Urbanisatie & Stadscultuur

Ed Taverne

Wat is Architectuur (7)

Digitale Cultuur in  de Architectuur Venice fund logo

De vakmatige kritiek op ‘ Elements of Architecture’  – op zowel expo als catalogus – kan worden samengevat in twee stellingen: de in Venetië voorgestelde reeks van zogenaamde ‘ elementen van de architectuur’  is willekeurig en onvolledig. Vooral de betekenis van ‘ grond’ of ‘ bodem’ als economisch goed wordt ondergewaardeerd en daarmee ook die van vastgoed als sturende factor voor zowel het ontwerp als productie van de fysieke  omgeving. In vorige blogs ben ik nader ingegaan op enkele kritische projecten over en analyses van de verstrengeling van de architectuur met vastgoedontwikkelingen, met name in de woningbouw. En ook laten zien hoe de urgentie daarvan bijvoorbeeld architectuurtheoreticus Reinhold Martin en het door hem geleide Buell Center for the Study of American Architecture ertoe hebben gebracht een ongevraagde bijdrage te leveren aan de Biënnale in de vorm van de expo House/Housing (zie blog: ‘wat is architectuur’  4). Een subtiel, in een Venetiaans palazzo ondergebrachte, museale installatie die via een reeks van episodes het verhaal vertelde over de economische infrastructuren waar alle architectuur uiteindelijk op rust. Venice Biennale  House Housing expo Venice Arch Biennale Project Source Code

Van een geheel andere orde is de kritiek op de bewuste uitsluiting door Koolhaas en diens team van een van de meest fundamentele elementen van de contemporaine productie van ruimte, namelijk dat van het ‘ digitale’. Dat lijkt op het eerste gezicht een bizarre stelling over een manifestatie die juist op minutieuze wijze de intieme relatie tussen architectuur, de bouw en het digitale regiem pretendeert te analyseren en tentoon te stellen. En het kan ook best zijn dat Koolhaas c.s. aanvankelijk de bedoeling hadden om het digitale in de architectuur te presenteren als een fase in de geschiedenis van de afzonderlijke bouwelementen als wand, vloer, plafond of dak. Op dezelfde manier zoals de kunsthistoricus Giedion in zijn boeken de geleidelijke mechanisering van de bouw in de negentiende heeft vastgelegd en gedocumenteerd. Maar waar Giedion gedreven werd door een onverwoestbaar optimisme en geloof in de bevrijdende effecten van techniek en wetenschap voor de samenleving, lijkt Koolhaas en zijn team in de loop van hun techniekhistorische research geleidelijk ten prooi te zijn gevallen aan een bijna fataal techniek- en cultuurpessimisme. Een gemoedstoestand die uiteindelijk uitmondt in de kritische zo niet negatieve voorstelling van het ‘ digitale’ als de technologische drager van van een nieuw charter voor de mensheid: dat van comfort, veiligheid en duurzaamheid, de drie-eenheid van universele waarden die tezamen het einde van de architectuur – en van de stad – betekenen.. Ik beschouw het in Venetië gemaakte statement als een serieuze vorm van techno-kritiek waar Koolhaas overigens niet alleen in staat – denk aan internetsceptici als Georg Gilder, Bernard Stiegler en, in ons land, Hans Schnitzler –  maar waar vanuit de architectuurwereld heftig en soms verontwaardigd op is gereageerd.

Project Source Code

In de opvallend persoonlijke toelichting op de show in het centrale paviljoen stelt Koolhaas: ‘ Architects have treated the digital as a benign reinforcement…The digital’s supposed ability to produce endless variation would counteract the flattening of the architect’s imagination. Architecture’s use of the digital was initially based on the facilitation of process, but it has been oblivious, so far, to architecture’s possible enlistment in Big Data’. Tegen deze relativerende en eenzijdige inschatting van de omgang vanuit de architectuur met de digitale cultuur sedert begin jaren negentig, is terecht heftig gereageerd. Sterker nog: tijdens de Biënnale heeft een architectencombinatie op initiatief van Özel Office (LA) – als een daad van participerende rebellie – de expo in het centrale paviljoen zelfs  ‘ gehackt’ door enkele tentoongestelde, statische beelden en objecten in de fysieke ruimte direct te koppelen aan een beweeglijk evenbeeld in de virtuele werkelijkheid. Bezoekers van ‘ Elements of Architecture’ konden aan de ingang van het centrale paviljoen gratis de AR applicatie AUGMENT downloaden waarmee ze met hun smartphone Koolhaas’  Elements of Architecture konden scannen, als ze tenminste er in slaagden om de locaties te vinden van de ‘ trackers’  voor het activeren van de aan de desbetreffende beelden/objecten corresponderende 3 D projecten. En wat kregen ze vervolgens op hun display te zien? Als ze in de sectie ‘ windows’ liepen zagen ze opeens modellen van het welbekende waterpaviljoen van Kas Oosterhuis (en NOX) als meeuwen door de ruimte vliegen en, iets verderop, tegen de achtergrond van Koolhaas’ meedogenloze uitstalkast van prefab erkers en balkons, de zwierige volumes van Greg Lynn’s Embryologic Houses, ongecontroleerde variaties op de primitieve hut, en oervorm van al het bouwen. Venice Biennale Project Source Code ce-code-uses-augmented-reality-to-stage-a-rebel-exhibition_07_how_to_diagram_1000-530x408

Ik weet niet of iedere bezoeker de diepere betekenis van deze guerrilla game zal hebben begrepen, maar het signaal richting de intellectuele bedenkers van de Architectuur Biënnale was ondubbelzinnig: digitale en fysieke architectuur zijn niet van elkaar te scheiden. Het ‘ digitale’ in de architectuur is meer dan een ‘ oppervlakkige’, postmodernistische beweging en de met digitale technieken ontworpen architectuurmodellen demonstreren hoe die in de meest letterlijke zin nieuw leven blazen in de 15 door Koolhaas uitverkoren ‘ Elementen’. En, tenslotte, architectuur is iets anders en vooral meer dan enkel fysieke bouw. Het is een kunstvorm die bestaat bij de gratie van de individuele architect/kunstenaar, het personage dat – net als de architectuur zelf –   door Koolhaas opzettelijk van de Venetiaanse show was uitgesloten.

Computers in de open lucht

Koolhaas probeerde met ‘ Elements of Architecture’ juist het tegenovergestelde demonstratief te bewijzen: het architectonisch denken heeft een schier onoverbrugbare achterstand op de technologische ontwikkelingen van de afgelopen honderdvijftig jaar. In een interview met Charles Jencks suggereert Koolhaas zelfs dat de lift, als technologische innovatie, ondanks het euforische Delirious New York uit 1979 – nog steeds geen plaats heeft binnen de architectonische reflectie. Als bewijs voert hij Jencks’  fameuze Language of Postmodern Architecture (1977) op waarin zulke elementen als lift, roltrap of air conditioning  geen enkele rol spelen! In de eerder genoemde toelichting op ‘ Elements of Architecture’ staat het er zo: ‘The discipline is suffering from schizophrenia, flitting between architecture as an art and building as a tool of modernization. This schizophrenia implies that our role as so called form-givers is increasingly precarious and hollow, since there is no challenge to create a ‘ mastery’ over the mechanical side equal to our supposed control over the material side’. En wat over de roltrap en lift kan worden gezegd, , is nog veel meer van toepassing op de architectonische controle over het digitale. Dat is de tweede conclusie van Koolhaas’   onderzoek naar ‘ Elements of Architecture’: architecten hebben in hun postmodernistische waan, het ‘ digitale’ op naïeve wijze omarmd als een stilistische  bevrijding zonder zich te realiseren dat de digitalisering intussen alle mechanische  en infrastructurele elementen van het gebouw, de woning, de stad heeft geïnfiltreerd waardoor deze hun dienende, publieke ( en symbolische) betekenis hebben verloren en zich in toenemende mate ontpoppen als geheime agenten, verzamelaars van ‘ big data’ : ‘Very soon, your house will betray you, or at least announce early bedtime in the name of sustainability, unless you pay more, of course….. In retrospect, the ‘ intelligent’  building, the ‘ smart’  house, has been unmasked as a euphemism for a potential agent of intelligence…Every time you hear these words, you should reach for the barrel of your mouse’ . Met andere woorden: woningen worden geruisloos getransformeerd tot geautomatiseerde, aanvoelende en reagerende cellen en steden tot alles omvattende, controlesystemen waar architecten, stedenbouwers en stadsplanners de greep op hebben verloren.

Picon digital_culture

Digitale technieken en een nieuw type architectonische kennis

‘ Elements of Architecture’  was niet alleen een architectuurshow zonder architecten,ook historici, op een enkele excentrieke specialist en verzamelaar van trappen, ramen of toiletten na, werden buitengesloten. Bezoekers moesten het doen met summiere, technische toelichtingen zonder noemenswaardig historisch narratief.  Een gemiste kans om het onheilspellend beeld van de toestand van de huidige architectuur via een historische onderbouwing, meer beargumenteerd en met meer overtuiging in de publiciteit te brengen. Ook de bewering dat de werkelijkheid van het ‘ digitale regiem’ tot op heden de architectuur niet of nauwelijks heeft bereikt, is architectuurhistorisch gezien, onwaar en gaat volledig voorbij aan de rol die het digitale in het huidige discours over architectuur, stedenbouw en stadsstudies speelt. De opkomst van nieuwe, digitale ontwerpmethoden binnen de architectuur  – dankzij de beschikbaarheid van een nieuwe generatie software voor de bouw van 3D-modellen –  dateert uit de vroege jaren negentig. Historici spraken al snel van een ‘ digital turn’ die in eerste instantie plaats vond op gebied van modelleren, visualiseren en van simulatie,  maar al heel snel ook de werelden van architectonische vormgeving en van de materiële bouw bereikte. Het was een snelle ontwikkeling die vrijwel onmiddellijk vanuit architectuurtijdschriften als AD uitvoerig en kritisch werd begeleid en becommentarieerd. Charles Jenck’s toonzettend artikel ‘ Nonlinear Architecture: New Science=New Architecture?’ dateert nota bene al uit 1997! Enthousiast was ook het onthaal op de grote architectuuronderwijsinstellingen in America, met name in Columbia University waar de formele verkenningen van het ‘ visueel beeldwerk’ (Neil Loach) al direct leidde tot een door architectuurhistoricus Kenneth Frampton aangevoerde tegencultuur voor ‘ tectonics’ . Maar dat was op het moment van discussie al een anachronisme. Een schijngevecht tussen tektoniek versus digitaal ontwerp, terwijl in de praktijk van de bouw feite allang sprake was van een ‘ digitale tektoniek’ .De opmars van de digitale cultuur binnen zowel het ontwerp, de architectuur als ook de fysieke werkelijkheid van de bouw is sinds lang het onderwerp van professionele techniekhistorici (Tom F.Peters; Anthony M. Townsend) maar ook van architectuurhistorici, gefascineerd door de historische samenhang tussen architectuur, wetenschap en technologie, zoals de Antoine Picon – net als Koolhaas verbonden aan de architectuurschool van Harvard University. Zelfs een vluchtige blik op de programma’s van toonaangevende architectuurscholen in New York, Harvard, Princeton, Zurich, London of Delft laat zien dat de methodologische, sociale en culturele potenties en problemen van het digitale,intussen een structurele plaats in zowel het onderwijs als onderzoek hebben ingenomen. Door de snelle opmars en adaptatie van de verschillende informatica disciplines (computer- en netwerksystemen;data- en kennissystemen; software engineering)  binnen zowel het architectonisch ontwerp, vormgeving als bouwproductie, is het spectrum van transfermogelijkheden van mathematische onderzoekstechnieken uit andere disciplines sterk verbreed. Sterker nog: is een nieuw theoretisch discours ontstaan over architectuur als academische discipline in relatie tot andere wetenschapsvelden als mathematica, linguïstiek, semiotiek en communicatie theorie (meer daarover in een volgend blog). Koolhaas Smart City

‘ Mijn Gedachten over de ‘ Slimme Stad’

Dit alles is de architecten van de Architectuur Biënnale 2014 uiteraard wel bekend, maar die hebben toch gekozen voor een microscopische analyse van de digitalisering van (naam-, plaats- en auteursloze) gebouwen – en niet van de architectuur –  omdat zij de snelheid van dat proces, maar vooral ook de impact daarvan op het (stedelijk) milieu en leven vele malen ingrijpender vinden dan de opkomst van een door de computer gestimuleerd nieuw en ander denken over de architectuur, de stad, het landschap en het gebruik daarvan. Uiteindelijk mondt Koolhaas’ techno-kritiek uit in scepsis over de ‘ smart city’  euforie rond gebruiksmogelijkheden van digitale technologieën voor de inrichting en vooral het functioneren van de stad en stedelijke infrastructuren. Op de Biënnale in Venetië was uiteraard geen plaats voor utopische visioenen van duurzame energie neutrale ecosteden noch voor technocratische stadsprofetieën zoals Arup’s Skyscraper van het jaar 2050. Maar die dreven wel als onheilspellende wolken boven de Giardini! De impliciete boodschap van ‘ Elements of Architecture’  is immers dat, tegelijk met de systematische overname van digitale technologieën in de bouw en het productieproces, de idee van de stad als domein van de architectuur een fictie is geworden. Het was een terugkerend thema in de talloze interviews en statements rond de Biënnale, zoals  ‘ Mijn gedachten over de ‘ slimme stad’ ,  een kort, wederom persoonlijk manifest(je) van Rem Koolhaas dat overigens niet tijdens de Biënnale in Venetië werd uitgedeeld maar vrijwel gelijktijdig op de website van Euro-commissaris Neelie Kroes verscheen. Daarin spreekt Koolhaas zijn wantrouwen uit tegen de ‘ apocalyptische retoriek’ van wat hij ‘ de smart city movement’ noemt die met haar slogans over comfort, veiligheid en duurzaamheid wereldwijd een grote aantrekkingskracht op burgemeesters weet uit te oefenen. Scepsis  over de bescherming van de private levenssfeer zowel op straat als in de stad, maar, verrassenderwijs, ook een uitgesproken walging over de volstrekt fantasieloze, en geestdodende omgeving van waaruit de bedenkers, leveranciers en producenten van al die slimme digitale technologieën denken en opereren: de wereld van Silicon Valley, een omgeving zonder architectuur, in velerlei opzicht sterk gelijkend op de werkelijkheid waar Koolhaas in Elements of Architecture de wereld mee wenste te confronteren.

relevante websites:  

Project Source Code – Venice 2014 http://vimeo.com/105806112 http://socializarq.com/socializarq/hacking-the-biennale-project-source-code-uses-augmented-reality-to-stage-a-rebel-exhibition/

Rem Koolhaas: ‘ My Thoughts on the ‘ Smart City’ https://ec.europa.eu/commission_2010-2014/kroes/en/content/my-thoughts-smart-city-rem-koolhaas

Antoine Picon over Architectuur, Wetenschap & Techniek http://www.cca.qc.ca/en/study-centre/2410-antoine-picon-smart-cities-a-new-challenge-for-design

urbanNext (Journal # 1) Responsive Technolgies (Ratti;Picon e.a.)

https://urbannext.net/responsivetechnologies/

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 10 april 2015 door in Stadsgeschiedenis.
%d bloggers liken dit: