvesting altijd het product is van een of andere vorm van projectontwikkeling – hetzij speculatief hetzij projectmatig. Dit is het krachtenveld waarin vorm en functie van het huis zijn vastgelegd. En ‘t belangrijkste is dat het ontwerp nimmer de waarde van het huis als consumptiegoed mag aantasten. En die wet is nooit dwingender geweest sinds het wonen als gevolg van de versnelde afbraak van de welvaartsstaat getransformeerd is tot een fiscale noodzaak – zonder welke bijvoorbeeld gepensioneerden zonder pensioen geen vangnet voor hun verdere oude dag zouden hebben. Vandaag de dag is de aanschaf van langlopende, aan vastgoed gerelateerde schuldcontracten (leningen, hypotheken) zo niet een universele verplichting dan in ieder geval een breed gedeelde, onweerstaanbare voorkeur. Wat de eigenlijke drijfveer achter die massale ‘schuldverslaving’ is, moet nog worden opgehelderd.

Lazzarato Indebted Man

Om ‘t evidente onbehagen te maskeren over een ruimte die zowel staat voor poëzie als geld – die, m.a.w., inwisselbaar is –  wordt de woning voorgesteld als ‘ on(t)roerend goed’. Een dergelijke abstractie suggereert dat het huis zowel beleggingsobject als uitgavenpost kan zijn zonder dat daarbij het aura van vertrouwdheid verloren gaat. Er is echter een cruciaal verschil tussen het bezit van een woning en het huren daarvan: in de neoliberale gedachtegang leidt de eerste figuur tot ‘ verlossing’  en de laatste tot eeuwigdurende  ‘slavernij’ . De wegen daartoe zijn dezelfde en ook de schuldeisen zijn min of meer vergelijkbaar.

Het percentage woningen dat in Engeland ‘onder architectuur’ wordt gebouwd is zo  gering dat de RIBA het niet nodig vindt om die te registeren. Sterker nog: aangezien verreweg het grootste gedeelte van Britse woningen als speculatieobject wordt gebouwd, is het voor de ontwerpers – wie dat ook mogen zijn – onmogelijk om rekening te houden met de verlangens van de toekomstige bewoners. Het is dus niet de architect of zelfs de bouwindustrie die beslist over huisvesting  en wooncultuur, maar zijn ‘t de financiële instellingen die projectontwikkelaars financieren en programmeren met de juiste informatie over fiscale efficiency. Waar het, met andere woorden, in de architectuur van de woning om gaat, is het veiligstellen van haar gebruikswaarde tegenover de ruilwaarde, en dat in relatie tot de totale woningvoorraad, zowel die van dit moment als van de toekomst.

Architecten denken vaak ten onrechte dat een huizencrisis veroorzaakt wordt omdat de woningmarkt er niet in slaagt om vraag en aanbod van woningen op geschikte in evenwicht te houden. Maar een werkelijk begrip van de huidige huizencrisis ontstaat pas in het besef dat de traditionele ontwikkelingsstrategie binnen de woningbouw (bouwkolom)  en de ideologie van het eigen huisbezit, in feite twee kanten van dezelfde medaille zijn : die van het disciplineren van brede lagen van de bevolking door het juk van een schuldenlast en het uitzetten van hun geld aan een (financiële) elite die opereert zonder enige vorm van democratische controle, transparantie en recht. Door een huizencrisis worden  dit soort processen alleen maar versterkt.

Om de historische wortels van de huidige crisis in het Verenigd Koninkrijk te  kunnen begrijpen, maar ook de herkomst van neoliberale woningcrises in het algemeen – zouden we moeten beschikken over een conceptueel raamwerk waarin alle, ogenschijnlijk uiteenlopende processen, in een enkele structuur zijn gevat. In dit boek (Real Estates) hanteren we een andere methode. De verschillende auteurs analyseren concrete situaties op een zodanige wijze dat abstracte patronen zichtbaar worden die het theoretisch fundament van huisvesting en woningbouw blootleggen. Deze aanpak vertrekt vanuit het inzicht dat neoliberale economieën – niet zelden op tegenstrijdige manier –  op verschillende schaalniveaus en binnen iedere sociale en politieke arena actief zijn. Zo kunnen we enkel van een neoliberale ideologie van huizenbezit  spreken als we oog hebben voor de manier waarop ieder afzonderlijk woonvertrek interfereert met een specifieke, economisch domein. Of omgekeerd: we kunnen  enkel positieve, morele stellingen over stedelijk beheer en bestuur poneren, als we inzicht hebben in de ethische kanten van  individuele schuld en krediet.

Berlin Die-Stadt-als-Beute-01

Kijken we naar de toon van deze inleiding tot nu toe – waarin  de architect wordt  gebrandmerkt als een krachtenloze figuur zonder enig benul van zijn/haar rol als bemiddelaar van sociaal onrecht – dan lijkt het hypocriet om een boek in te leiden waarin uitgerekend architecten zich buigen over de problematiek van vastgoed. Maar het tegenovergestelde is waar! Sinds de financiële crisis van 2007/2008 is de gebouwde omgeving opgewaardeerd van incident tot cruciale factor van economische stabiliteit. En daarmee is materiële gelijkheid –de machtsverdeling binnen de sociale ruimte – een intrinsiek probleem voor de architectuur geworden, ook al beschikken architecten beroepshalve niet over de middelen om daar op efficiënte wijze op te reageren. En dit is precies het verschil tussen deze bloemlezing van essays en interviews met de gebruikelijke studies op dit terrein. Real Estates is niet zozeer gericht op de constructie van een coherent,  historisch metaverhaal waarin uitleg  wordt gegeven over een specifieke situatie als wel op het articuleren van de onderlinge samenhang  zowel binnen het geheel als onderdelen van de werkelijkheid van het vastgoed. Deze werkwijze is gebaseerd op de veronderstelling dat een crisis in de huisvesting noodzakelijkerwijs ook een crisis is in vastgoed als juridische en maatschappelijke categorie die op haar beurt weer een crisis impliceert in de democratie en de bestaande gezagsverhoudingen, en uiteindelijk ook de vastheid van het wonen en het vertrouwen in het woningbezit aantast.

Dit boek maakt deel uit van Fulcrum’s lopend onderzoek naar de rol van de gebouwde omgeving in het proces van agressieve (her)verdeling van rijkdommen binnen neoliberale en laatkapitalistische economieën. Indertijd begonnen als onderbouwing van een concreet architectonisch project (Ingot Tower, London), is het vanaf het begin ook bedoeld als een theoretische basis van waaruit de architectuur een ‘contra- contrarevolutie’ zou kunnen ondernemen. Dat wil zeggen, een tegenaanval tegen de coupe van het neoliberale denken die, aan het eind van de jaren zeventig,  de naoorlogse welvaartsstaat om zeep heeft geholpen. Fulcrum is een samenwerkingsverband waarin een spectrum van uiteenlopende, ideologische zichtlijnen samenkomt op één punt: de wil om strategieën te ontwikkelen voor een rechtvaardige verdeling en gebruik van ruimte. Fulcrum realiseert zich dat architecten niet beschikken over een machtspositie om dat voor elkaar te krijgen maar schrikt er ook niet voor terug om de confrontatie aan te gaan en het neoliberale gedachtegoed met zijn eigen instrumenten te verslaan. En een dergelijke onderneming begint met een gedetailleerde articulatie!

 

 

[i] David Runciman,‘ Counter-Counter-Revolution‘, in:  London Review of Books, 35, 18 (spetember 2013) ga naar: http://www.lrb.co.uk/v35/n18/david-runciman/counter-counter-revolution

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 29 augustus 2016 door in Stadsgeschiedenis.
%d bloggers liken dit: