Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Home Economics (2)

 Political Turn

Venice Architecture Biennale 2016 Home Economics

 

Rubricering van bewegingen of richtingen in de architectuur wekt vrijwel altijd de schijn van willekeur. Zo ook het door mij in een vorige blog gemaakte onderscheid tussen een sociale en een politieke omslag die er op dit moment in de wereld van architectuur zou plaats vinden. Alsof het een zonder het ander denkbaar is en er niet tal van architectencollectieven – zoals Urban-Think Tank –  op beide fronten tegelijk strijdvaardig en actief zijn. Desalniettemin houd ik er nog even aan vast, sterker nog, ik intensiveer het gemaakte onderscheid door onder een politieke omslag die groepen en netwerken te verstaan wier sociaal engagement zich niet primair richt op de ontwerper en diens relatie tot de gebruiker, maar op de rol van architectuur in de wereld van politiek, financiën en vastgoed, om van daaruit de institutionele omgeving van de architectuur als discipline ter discussie te stellen. De belangrijkste drijfveer achter de omslag was de crisis op de financiële markten van 2007 en de daarop volgende, wereldwijde economische recessie. Het is nog te vroeg om de huidige ‘political turn’  af te wegen tegen de studentenrevolte uit het midden van de jaren zestig. Naast in het oog springende overeenkomsten (en verbanden), zijn er ook grote  verschillen. Ging het in de vorige eeuw om kritiek op de architectuur van het modernisme als instrument van een sociaaldemocratisch kapitalisme, anno 2016 gaat het eerder om ‘ what it means to live today’: de doordringing van het neoliberale denken en beleid tot in vrijwel alle facetten van de samenleving met de architectuur – als ruimte en vastgoed –  in front positie.  Speelde bijvoorbeeld de Tafuriaanse revolte zich vooral af op het terrein van de architectuurgeschiedenis en, in het verlengde daarvan, de architectuuropleidingen, vandaag de dag worden veel initiatieven en activiteiten ingegeven door een radicaal pragmatisme.  Zo ontwikkelde de uitgave van honderd afleveringen van Fulcrum door studenten van AA in London (2011/2014), zich geleidelijk tot een kritisch onderzoek naar de rol van de gebouwde omgeving in processen van economische en sociale ongelijkheid. Tot de theoretische onderbouwing van een concreet,  collectief project voor een woontoren met betaalbare, hoog kwalitatieve woningen, in het hart van de City of London (Ingot Tower). Een project, niet als een vrijblijvend en krachteloos protest tegen de condities waaronder op een dergelijke locatie hoogbouw pleegt te worden gerealiseerd, maar als een klare demonstratie hoe met diezelfde, neoliberale logica, innovatiever en vooral socialer kan worden gebouwd.

 London Ingot Tower

Think – Collaborate – Act

Wat de meeste ontwerpcollectieven met elkaar verbindt, is bijzondere creativiteit op het terrein van de immateriële arbeid, in het bijzonder dat van communicatie via online blogs, platforms en websites, maar ook via tijdschriften en boeken, geredigeerd en uitgegeven door onafhankelijke  – vaak via crowdfunding gefinancierde –  redacties en uitgeverijen. De drijfveer daarachter is vooral de wil om vanuit de architectuur het marktfundamentalistisch denken over de fysieke omgeving – met al haar schaalniveaus en varianten –  niet alleen te articuleren maar ook te lijf gaan en te destabiliseren met andere, minder profit gerelateerde voorstellen. En dat niet alleen om vakgenoten te informeren maar vooral om daarmee een zo breed mogelijk publiek te mobiliseren. De intensiteit, lef en het vernuft waarmee dit gebeurt: de manier waarop politiek, architectuur en media hier elkaar weten te vinden, doet natuurlijk sterk denken aan de canonieke experimenten uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Aan de uitingen van popcultuur en postmodernisme, zoals die van Banham, de Venturi’s, Archigram en Superstudio. Maar wel met dit verschil dat vandaag fora, platvormen en uitgeverijen als Mas Studio (Chicago) , dpr-barcelona of BLDGBLOG,  hun publicitaire producten verrijken met allerlei interactieve extra’s waardoor gespecialiseerde tijdschriftthema’s als: ‘ conflict’, ‘ ownership’, ‘ narrative’ of ‘ energy’  multimediaal kunnen worden gepresenteerd en daarmee ook een veel groter publiek kunnen bereiken.

Real Review Publishing.jpg

Real Foundation

Shumi Bose laat in haar overzicht van een nieuwe generatie  ‘hyperactieve’ architectuurpublicisten (uitgevers, journalisten, curators, architecten) zien hoe die de digitale revolutie benutten om de architectuur haar kritische positie binnen de samenleving te doen heroveren en daarmee een chronische identiteitscrisis te overwinnen. In haar artikel (DOMUS 2012) zijn talloze links te vinden naar de op dat moment  belangrijkste redacties, uitgeverijen en platvormen. Hier beperken we ons tot een korte profielschets van volgens mij, een van de meest kritische en productieve combinaties van dit moment: Jack Self en (tot voor kort samen met) Shumi Bosi die opereren vanuit de in London gevestigde, Real Foundation.

Real Foundation arch editors

Dit is een collectief dat in een relatief heel korte tijd erin geslaagd is een aantal initiatieven te lanceren die het denken over architectuur weer enigszins op gelijke tred met de postfordistische samenleving brengen. In hun kritische benadering en analyse van de cultuur van concurrentie en marktwerking, laten ze een veelvoud aan stemmen aan het woord: van filosofen, (politiek-) economen, sociologen en vooral ook van ontwerpers, architecten en beeldend kunstenaars. Sleutelrol in hun teksten spelen begrippen als: ‘ shared space’, schuld, vastgoed, (sociale) huisvesting en ‘afgeleide’ architectuur. De sterke focus op kwesties van sociale (economische en culturele) reproductie heeft, zoals gezegd, evidente parallellen met de (studenten) revoltes uit de jaren zestig, met name met de Italiaanse revoluties van de jaren 1968-1980. Misschien is er ook wel sprake van een zekere nostalgie naar de theoretische beweging uit die tijd. Zelfs de teksten van Manfredo Tafuri worden weer opnieuw bestudeerd en besproken. Maar van acties, protestbewegingen en gewelddadig verzet is vandaag de dag geen sprake meer. En al helemaal niet van (gedrukte)manifesten.  Wel spreken Jack Self c.s. over de noodzaak om een theoretische basis te ontwikkelen van waaruit de architectuur zou kunnen bijdragen aan een komende  ‘Counter-Counter Revolution’, waarmee ze de uiteindelijke overwinning  bedoelen op de neoliberale tegenbewegingen die in de jaren tachtig in grote delen van de Westerse wereld een einde maakte aan een keyniaans-fordistisch (overheids) beleid.

 Fulcrum 1 -10.jpg

 

Fulcrum

Eind 2010 namen drie (toenmalige) AA studenten waaronder Jack Self het initiatief tot een radicale architectuurpublicatie onder de naam Fulcrum. Bedoeld als antwoord op de populariteit van de op beeld gefixeerde (architectuur) media en het verval van kritische theorievorming in de architectuur,wilde Fulcrum vooral jonge critici aanmoedigen te publiceren door ze te koppelen aan gerenommeerde kunstenaars, economen en wetenschappers. Tussen de periode van 31.01.2011 en 27.06.2014 verscheen Fulcrum elke week als een ogenschijnlijk pretentieloos, dichtbedrukt A4’tje in twee kolommen met bijdragen van steeds twee auteurs. Na de honderdste aflevering stopte de serie. Het was een groot succes: in een periode van drie jaar verwierf Fulcrum onder architectuurstudenten zelfs een cult status en werd meer dan een half miljoen keer van de website gedownloaded. En bereikte ook een internationaal publiek o.a. via een presentatie in het Britse Paviljoen op de 2012 Architectuur Biënnale in Venetië

Ik kan de verleiding niet weerstaan om te speculeren over de symbolische betekenis van de naam Fulcrum. Is het een verwijzing naar een Russisch gevechtsvliegtuig, de MIG29 Fulcrum? Of is het een knipoog naar een bekende denktank van Church of England? Wil het zich meen aant een bekende bergtop in Antartica? Of – ik volg een lijstje uit Wikipedia –  suggereren de initiatiefnemers een verwantschap met een  studententijdschrift van de universiteit van Ottawa:  Fulcrum: an anthology of poetry and aesthetics. Maar waarschijnlijk is er helemaal geen sprake van een onderhuidse bedoeling en dekt Fulcrum in de betekenis van draai- of keerpunt de hele lading.In die betekenis is het ook terug te vinden in de  talloze, slogans, manifesten, spreekkoren en affiches van de wereldwijde Occupy-beweging

Fulcrum werd bedacht in  de periode 2009/10 toen duidelijk werd dat met de crash van de jaren daarvoor, de twintigste eeuw definitief ten einde was gekomen. Maar men zich tevens realiseerde dat er nog geen zicht was op de nieuwe condities van de eenentwintigste eeuw. Het was het keerpunt waarop de generatie van  ‘millennium people’  afstand nam van die van de ‘ babyboomers’ en radicaal brak met de oplossingen, utopieën en vooral nostalgieën uit de jaren ’60,’70,’80 en ’90. De weerzin tegen de inertie van de oudere generatie architecten en tegelijk de gretigheid om als architectuurstudent  ‘zeitgemäss’ te zijn, is in vrijwel iedere aflevering terug te vinden. Ik begon Fulcrum aanvankelijk te lezen als een exotisch archief van onsamenhangende, individuele opinies en statements tot ik me realiseerde dat die meer dan honderd dichtbedrukte velletjes zich ook lieten lezen als een archeologische verkenning van iets wat nog niet bestond: ‘ de toekomst van de architectuur sinds 2007’ . Een poging tot onsamenhangend denken over eigentijdse architectuur in de vorm van hapklare brokken theorie, bestemd voor een zo groot en breed mogelijk publiek.

Fulcrum o1 A scene from Tomorrow

‘We believe the primary responsibility of architects is not technological innovation, formal experimentation, or commercial speculation – it must be foremost social and political engagement’. (FULCRUM, 51)

 

Door de crisis van 2007/2008 –  en de daaropvolgende, maatschappelijke reacties zoals de Occupy beweging – groeide het besef van de mate van vervlechting van het neoliberale denken met vrijwel alle  economische en sociale activiteiten in de samenleving, en van de rol van de gebouwde omgeving daarin. Werden bijvoorbeeld kopers en huurders van woningen – niet alleen in de Angelsaksische wereld –  geconfronteerd met de uitwassen van nieuwe vormen van een ‘economische architectuur’ en van het huis als een product van financiële innovatie. Hoe reageren architecten daarop? Fulcrum dankt naar eigen zeggen haar bestaan niet alleen aan de stuurloosheid zo niet verval van de gangbare architectuurmedia, maar vooral aan het gebrek aan politieke stellingname en de naïeve opinies van de gemiddelde architectuurstudent. Aan de onverantwoordelijke positionering van het vakgebied als geheel ten opzichte van de condities van de eenentwintigste eeuw. Niet alleen die van het veranderde financiële cordon rond de onroerendgoed- en huizenmarkt, maar ook die van de veranderde betekenis van ‘ tijd’ in de gebouwde omgeving. Wat zijn de effecten van de  ‘kapitalistische tijd’ op de architectuur? Het doorwerken bijvoorbeeld van lange termijn financiële modellen die nieuwe vormen van (sociale) huisvesting creëren? Of, omgekeerd: wat zijn de implicaties van de ‘ tijd van de detailhandel of de horeca’ die juist uit zijn op korte termijn rendement en vragen om installaties die veel lichter, sneller, goedkoper en vooral minder plaats gebonden zijn dan het gebruikelijke assortiment. Wat betekent het fenomeen van pop-up architectuur voor het denken over de stad?

Dit zijn enkele van vele, steeds terugkerende onderwerpen in Fulcrum dat overigens pas na de vijftigste aflevering een uitgesproken politiek-activistisch toon gaat aanslaan.  De laatste aflevering bevat een niet mis te verstane oproep aan het jong architectenvolk:

‘Use the long-term as a subversive strategy. Develop ten years plans. Develop fifty year plans. Learn to transform and trade in the possibility of tomorrow today, just like the financial elite to whom we are beholden. Attempt to buy back the future our parents sold, and if you cannot get a decent prize for it, then steal it’.

 

Het intrigerende van deze oproep is dat Jack Self een van de eerste is die aan daaraan gehoor heeft gegeven door aan de slag te gaan met een aantal ontwerpen voor hoogbouw in de City of London. Het door Fulcrum aangedragen materiaal diende daarbij als theoretische feedback. De eerste resultaten van dit onderzoek werden gepresenteerd in een zelfstandige publicatie: Real Estates: Life without Debt (2014) waarin bovendien  een aantal casestudies en interviews met auteurs die ook aan Fulcrum hebben bijgedragen. Daarover meer in een volgende aflevering.

Real Estates Life wiuthout debt

Voor Shumi Bosi’s artikel over de digitale revolutie en de architectuurmedia, ga naar:

http://www.domusweb.it/en/architecture/2012/09/26/publishing-to-the-power-of-two.html

Voor de websites van Real Foundation & Jack Self, ga naar:

http://real.foundation

http://www.jackself.com/ingot#hide1

Alle afleveringen van Fulcrum kunnen worden gelzen op de website: http://fulcrum.aaschool.ac.uk/weekly/

Een vergelijkbaar studentenblaadje werd geredigeerd door studenten van het Istituto Universitario d’Architettura di Venezia (IUAV): The Ship (May 2012/octobre 2013) met o.a. bijdrage van Jack Self (over AA London), zie:

http://theship-iuav-blog.tumblr.com/archive

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 21 augustus 2016 door in Stadsgeschiedenis.
%d bloggers liken dit: