Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Europa moet (eerst) ineenstorten (2)

Walter_Benjamin_-_Plaque_commémorative_10_rue_Dombasle,_75015_Paris,_France

Die Zeit: Zijn dat niet allemaal voortekenen van een dreigende ondergang of van een decadente eindfase, die misschien wel eens het begin van het einde  van de vertrouwde westerse beschaving zou kunnen aankondigen?

Agamben: Als ik zeg dat de westerse wereld een kritiek punt heeft bereikt waarop de krachten die haar ooit hebben aangestuurd, aan hun eind lijken te zijn gekomen , dan bedoel ik niet dat die totaal zijn uitgeblust. We moeten de gangbare denkbeelden over aftakeling en ondergang omdraaien. Iets wordt dan pas actueel en urgent, wanneer het is uitgewerkt. Pas dan manifesteert het zich in al zijn volle gewicht en waarheid. Het zou kunnen zijn dat de politiek, religie, kunst en filosofie het eindpunt van hun historische ontwikkeling hebben bereikt, maar zolang wij uit de totaliteit van hun geschiedenis nieuw leven kunnen putten, zijn ze niet dood. We leven niet in een posthistorische era, waarin niets meer kan of zal plaatsvinden. We leven veeleer in een tijdperk waarin alles kan gebeuren en waarin niets minder op het spel staat dan het oppakken van de  mogelijkheden die in de geschiedenis van het Avondland besloten liggen. De mensheid is niet enkel overgeleverd aan een verlammende toekomst die haar niets meer te bieden heeft, maar kan ook terugblikken op de verzameling van haar verleden, wat haar de mogelijkheid biedt om alles wat ooit geweest is, opnieuw te gebruiken en om wat ongebruikt bleef, tot leven te brengen. Tegenover de gretigheid waarmee de gevestigde orde het verleden uitbesteedt aan musea en zich verweert tegen haar geestelijke werking, is iedere poging om tot een levendige verhouding met het verleden te komen, een revolutionaire daad. Vandaar dat ik met Foucault denk dat, anders dan de futurologie die per definitie in dienst van de gevestigde orde staat, de archeologie een politieke praktijk is. De toekomst van Europa ligt in haar verleden.

Die Zeit: Over het algemeen spreekt de westerse, op vooruitgang georiënteerde filosofie, toch eerder over de superioriteit van het heden ten opzichte van het verleden. Hoeveel verschrikkingen uit het verleden hebben we niet definitief achter ons gelaten, zoals de slavenhandel, het absolutisme, totalitaire systemen, kinderarbeid of de onderdrukking van de vrouw. Aan welke verloren gewaande schatten denkt U als u zegt dat de toekomst van Europa in haar verleden ligt?

Agamben: Dit is weer zo’n misverstand! Want wat ik onder een levende verhouding met het verleden versta, interesseert me voor zover ik daarmee toegang krijg tot het heden. Michel Foucault heeft ooit gezegd dat zijn historische studies niets anders zijn dan de slagschaduw van zijn theoretisch onderzoek naar het heden. De werkelijkheid van vandaag – het tijdsgevoel –  is ongrijpbaar en zal zich altijd aan ons onttrekken. Wat werkelijk eigentijds is het moeilijkste omdat het ware eigentijdse – dat wist Nietzsche al – per definitie oneigentijds is. U kent natuurlijk de these van Walter Benjamin dat het heden niet een geïsoleerd punt in een historisch continuüm is, maar via constellaties (beelden) in een levendige verbinding staat met wat geweest is. Dat betekent dat de verhouding tot het verleden niet enkel een individueel-psychologisch, maar ook een collectief-politiek probleem is. Iedere beslissing over het heden, zowel in het private als publieke domein, veronderstelt een concreet moment in het verleden waarmee men in het reine moet zien te komen. Zonder deze kritische constellatie is er geen toegang tot het heden mogelijk, blijft de werkelijkheid ondoorgrondelijk omdat die ons wordt voorgespiegeld als een eendimensionale eenheid van getallen en feiten waarvan de juistheid buiten discussie staat. Daarom ben ik ervan overtuigd dat alleen de archeologie ons de toegang tot het heden kan bieden, omdat zij de weg terugvervolgt en de schaduwen die het heden op het verleden werpt, op het spoor is.

Die Zeit:  dat klinkt tamelijk gecompliceerd: het verleden dat ons nieuw leven moet geven, bestaat als zodanig eigenlijk niet?

Agamben: Als ik over het verleden spreek, bedoel ik niet een tijdloze oorsprong of iets wat ooit heeft plaatsgevonden in de vorm van een serie gedocumenteerde  feiten die je kunt  verzamelen en in archieven kunt bewaren. Ik begrijp het verleden veeleer als iets wat nog staat te gebeuren en dat aan het gangbare geschiedbeeld ontrukt moet worden zodat het kan plaatsvinden. Toen ik me bezig hield met de genealogie van uitzonderingssituaties (het kamp), deed ik dat omdat ik wilde begrijpen wat er om me heen gebeurde; en toen ik de studie begon van de orderegels van het middeleeuwse monnikendom, deed ik dat omdat die het zicht leken te openen op een toekomstige politieke praktijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 25 september 2015 door in Stadsgeschiedenis.
%d bloggers liken dit: