Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Dit is London (3)

‘There is Trouble in Metro-Land’

London Ben Judah

 

Review van: Ben Judah, This is London. Life and Death in the World City, London: Picador 2016

 

‘ Ik moet van elk verhaal ook de andere kant horen. Daarom zit ik op bus 136, op weg naar  ‘zwart London’ . Ik moet successen vastleggen, maar ook de mislukkingen registreren. Ik moet bedelaars spreken, maar ook de politie’. Ben Judah op weg naar ‘Frontline Peckham’, een migrantenwijk in zuidwest London, waar hij bij de Macdonald een aanvankelijk argwanende en schuwe zwarte politieman aan de praat probeert te krijgen:  ‘ De Engelsen zijn aan de verliezende hand. London is geen Engelse stad meer. London is een lappendeken van getto’s. Hier, verderop naar rechts, is een compleet Afrikaanse stad, aan de overkant van de Thames, in Whitechapel, leven de Bengalen, nog verder oostwaarts zitten de Pakistaners bij elkaar. En ga je van hieruit meer naar het westen, dan kom je in Brixton waar de Jamaicaanse is neergestreken. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan…’.

Maar veel succes valt er niet te rapporteren, bij de politieman uit Ghana niet, maar ook niet bij de vele ogenschijnlijk geslaagde migranten zoals de Poolse aannemer uit Neasden of de Nigeriaanse psychiater in Edmonton Green. En al helemaal niet bij de zwarte,  dappere onderwijzeres op een basisschool in Newham, een van de allerarmste wijken van heel Engeland. ‘ Ik hoor hoe mijn vragen steeds meer dezelfde kant op gaan: ik wil optimisme, ik wil vooruitgang en succes’. Maar wat wil je, als je praat met iemand die les geeft op een basisschool waar een derde van alle kinderen onder de armoede grens leeft en waarvan een kwart woont in te kleine, benauwde woonruimten?

London peckham-afro-foods-ltd-shop-with-passing-people-rye-lane-peckham-london-E1879N.jpg

‘ I need to live in the new London’

Uiteindelijk is Ben Judah als onderzoeksjournalist vooral geïnteresseerd in het begrijpen en voorstelbaar maken van het leven van migranten in de megastad London. En hij slaagt daar het beste wanneer hij ze weet te ‘ betrappen’ op wat de essentie van hun bestaan is:  pendelen van het ene London naar het andere. Hij gaat daarbij zover dat hij als undercover, Russisch sprekend bouwvakker, intrekt neemt in een volgepakt slaaphuis voor Oost-Europeanen in Barking om, vervolgens, elke ochtend, in alle vroegte met bed- en kamergenoten, op zoek te gaan naar werk in de bouw in de City of London. Het pendelen en het zich voort bewegen per trein, metro, personenauto en transitbusje heeft ook de schrijfstijl van Ben Judah ‘aangetast’ dat zich beweegt tussen een snel, steno-achtig staccato van een journalist op scherp en een geduldig moderato van de migranten die alle tijd en ruimte krijgen hun verhaal te vertellen.

Ben Judah schrijft dat hij bij een doorlezen en schiften van alle verhalen die hij op zijn zwerftochten rond London heeft opgeschreven, geleidelijk een soort van structuur begon te ontdekken. En daagt de volhardende lezer uit om daar zelf maar naar op zoek te gaan. Voor mij rijst uit alle verhalen, anekdotes en observaties één dominant patroon op in het bestaan van honderdduizenden migranten in de Londonse banlieu: de vlucht voor diversiteit. Een gedrag dat zowel de migranten vertonen als ook – en misschien wel vooral – de blanke Engelse inwoners. London is het minst geïntegreerde deel van het Verenigd Koninkrijk. Veel blanke Britse inwoners koesteren grote reserves tegen de massale migratie zoals die vanaf het eind van de jaren negentig plaats vindt, en denken dat hiermee het culturele leven in het Verenigd Koninkrijk ondermijnd wordt. Tussen 2001 en 2011 hebben meer dan een half miljoen Britten de hoofdstad al verlaten – uiteraard niet alleen vanwege zichtbare presentie van gekleurde migranten. Maar er is niet alleen sprake van een ‘ blanke vlucht’ . Ook de etnische minderheden schuwen diversiteit. “Zij voelen zich niet bijzonder welkom. Ze hebben het gevoel dat ze in een soort ‘logeerkamer’ zijn beland’. De les die Ben Judah in zijn Roemeens slaaphuis geleerd heeft is, dat Roemenen uitsluitend met Roemenen en andere Oost-Europeanen optrekken. ‘ Afrikaans London, Aziatisch en Oost-Europees London, zij kijken niet alleen met argwaan en vrees naar de Engelstaligen, maar ook naar elkaar’. Dat is een even schokkend als verontrustend bericht van de werkvloer dat haaks staat op de reputatie van London als kosmopolitische stad waar diversiteit steevast geassocieerd wordt met economisch succes en maatschappelijke tolerantie.

UK British Dreams

De vlucht voor diversiteit

De (sociale) geschiedenis van de migratie in London – als een mix van verhalen over vermijden, ontwijken, kortom van segregatie – laat zich aan de hand van de reportages van Ben Judah herleiden tot een kroniek van de onherroepelijke teloorgang van de Britse droom met drie verhaallijnen: die van de kleinburgerlijke pastorale van het suburbane wonen (1918-1940);  van de sociale utopie van het naoorlogse ‘community life’ (1945-1980) en, tenslotte, die van de neoliberale geloof in het maatschappelijk goed van privaat ontwikkelde en gecontroleerde megaprojecten als Canary Wharf en Olympische Spelen (1980-2012).

  1. Metro-Land: middelbare school fantasie van opperste gezelligheid

Bevolkingsgroepen in London zijn niet alleen voor elkaar op de vlucht, maar worden ook opgejaagd door de alsmaar stijgende huizenprijzen als gevolg van de vastgoedoorlog van ontwikkelaars, speculanten en vooral buitenlandse superrijken. De explosieve economische, sociale en culturele opwaardering van het ‘ oude London’ (stedelijk revanchisme) pakt in de praktijk uit als een etnische zuivering waarbij de zwarte bevolkingsgroepen de grote verliezers zijn door het snijden in sociale voorzieningen (huursubsidie). Nergens zijn de gevolgen daarvan beter te zien dan in Metro-Land, het suburbane landschap dat in de decennia na de Eerste Wereldoorlog noordwestelijk van Victoriaans London door het vastgoedbedrijf van de spoorwegmaatschappij (Metropolitan Railway) en bouwspeculanten werd uitgerold. Hier ontstond een karakteristieke woonomgeving waarin de sociale idealen van de tuinstadbeweging samenkomen met de esthetiek van de Arts & Crafts. Een monotoon patroon van straten met twee-onder-een-kapwoningen in nostalgische cottagestijl, de perfecte belichaming van de Britse droom van individualiteit te midden van  uniformiteit. Droomden de voorvechters van de tuinstadbeweging nog van groene voorsteden waar ‘ the poor shall teach the rich and the rich, let us hope, shall help the poor to help themselves’, die droom vervloog in de mix van kleinburgerlijkheid en Engelse excentriciteit. Toen de ‘ dichter des vaderlands’ John Betjeman daar in 1972 voor de BBC rondliep, werd hij niet alleen getroffen door het grote aantal tuinkabouters, maar vooral de vindingrijkheid van mensen die met follies en andere landhuisattributen hun huis tot een kasteel in het klein hadden gemaakt.

London Metro-Land Betjeman

 

Ben Judah moest aan John Betjeman’s Metro-Land denken toen hij, veertig jaar later in het staddistrict (Burrough) van Brent terecht kwam. Maar anders dan de grote dichter is Ben Judah niet geïnteresseerd in de authenticiteit van de droom, maar in het ‘waste land’ na haar ondergang. Uit het Brent van vandaag hebben de blanke Engelsen zich teruggetrokken. Engelsen willen hier niet meer wonen: tussen 2001 en 2011 is hun aanwezigheid gekrompen met bijna 30%. Ze zijn of vertrokken richting de Cotswalds – waar de echte cottages nog te vinden zijn – of wonen in enkele opgewaardeerde woonwijken, dicht tegen de stad aan, zoals in Queens’ Park, waar de huizenprijzen in heel korte tijd zijn verviervoudigd. Maar vlak daarnaast liggen de buurten waar de Zuid-Aziaten (33%)  en Afrikanen (19%) en Oost-Europeanen (18%) zijn neergestreken. Ben Judah loopt rond in Neasden Lane, waar geen blanke Brit te zien is en registreert de ondergang van het ‘ koninkrijk van ligusterhagen en vitrages’. De babyboomers hebben vol weerzin en haat de kasteeltjes van hun ouders leeg gehaald en wonen, als ze het zich tenminste kunnen permitteren, nu in de gegentrificeerde, voormalige achterbuurten rond het centrum, zoals Storeditch in East End, waar de Bengalen nog wel exotisch mogen koken maar niet meer kunnen wonen. Aan eigentijdse follies in Neasden Lane overigens geen gebrek. Enkele jaren geleden is hier de grootste Hindu tempel buiten Pakistan neergezet, een gigantisch bouwwerk van Bulgaarse kalksteen en Italiaans marmer, dat in India door vrijwilligers is gehakt en gebeiteld en in London tegenover een winkelcentrum even buiten Neasden Lane, als een soort 3d legpuzzel is geassembleerd.

London Neasden Lane Hindu Front.jpg

De reportage uit Neasden Lane zal de lezer niet gauw vergeten. John Betjeman zou vrijwel niets meer hebben herkend: de ooit welvarende suburb van vroege vogels en zondagse bridgeclubs, van de sereniteit van het rieten dak en de georganiseerde zwerftochten door de vrije natuur! De droom van een samenleving die aan de ongezonde rug-aan-rugwoninkjes van Whitechapel dacht te zijn ontsnapt. Maar die droom is voorbij!. ‘ Ik rij door een suburb met PVC deuren en kunststofkozijnen. De hegscharen en grasmaaiers zwijgen. De rozenstruiken en rododendrons staan er niet meer. De opritten zijn overwoekerd met onkruid en liggen bezaaid met elektrisch en elektronisch afval’. Nu verblijven er Sikhs, Joden en Moslims daar: sommige huizen zijn samengetrokken en vergroot, andere weer gesplitst in kleine flats. Achter de Neo-Tudor façades heerst extreme armoede. De oorspronkelijke suburbs van witteboordenwerkers en arbeiders is veranderd in een krottenwijk.

London Neasden Super Market

 

 

Later, op straat, in cafetaria, Poolse mini-markets en sisha’s bars, interviewt Ben Judah, Polen, Afghaanse slagers en Roemeense bouwvakkers die hem vertellen wat hier werkelijk aan de hand is. Roemenen die regelmatig met de Polen op de vuist gaan, gewapende roofovervallen op klaarlichte dag. Hij praat met huisjesmelkers en hun huurders die op hun beurt weer onderverhuren aan (illegale) Chinezen die met zijn vijven op een achterkamer bivakkeren.

‘Er zijn niet veel Engelsen in Neasden’, zegt een Afghaanse jongen die graag Engelse vrienden wil maken. Maar het lukt hem niet. Het gebeurt maar zelden dat hij Engels kan spreken, een enkele keer toen hij werkte als taxi chauffeur.

In het vierde en laatste deel, komt de teloorgang van het naoorlogse ‘ community life’ aan de orde, en de mythe van de neoliberale ‘trickle-down theorie’ .

Informatieve analyse van de vlucht van  blanke inwoners van Britse oorsprong uit London, lees en luister naar BBC http://www.bbc.com/news/uk-21511904

Voor ontwikkelingen op de huizenmarkt in Brent zie: https://www.theguardian.com/business/2014/apr/02/londons-brent-borough-leads-britain-rising-house-prices

crucial voor goed begrip van de zg. ‘ witte vlucht’ ga naar:

http://www.integrationhub.net/white-flight-or-counterurbanisation-the-great-debate/

Informatief stuk over de ‘ vlucht van minderheden’, ga naar: http://www.theguardian.com/commentisfree/2013/feb/21/flight-minorities-london-suburbs-white-flight

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 8 mei 2016 door in Stadsgeschiedenis.
%d bloggers liken dit: