Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Home Economics (3)

 

Echt Vastgoed: Leven zonder Schuld

Venice Architecture Biennale 2016 Home Economics

In 2014 verscheen bij Bedford Press – de huisuitgeverij van AA in London – een bescheiden maar zorgvuldig uitgegeven boekje Real Estates: Life without Debt. Een verzameling korte essays en interviews onder redactie van Fulcrum (Jack Self & Shumi Bosi). De Engelse titel verwijst naar de dubbele betekenis van het bijvoeglijk naamwoord: ‘ real ‘ , een woordspeling die in Nederlandse vertaling  verloren gaat. Hoe ben ik op ‘ Echt Vastgoed’  gekomen? En dekt deze vertaling  de ‘werkelijke’ lading van de bloemlezing?

matta-clark-fake-estates-02-big

Ik ben er via een omweg gekomen, dankzij Martk Campbell’s bijdrage over een fascinerend project van de Amerikaanse beeldende kunstenaar Gordon Matta Clark (‘Unreal Estates’, 113-120). Laatst genoemde kocht in de zomer van 1973 op een publieke veiling in New York vijftien kavels: veertien in Queens en één op Staten Island. Het waren eigenlijk niet veel meer dan snippers, vrij ontoegankelijke stukjes grond die op een of andere manier waren ontsnapt aan de aandacht van de onroerendgoed handel. De ‘waardeloze’ stroken grond, sommige nog smaller dan een schouderbreedte, gingen weg voor een prijs variërend van 25 tot 75 dollar het stuk. Bij elkaar een verzameling van gangen en stoepen, waarschijnlijk het restant van een paar landmeetkundige fouten of onnauwkeurigheden. Matta Clark kocht de grond zonder speciale bedoelingen. Het enige wat hij er na aankoop mee deed, was ze opmeten, in kaart brengen en fotograferen. Maar juist door het zo met zorg documenteren van deze urbane onlogica stelde hij de betekenis en waarde van grondbezit aan de orde en gebruikte hij absurditeiten in het grid om stedelijke contradicties bloot te leggen. Het gaat immers om ruimtes zonder bestaansrecht, niet vanwege het feit dat ze ontoegankelijk zijn maar omdat ze geen enkele functie hebben. Het zijn echte ‘ nep ruimtes’ . En dat is ook de benaming van Gordon Matta’s meest conceptuele kunstwerk Reality Properties: Fake Estates (1973), dat laat zien hoezeer ‘werkelijkheid’ ( Reality) een archaïsch begrip is geworden om vastgoed (Real Estate) mee aan te duiden. Gordon Matta had geen speciale (zakelijke) interesse in deze percelen behalve voor het feit dat ze geen enkele economische waarde vertegenwoordigden.

Fulcrum suggereert met de titel van de bloemlezing: Real Estates precies het tegenovergestelde van Fakes Estates: het benadrukt aan de hand van concrete situaties, de betekenis van de echte (reële) waarde van vastgoed ten opzichte van de fictieve (markt) waarde als (speculatief) object van eigendom.

 

 Lazzarato 2tumblr_inline_mopa17FGAp1qz4rgp

Voorstellen voor een postneoliberale architectuur

 Real Estates is een verkenning van de morele, politieke en economische vertakkingen van bezit en eigendom in een neoliberale schulden economie. En onderzoekt antwoorden op de vraag wat architecten zouden kunnen doen als die zich werkelijk zouden interesseren voor de groeiende sociale en ruimtelijke ongelijkheid binnen het gebouwde milieu. Tezamen zijn de relatief korte bijdragen een beklemmende illustratie van de snelle en radicale politisering van een jonge generatie architecten op zoek naar een andere ontwerppraktijk in de hoop iets terug te winnen wat in het recente verleden kwijt is geraakt. Hoe verschillend ze onderling ook zijn, alle artikelen dragen het stempel van een scherpe realiteitszin en een intens pragmatisme. Geen sciencefiction-achtige fantasieën, geen bespiegelingen over grassroots-projecten of gebruikersparticipatie. Architectuur definieert hier zichzelf als bezit, vastgoed en ruilobject. Als ruimtelijke variabel in slimme, economische algoritmes van: geld: tijd en ruimte die vandaag de dag, wereldwijd, zowel de vormen als programma’s van het eigentijdse gebouwd milieu genereren.

Het is ongewoon spannend om te zien hoe verschillend de architecten/auteurs (Pier Vittorio Aureli; Peter Illner; Keller Easterling; Sam Jacob; Wouter Vanstiphout e.a.) reageren op de uitdagingen van de bekende stadstheoreticus Neil Brenner, helemaal aan  het begin van het boek. Na een theoretische uiteenzetting over neoliberalisering, lanceert die de stelling dat architecten geenszins machteloos hoeven te staan omdat zij gedwongen zijn te opereren binnen smalle, marktgeoriënteerde parameters. ‘Over de hele wereld zijn architecten en ontwerpers lang beschouwd als visionaire  creativelingen die in staat zijn tot buitengewone interventies in de gebouwde omgeving, tot voorstellen die soms de belofte uitstralen van een andere vorm van samenleving. Natuurlijk is het mogelijk voor architectuurstudenten om deze rijke ontwerptraditie voort te zetten en te gebruiken om de destructieve en sociaal onaanvaardbare krachten van het marktfundamentalisme tegendruk te geven en te destabiliseren. En, vervolgens, zou het niet bijzonder zijn als de grote (star) architecten van onze tijd, eens serieus stelling zouden nemen in kwesties als sociale rechtvaardigheid, her-distributie van rijkdommen, democratie en  de ecologische crisis? Het zou een belangrijke bijdrage zijn aan de publieke agenda om de niet te stuiten opmars van de neoliberale ideologie en vrije marktdenken binnen het publieke domein, te  ontwrichten en in de wielen te rijden. Jonge architecten moeten zich realiseren dat architectuur een vakgebied is dat beschikt over een groot, ongebruikt potentiaal aan radicale voorstellen voor sociale verandering.’

Rotterdam Stadskantoor_MODEL_FRAME-OMA 2009 662x443

Hoe smal die marges – ook of is het juist in Nederland –  overigens zijn laat Wouter Vanstiphout zien in zijn gedreven bijdrage over de lotgevallen van OMA’s ontwerp voor het Stadskantoor in Rotterdam. In de Engelse (ingekorte) versie van zijn  ‘Het einde van het perpetuum mobile of the self destruction machine’ (2013) becommentarieert hij de teloorgang van de sociale programma’s in een naar Nederlandse begrippen kolossaal publiek gebouw als het rechtstreekse gevolg van een bouwproces dat geheel in het teken stond van marktachtige arrangementen. ‘Het gebouw als uitkomst van een rekensom’. Een feit waar Jack Self eerder in een aflevering van Fulcrum (#90) een korzelig gesprek over had met Reinier de Graaf (OMA). Maar ook WvS komt met historische voorbeelden en alternatieven voor ontwerpers en hun (publieke ) opdrachtgevers door te wijzen op het sociale elan – van bestuurders, ontwerpers, maatschappelijke organisaties –  achter de Tuinstadbeweging en, verrassend genoeg, op de experimenten met de democratisering van de woningmarkt  – sleutelen aan de bouwkolom – zoals die indertijd in Almere o.l.v. Adri Duivesteijn met succes zijn doorgevoerd.

Keller Easterling hqdefault

 

Sprekend over de positie van het architectenvak binnen het vastgoed, komen de achtereenvolgende auteurs met verschillende voorstellen. Interessant is de nadruk die architect/onderzoekster Keller Easterling legt op de cruciale betekenis van architectuur/infrastructuur als ‘ object-form’ en op de expertise van ontwerpers als het gaat om het manipuleren van geometrie, vorm en silhouet waardoor architectonische ingrepen een politiek effect kunnen krijgen. Objecten die niet perse passief of immobiel zijn maar – zowel in ruimte als tijd –  veel meer effect sorteren wanneer ze worden ontwikkeld en uitgevoerd als ‘active forms’  van uiteenlopende aard  als ‘remote controls’, multipliers en protocollen. Keller Easterling was dit jaar te gast op de IABR 2016 en bij die gelegenheid gaf ze een verhelderende toelichting op haar visie op de rol van architecten als ‘ ontwikkelaars van active forms’ in het stedelijke milieu.’ Geometrie, vorm, silhouet: het is allemaal onderdeel van het beroep van architect. Ontwerpers zijn daar goed in, en moeten dat ook zijn. Een architect zegt vaak tevreden ‘ hier is mijn gebouw’ of ‘ dit is mijn masterplan’ , maar ik vraag me af of we niet ook op een heel andere manier zouden kunnen ontwerpen. Misschien moeten we op zoek gaan naar een andere vorm van design, een die niet gaat over het maken van een object maar over het bedenken van wat ik noem een ‘ active form’. Stel dat je van mening bent dat een stad minder parkeerplaatsen nodig heeft. Dan zou je een oplossing kunnen bedenken die ervoor zorgt dat de wijze van parkeren in de stad verandert. Bijvoorbeeld via timesharing: de kerk gebruikt een parkeerplaats op zondagmorgen, het advocatenkantoor op weer andere tijdstippen, en op ieder moment kun je op een app zien waar de dichtstbijzijnde vrije parkeerplaats is. In dat geval zou de ‘ uitvinding’ dus het ontwikkelen van protocol kunnen zijn  die dat allemaal mogelijk maakt. In zo’n situatie gaat het dus niet om het ontwerpen van een ding/object, maar om het veranderen van bepaalde regels. Om een ander voorbeeld te geven: een paar oud-studenten van mij hebben een betonnen element ontwikkeld dat bestand is tegen hevige regenval en allerlei vormen van wateroverlast. Het kan gebruikt worden als stoeprand, maar ook voor iets dat zo groot is als de turbinehal van Tate Modern. Ze hebben dus niet enkel het element ontworpen, maar ook nagedacht over hoe het zich in de stad kan vermenigvuldigen. Voorbij de clichés van de start-upcultuur, die zich richt op nieuwe digitale technologieën, stel ik dat ruimte het onderbenutte medium van innovatie is.” 

London Ingot Tower Jack Self

Tenslotte: alle essays kunnen worden gelezen als een peer review van  vakgenoten over de houdbaarheid en werkelijkheidsgehalte van het radicale voorstel van Jack Self voor een postneoliberale architectuur: Ingot Tower, gesitueerd in het symbolisch (democratisch) middelpunt van London: de archeologische restanten van het Romeinse Forum. De politieke achtergronden van dit sociale huisvestingsproject liggen in de (Londonse) Occupy-beweging (2011-) en de daar ontwikkelde denkbeelden over sociale gelijkheid, schulden economie en ‘echte’ democratische besluitvorming. Het is een project dat wil laten zien hoe architecten met open vizier de spanningen en absurditeiten van de huizenmarkt in London tegemoet dienen te treden. Alom klinkt de roep om méér bouwen, maar die terechte eis mag die andere ambitie: mensen bevrijden van de verpletterende druk van de schuldenlast (krediet, rente, aflossingen), niet doorkruisen. De Ingot Tower is ontwikkeld als een bouwproject waarbij de architect niet optreedt als een soort  ‘assurantiemakelaar’ (WvS) die met zijn ontwerp de winst- en verliesmarges van particuliere ontwikkelaars, woningbouwers en investeerders tegen elkaar afweegt, maar als opdrachtgever, ontwikkelaar en ontwerper verantwoordelijk voor de realisering van een gebouw dat door zijn karakter, schaal en programma antwoord geeft op de maatschappelijke vraag naar meer, betere en vooral betaalbare woningruimte in het centrum van de stad. De crux van het geheel zit ‘m vooral in de geplande financiering. De stichtingskosten worden afgedekt door de niet te stuiten vraag van buitenlandse investeerders naar Londense vastgoed af te buigen en die rechtstreeks bij Ingot Tower te betrekken via obligatieleningen, een optie die grotendeels is afgekeken van de modellen van enkele Britse universiteiten bij de uitvoering van grote bouwprogramma’s. Vervolgens gaat het bij het ontwerpen (ook) om de ontwikkeling van een complex financieel logaritme  waarin  de condities rond het schuldencomplex zodanig worden gemanipuleerd dat die in de praktijk een uiterst duurzaam, hoog kwalitatief en vooral betaalbare huisvesting opleveren. Het is het resultaat van een proces waarin het sociale programma van het gebouw volledig is losgemaakt en    ‘bevrijd’ uit de financiële constructie waardoor het ‘perpetuum mobile’ ( WvS) waarin  private ontwikkelaar en publieke sector alsmaar ronddraaien, tot stilstand wordt gebracht.

Het gebouw ontleent zijn bestaansrecht als een ‘ derivaat’, als een financieel product zonder dat daarbij aan publieke eisen en belangen hoeft te worden ingeleverd. En in die zin ook het scenario van een concreet project waarmee in feite het bedrijfsmodel van de sociale huisvesting uit de periode voor 1973 – die van het naoorlogse,  democratisch kapitalisme – geactualiseerd wordt.

Brutalism Book

Deze  samenvatting van de essentie van Fulcrum’s onderzoek doet uiteraard onvoldoende recht aan de complexiteit van het project. Wel is Self’s bijdrage (‘ Derivative Architecture’) als enige van de bundel, ook online beschikbare, helaas zonder de diagrammen en details van de financiële algoritmes uit het Addendum.  Mij gaat het vooral om de motivatie. Zelf zegt Jack Self daarover: ‘ ik wordt gedreven door wat ik beschouw als de algehele armoede aan ambitie in de architectuur van vandaag: de weerzin om zich als architect te positioneren als iemand die in staat is tot werkelijke sociale verandering. Maar ook door het gebrek aan pragmatisme, voor zover de talloze utopische visies op stedelijke transformatie volledig voorbij gaan aan onze werkelijke politieke invloed en economische macht. Als de architectuur van vandaag iets meer wil zijn dan de decoratieve afwerking van gevels of een sculpturale expressie van huiselijkheid en wooncultuur, dan zullen architecten toch een heldere positie moeten kiezen over de betekenis van vastgoed en bezit in de wereldwijde economie’.

 

 

Een video over de achtergronden va het Real Estates Project, ga naar:

www.jackself.com/ingot

een online versie van Self’s bijdrage: ‘ Derivative architecture’, zie:

http://www.jackself.com/content/Press/PDF/SELF_DerivativeArchitecture_RealEstates.pdf

Voor het interview van Sereh Mandias en Frank Loer met Keller Easterling ga naar:

https://versbeton.nl/2016/05/keller-easterling-een-brug-is-geen-object-maar-een-schakelaar-in-de-stad

De uitgebreide, Nederlandse versie van Wouter Vanstiphout’s bijdrage is te lezen op de website van CRIMSON:

http://www.crimsonweb.org/spip.php?article179

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 28 augustus 2016 door in Stadsgeschiedenis.
%d bloggers liken dit: